Posts tonen met het label Martin Sommer. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Martin Sommer. Alle posts tonen

donderdag 19 juli 2018

De uitspraken van minister Stef Blok passen in een patroon



Op een besloten conferentie sprak minister Blok vrijuit over zijn denkbeelden met betrekking tot de multiculturele samenleving en de grenzen daarvan. Iemand heeft daar een opname van gemaakt  en openbaar gemaakt. Deining alom. In een geconditioneerde reflex verwierp links Nederland zijn uitspraken en vond dat Blok zich moest schamen. Eerder vroeg fractievoorzitter Dijkhoff zich al af of oorlogsvluchtelingen niet moeten worden teruggestuurd zodra het land weer veilig is. Geen ophef. Trump liet bij zijn bezoek aan Europa weten dat het  met de omarming van de multiculturele samenleving haar toekomst op het spel zette. Ophef alom. Ondertussen hebben al aardig wat Europese landen zich afgekeerd van het Europese verwelkomingsbeleid van vluchtelingen. Dat begon bij de Visegradlanden, Oostenrijk kiest min of meer hun zijde. Italië is de toestroom van vluchtelingen zat, Denemarken zet in op een straf integratiebeleid, Engeland wil grip krijgen op de stroom van migranten, Franse intellectuelen maken zich zorgen om de islam, Nederland heeft Wilders en gisteren vroeg Martin Sommer zich in de Volkskrant af of gezien de bestaande situatie mensenrechten nog wel van deze tijd zijn en ziet dat ze door velen als bedreiging worden gezien.


Zien we een kantelmoment?

Trump heeft zijn waarschuwing niet teruggenomen. Dat hoeft hij ook niet. Hij kan er niet toe gedwongen worden. Stef Blok kan wel gedwongen worden en kwam dan ook ijlings terug op zijn uitspraken. Ze waren slechts bedoeld als prikkelende statements in een interne discussie en achteraf niet zo verstandig, zei hij. Erg geloofwaardig is dat niet en het parlement zal hem daarover wel de oren willen wassen, Pechtold voorop. Dat een minister van een regering waarvan D’66 onderdeel is, zoiets zegt, is een zeer ernstige inbreuk op het door D’66 voorgestane beleid. En daar zit een probleem. Net als GroenLinks vindt D’66 niet dat onze genetische uitrusting problemen heeft met vreemdelingen, zoals Blok zei. Beter dan Suriname noemen (politiek onhandig) had Blok kunnen verwijzen naar het voormalige Joegoslavië dat langs etnische en religieuze lijnen uit elkaar is gevallen.

Rechts Nederland is voor realisme en links Nederland kiest voor wensbeleid, om maar eens wat te generaliseren. Gedachten als die van Blok leven breed in de samenleving. Velen maken zich zorgen om de problematiek van het multiculturalisme en de islam. In de projectie van de huidige situatie naar de toekomst wordt een exponentiële toename van de problemen verwacht. Trump benoemde ze. Links Nederland ziet de problemen ook wel, maar tilt er niet al te zwaar aan. De instroom van migranten is het probleem niet, zegt men bij links. Het probleem ligt bij de ontvangende samenleving. Minister Blok is nu een onderdeel van geworden van al die mensen die vinden dat het niet erger moet worden dan het nu al is. Met het klimaat beleid is dat gelukt. De discussie over de integratie- en migratieproblematiek is vooralsnog echter een oneindige. Als rechts op dat terrein wat zegt of oppert, slaat links terug. De polarisatie houdt de samenleving gevangen in politiek correct wensdenken waarbij de bevolking van de ontvangende samenleving genetisch moet worden geherprogrammeerd zodat ze lief en tolerant wordt ten opzichte van vreemdelingen en de portemonnee trekken. Het Zweedse model.

Naar verwachting zal echter ook in Nederland de zaak gaan kantelen. De uitspraken van Blok en Dijkhoff vormen signalen dat in de politiek het realisme groeit en links zal niet nog jaren kunnen volhouden dat realisme een bewijs van xenofobie en racisme is waarvan de samenleving moet genezen. Het Europese beleid ten aanzien van migratie is al gekanteld. Europese grenzen gaan dicht. Het Nederlandse regeringsbeleid tendeert naar de opvatting dat hooguit twintig procent van alle vluchtelingen dat ook werkelijk is. Het migratiebeleid is gekanteld, het integratiebeleid nog niet.
In een ander blog verwees ik naar de situatie in Polen. Voor de eerste wereldoorlog was in Polen nog slechts 68 procent autochtoon Pools. Rusland, Hongarije en Pruissen begonnen in de door hen bezette gebieden integratiebeleid waar vooral allochtonen zich tegen verzetten. Het integratieprobleem is allesbehalve nieuw in Europa.

Het kan geen jaren meer duren voor de uitspraken van de Rotterdamse Burgemeester Aboutaleb beleid worden. Als het je hier niet bevalt, als je niet mee wil doen, rot je maar op. Maar daarvoor zullen we ons eerst nog moeten bezinnen op mensenrechten, zoals Martin Sommer aanbeveelt. Universele mensenrechten (en vluchtelingenrechten) hebben een lokale uitleg nodig omdat ze anders grenzeloos zijn.




maandag 26 december 2016

Wilders en de Messias, overdenkingen op Tweede Kerstdag

                                                                           


Het lijkt een merkwaardige combinatie. Maar het is weer eens wat anders dan de vergelijking met Hitler. De associatie met Jezus overkwam me toen ik in de  wetenschapsbijlage van de NRC een artikel las over de historische Jesus. De associatie volgde onder meer uit deze tekst: “Het hedendaagse onderzoek naar de historische Jezus plaatst hem niet alleen in een joodse context, maar zet hem in een gebied waar de bevolking gemarginaliseerd was geraakt, waar men meende dat het Verbond was beschadigd en waar men hoopte op een messias die de verhoudingen zou omkeren.”

Het Israël uit de tijd van Jezus was een Romeins protectoraat dat weinig geliefd was omdat het de bevolking zware belastingen oplegde. De corruptie tierde welig. De vereiste belastingen werden opgeschroefd om het weelderig leven van de bovenlaag te financieren. De Joodse elite collaboreerde met de Romeinen en onderdrukte de bevolking.  Er waren ook etnische spanningen. Anders dan zijn bedoeling was, werd Jezus door de verarmde bevolking met ‘hosanna’s’ ingehaald in de verwachting dat hij de dingen zou recht zetten. De Romeinse heersers en de Joodse elite (Farizeeërs) zullen wel een ‘populist’ in hem hebben gezien. Het was een verstoorder van de gewenste orde en we weten hoe dat afliep.

Menig autochtone Nederlander ziet in Wilders de Heiland die het beschadigde Verbond zal herstellen. Door de gevestigde orde wordt Wilders gezien als een verwerpelijke vijand en zijn aanhangers worden weggezet als gepeupel.  Tegen alle verdrukking in groeit het verzet echter.
In de Volkskrant laat columnist Martin Sommer voortdurend weten dat de gevestigde orde zich niet moet blind staren op Wilders, maar moet proberen diens aanhang te begrijpen. Sommer is een roepende in de woestijn, zelfs de Ombudsvrouw van de Volkskrant blijft de door de elite gevestigde orde verdedigen.

Anders dan Jezus wil Wilders wel Minister-President worden. De vergelijking gaat verder ook nog op heel wat plaatsen mank. Waar die echter overeenkomt is dat de onderdrukking van de behoefte aan verandering en verzet tegen de elite door de eeuwen heen volgens dezelfde patronen werkt.  In dat patroon past ook dat onderdrukten zich scharen achter iemand waarvan ze geloven dat die voor verandering kan zorgen.

Het ‘beschadigde Verbond’ zie ik als een mooie metafoor voor de situatie waarin we verkeren. Het tekent de kloof die door polarisatie is veroorzaakt tussen ‘volk’ en elite. Het is een waardenkloof. Een groot deel van de bevolking wil vanuit door de tijd beproefde normen en waarden wederkerige relaties aangaan. Die set van normen en waarden voldeed niet meer in de ogen van de elite die de multiculturele samenleving omarmde, de globalisering prees en het ambitieuze Europa alle ruimte gaf. De nieuwe set van waarden kan worden samengevat met het begrip ‘tolerantie’, dat zover werd opgerekt dat ook het intolerante getolereerd moest worden. De handhaving wordt daarop afgestemd. Dat kan op den duur natuurlijk niet goed gaan.

Met de joden liep het overigens slecht af. De onderdrukking voedde de opstandigheid. Iedere keer werd er een nieuwe Messias gevonden. Nadat de joden tot twee keer toe het bezettingslegioen hadden verslagen, greep het Romeinse Rijk uiteindelijk hardhandig in. Tot een miljoen joden werden vermoord en de overigen als slaaf verhandeld of gedeporteerd.
Zo ver zal het met de opstandigheid tegen migratie, de politieke invloed van de orthodoxe islam, Europa en de globalisering wel niet komen. Maar zeg nooit ‘nooit’. Als de gevestigde orde de oren blijft sluiten voor de oproep om het Verbond te vernieuwen, zal dat de opstandigheid doen groeien. Dat geldt niet alleen voor Nederland, maar voor geheel Europa. Als de naar verandering strevende krachten uit de verschillende landen van Europa samenvloeien, kan een opstand niet worden uitgesloten. En deze keer doen de ‘Romeinen’ dan mee.

Komt er een opstand of revolutie? Het zijn niet de minsten die dat onontkoombaar achten. Het zal van de islam en de elite afhangen of het ooit zover komt. Als de elite het ‘Verbond’ niet herstelt en de islam niet Europees wordt blijven de ingrediënten voor een opstand aanwezig en kan een simpele oorzaak de vlam in de pan doen slaan. Ik acht het ook niet uitgesloten. Er zijn vooralsnog geen tekenen die een andere kant uit wijzen.

Tenslotte, om nog even in de kerstsfeer te blijven. De historici uit de wetenschapsbijlage van de NRC denken dat Jezus gewoon thuis in Nazareth is geboren in plaats van in een stal in Bethlehem. Bethlehem was bedacht om een voorspelling uit het Oude Testament uit te laten komen. Ook toen al loog de elite om het eigen belang te dienen. Niets nieuws onder de zon.







zaterdag 19 november 2016

Het is de ‘politieke correctheid’, stupids!

                             
Martin Sommer, de 'nieuwe realist'


Iedere morgen word ik letterlijk en figuurlijk weer wakker met het lezen van de Volkrant. De krant die gevuld wordt door een redactie die geen lef heeft om buiten de (geo-)politieke correcte lijntjes te denken. En als een redacteur dat wel doet, loopt Bert Wagendorp met een rooie kop naar de hoofdredactie om briesend diens ontslag te eisen. Het overkwam Martin Sommer, maar de hoofdredactie heeft hem desondanks gehandhaafd. Iedere zaterdag kijk ik uit naar zijn column die gekenmerkt wordt door het ‘nieuwe realisme’, een opbeurende en verfrissende  oase in de woestijn van politieke correctheid.

Vandaag heeft Sommer het over het kuddegedrag van parlementsleden die gehouden zijn zich aan de partijlijn te houden. Als voorbeeld geeft hij de VVD-fractie die eigenlijk tegen het steunpakket aan Griekenland wilde stemmen en dat niet mocht van premier Rutte (die eerder in de verkiezingsstrijd had aangekondigd: ‘geen cent voor de Grieken’). Sommer zou met een analyse van het kuddegedrag van journalisten en opiniemakers een mooi vervolg op die column kunnen schrijven. Journalisten en opiniemakers hebben geen last van Rutte, maar wel van de politiek correcte bovenlaag die hen dwingt om binnen de lijntjes te blijven.

Naast de column van Martin Sommer, staat een officieel Volkskrantcommentaar over het ‘Zelfonderzoek bij de publieke omroep’. Als ik daar aan begin wordt de Volkskrant weer een sparringpartner die het verzet in mij oproept. “Goede journalisten stellen ook ongemakkelijke vragen”, staat er in dat hoofdcommentaar. Dat menig journalist zich bij zo’n zin zal afvragen: ‘oké, maar als ik dat doe, beschermt mijn baas me dan ook omdat ik volgens collega’s buiten de lijntjes pies?’. Zo diep gaat het Volkskrantcommentaar niet. Bij een andere zin in het commentaar kreeg ik acuut nieuw-realistische kriebels. “Nieuwsmedia hebben in de eerste plaats een hygiënische functie. Ze moeten zin en onzin van elkaar scheiden. Daartoe moeten alle feiten en beweringen kritisch onder de loep worden genomen”. Zo te lezen, weten ze wel hoe het zou moeten. Maar waarom doen ze dat dan niet? De hygiëne waarover in dit commentaar wordt gesproken is in de media opvallend afwezig. Het lijkt er eerder op dat onder hygiëne wordt verstaan: de lezer het juiste (politiek correcte) laten denken. De opvoedende taak van de media roept bij mij het beeld van een nationale voorganger in het politiek correcte denken op. Geert Mak is zijn naam (en Peter R. de Vries zijn pappagaai). Geert Mak ligt ’s nachts wakker van de ‘vertrossing’ van Nederland, zoals zijn politiek correcte bentgenoten wakker liggen van de ‘onderbuik’ van Nederland. ‘Vertrost’ Nederland moet tegengas krijgen en het politiek correct denken is daarvoor het aangewezen medicijn.

Een voorbeeld. De Volkskrant heeft vandaag weer een paginagroot artikel over een vluchtelingengezin. Het is er een uit een reeks. De reeks heeft geen andere bedoeling dan de lezer te laten sympathiseren met vluchtelingen. De lezer moet worden weggehouden bij verkeerde gedachten. Bijvoorbeeld bij de vraag: ‘zijn het oorlogsvluchtelingen of economische migranten? Helemaal geen gekke vraag. Frans Timmermans (ja, die) opperde al eens dat waarschijnlijk zo’n zestig procent geen oorlogsvluchteling genoemd kan worden. Recent onderzoek komt op een percentage van 13% vluchtelingen die een oorlog gerelateerd vluchtmotief hebben. Dat is niet het beeld dat de media en belangenorganisaties als Vluchtelingenwerk schetsen. Het zijn allemaal oorlogsvluchtelingen is  het verhaal. Wie bezwaren maakt tegen de grote vluchtelingenstroom wordt geportretteerd als een slecht mens.

“Goede journalisten stellen ook ongemakkelijke vragen”, stond er in het hoofdcommentaar van de Volkskrant van vandaag. Als het om de ongemakkelijke vragen over de vluchtelingenproblematiek gaat, moet ik zo’n journalist nog tegenkomen. Ze mijden die vragen want anders worden de Bert Wagendorpen van deze wereld weer boos. In het land worden die vragen wel gesteld. Ze worden niet altijd even eloquent verwoord. Ze worden genegeerd en de vragenstellers worden door de media op een negatieve wijze weggezet als waarschuwing voor de rest van de bevolking: ‘als je zo denkt, ben je een verdacht mens’.

In dezelfde Volkskrant staat een omvangrijk interview met Paul Cliteur, een van de weinigen die moed had om een tegengeluid te laten horen in de Wildersproces. Er waren twee uitspraken die me troffen. Op de vraag: “Viel het u zwaar om te getuigen? ”, antwoordt hij in alle oprechtheid:
”Net als ieder ander word ik niet graag impopulair, niemand vervreemdt zich graag van zijn omgeving. Wilders is in bepaalde kringen zo’n boeman. Dus ik heb ook gedacht: laat deze beker aan mij voorbij gaan. Maar anders dan sommige anderen die zijn gevraagd, heb ik het grootste gedeelte van mijn loopbaan achter mij. Ik ben 61, ik kan het me makkelijker veroorloven dan iemand die nog aan het begin van zijn carrière staat.” Cliteur durft de ongemakkelijke vragen wel aan: “Over tien jaar wil ik niet voor de spiegel staan en tegen mezelf zeggen: je wist het wel, maar je durfde het niet te zeggen, want zoiets valt slecht…”.
Paul Cliteur

Twee zinnen die er bij mij inhakken. Een paar centimeter tekst die haarscherp weergeeft waar het in gepolariseerd Nederland aan schort. De ongemakkelijke vragen kunnen alleen worden gesteld door mensen die niets meer te vrezen hebben omdat ze aan het eind van hun carrière zitten, financieel onafhankelijk zijn of al met pensioen. De meeste mensen die de media, de universiteiten en de politiek bemannen leven onder de dictatuur van de politieke correctheid. De opvoedende waarheid die de werkelijkheid overdekt met wat je als ‘deugdzaam’ mens hoort te denken. Inmiddels ben ik toe aan mijn conclusie over het redactioneel commentaar van de Volkskrant: volstrekt hypocriet! Deugdzame mensen zijn mensen die ongemakkelijke vragen durven te stellen en door schijnvertoningen heen prikken. In de samenleving van vandaag zijn dat helaas ook de mensen die bescherming nodig hebben en als regel niet krijgen. Nagenoeg iedereen is bang gefileerd te worden door de wraakgierige politiek correcte meute die haar schijnwaarheden beschermt tegen moedige mensen.

Dit land lijdt aan een overmaat aan politieke correctheid, aan de dictatuur van politieke correctheid, aan de angst die politieke correctheid inboezemt. Dit land lijdt aan de Geert Makken en Bert Wagendorpen die het benoemen van de realiteit niet als deugd zien. Politieke correctheid veroorzaakt polarisatie met haar gemoraliseer. Politieke correctheid dwingt mensen hun mond te houden. Er zijn maar weinig Paul Cliteurs en Martin Sommers. 

Kranten, media en universiteiten worden weer betrouwbaar als ze de werking van politieke correctheid hebben geanalyseerd en de polariserende werking daarvan hebben uitgeschakeld.

zaterdag 25 juni 2016

Brexit en het naderende einde van het politiek correcte denken

                                                                     
Politieke correctheid sluit het verstand af voor de werkelijkheid en het hart voor de waarheid
   
Het lezen van kranten is deze dagen een waar feest. Vergelijk bijvoorbeeld eens wat ze vóór Brexit en ná Brexit schrijven. Ná Brexit heeft een hoog gehalte aan het dempen van de put nadat het kalf verdronken is. Niet méér Europa, maar een beter Europa, wordt ons voorgeschoteld door dezelfden die dat vóór Brexit niet als een harde conclusie trokken. De hardcore eurofielen zijn nog niet zo ver en dopen hun pen in azijn. Voor hen is het ‘populisme’ de zondebok en referenda zijn slecht. Ik zoek de zondebok in het postmodernisme dat een nieuw dualisme tussen hart en hoofd schiep waar eigenlijk niet mee te leven valt.

Vanochtend zocht ik bij het openslaan van de Volkskrant het eerst naar de column van Martin Sommer. De laatste jaren ben ik een fan van hem geworden. Vandaag opent de Volkskrant haar Opinie&Debat-pagina met zijn column en dat is een eer die hem, als ik het me goed herinner, niet eerder te beurt is gevallen. “Brussel is diep gevoelde inbreuk op ons denken en doen”, schrijft Sommer in zijn artikel met de titel: ‘Een conservatieve revolutie’. Sommer grijpt terug op Tocqville en beschrijft de stroming die Brexit veroorzaakte als een tegenhanger van de ‘Franse Revolutie’. De betekenis van ‘Gelijkheid en Broederschap’ strekt zich voor de meeste mensen niet uit tot mondiaal niveau en iedereen. “Het onbehagen staat al jaren op het menu.”, schrijft Sommer en vervolgt die constatering met: “Maar het Europese midden slaagt er alsmaar niet in woorden te vinden die hout snijden. Juristen en economen domineren van oudsher het Europadebat, en in hun optiek is het onbehagen eenvoudigweg geen categorie.”. Dat onbehagen, ook wel smalend ‘onderbuikgevoelens’ genoemd door de politiek correcten, weet Sommer wel goed te verwoorden: “Zeden zijn manieren van denken, doen en voelen. Ze gaan vooraf aan wetten, zijn ongeschreven en daarom moeilijk grijpbaar. (….) Zeden zijn ingebed in het verleden en hebben een sterke morele dimensie: zo doen wij dingen.”

Er zijn helaas nog te veel opiniemakers die het helicopterniveau van Sommer niet halen. “Dit was een stem tegen globalisering” luidde het hoofdcommentaar in de NRC van gisteren dat er de volgende conclusie aan verbond: “Een overwinning van kortzichtig nationalistisch populisme, dat aan twee kanten van de Atlantische oceaan in opkomst is. De NRC is bepaald niet de enige die zich politiek correct blijft verzetten tegen het erkennen van de ‘zeden’ van Martin Sommer. De Volkskrant heeft daar Bert Wagendorp voor. Die schrijft in zijn column vandaag: “Het volk op De Eilanden liet zich door politieke rattenvangers als lemmingen naar de rand van de afgrond voeren (…)”. Wagendorp is op zijn best als hij zijn postmodernistische gal spuugt. In zijn ‘postmoderne bubbel’ ontgaat het hem echter dat juist het postmodernisme het belangrijkste probleem vormt in deze woelige tijden.

Het postmodernisme heeft ons onzeker gemaakt. Het heeft ons geleerd dat we onze natuurlijke instincten en aangeboren ‘zeden’ niet meer mogen vertrouwen en dat zelfs ook de woorden die we gebruiken onbetrouwbaar zijn. Het heeft een vlucht veroorzaakt naar het ‘veilige’, politiek correcte denken dat een zaak van het hoofd is, maar niet van het hart. Aanhangers van het politiek correcte zijn gedwongen te leven met een valselijk beeld van de werkelijkheid. Het hart is onbetrouwbaar en daarmee staat het dualisme weer helemaal op de kaart. We zijn daarmee terug bij Plato, Augustinus en Descartes. De tegenwoordig alom geëerde Spinoza herstelde in de zeventiende eeuw de orde en bracht hart en hoofd weer als onafscheidelijk bij elkaar zoals Sommer dat vandaag in de Volkskrant op zijn eigen wijze doet. Het zijn profeten die in eigen land nog onvoldoende worden geëerd.

Europa is niet de zondebok, noch zijn haar leiders en supporters dat. Ze hebben zich, om de woorden van Wagendorp te hergebruiken, door de rattenvangers van het postmodernisme als lemmingen naar de afgrond laten leiden en nemen iedereen mee in de postmoderne waan van de dag.

Als er één conclusie moet worden getrokken is het wel dat de menselijke maat en zeden weer leidend moeten worden. Weg met het postmodernisme en de daarmee samenhangende dualiteit van lichaam en geest. Ze zijn één!









zondag 12 juni 2016

Martin Sommer (columnist Volkskrant) waarschuwt voor staatbemoeienis in de vorm van tirannieke dwang

                                                                        
"Als het om mensenrechten gaat moet de politiek haar mond houden"

Gisteren mocht na Arnold Grunberg, ook de inmiddels bejaarde columnist Henk Hofland tekeer gaan over de onbeschaafd zijnde verloedering van het debat waarin ‘tokkies’ alles zouden overschreeuwen. Door Hofland moest ik terugdenken aan de achter  ons liggende decennia zonder internet toen schelden en provoceren nog het alleenrecht was van columnisten met een scherpe pen als Jan Blokker, Bibeb, Hugo Brandt Corstius (als Piet Grijs) en Ischa Meijer. De tegenwoordige opiniemakers hebben het veel moeilijker om boven het meerstemmige koor van meningen uit te komen nu internet velen een stem heeft gegeven. Is het ‘jalousie de métier’?, dat we horen opklinken uit de columns van de verontwaardigde ‘beschavingspleiters’? De wekelijkse column van Martin Sommer in de Volkskrant vormt een bescheiden stem in al dat tumult, maar hij verdient een spotlight.

De zaterdagse commentaren van Martin Sommer zijn balsem voor de gekwelde ziel die het dan al weer vijf dagen heeft moeten doen met het politiek correcte geneuzel van bijvoorbeeld Bert Wagendorp. Wagendorp weet alles al en gebruikt altijd dezelfde mal om zijn dagelijks commentaar vorm te geven. Martin Sommer stelt vragen en zoekt daar het best mogelijke antwoord bij. In de Volkskrant van zaterdag 11 juni wordt hij reuze ongemakkelijk van mensenrechten. Daar doet hij denk ik heel veel mensen die zich daar ook steeds ongemakkelijker bij voelen een groot plezier mee.

Aanleiding is het inzetten van mensenrechten om de legalisatie van wietteelt te bepleiten. Gaan we niet te ver met mensenrechten is Sommer’s vraag. Voor een antwoord doet hij een beroep op de filosofie van Isaiah Berlin die een onderscheid maakte tussen ‘negatieve vrijheid’ en ‘positieve vrijheid’. De eerste beschermt de burger tegen de staat. Bij ‘positieve vrijheid’ is het juist de staat die zich opstelt als helper en leidsman en eisen stelt.  De staat weet het beter en kan op basis van een ‘hogere ratio’ ingrijpen. “In laatste instantie kunnen mensen vervolgens worden genegeerd, gekoeioneerd en onderdrukt”, stelt Sommer. Deze conclusie ontleent hij weer aan Berlin die van mening is dat ‘positieve mensenrechten’ gemakkelijk kunnen eindigen in tirannie. Berlin schreef er een mooi boek over. 

Martin Sommer kun je bepaald niet ‘politiek correct’ noemen. Daarom schijnt het hem op de redactie van de Volkskrant wel eens moeilijk te worden gemaakt. Het klinkt mee in een citaat als:

“Het grondrecht om niet door de staat te worden gedwarsboomd (vrijheid van godsdienst bijvoorbeeld), wordt ongedaan gemaakt door het sociale recht waarin de staat moét optreden, of je dat wilt of niet. Een griezelige gedachte, vooral griezelig omdat dit zo weinig wordt opgemerkt”.

‘Beschermende’ grondrechten kunnen een valkuil worden waarin vrijheden maar al te gemakkelijk kunnen verdwijnen. Dat geldt bijvoorbeeld voor de vrijheid van meningsuiting. De islam tornt daar al langer aan. Maar de islam hoeft niet gevrijwaard of beschermd te worden van harde kritiek die regelmatig gedemoniseerd wordt als discriminatie, racisme, islamofobie en xenofobie. Er is vooral vanuit de linkse hoek steun om dat soort kritiek te criminaliseren. Nog pas nam de Tweede Kamer een motie (van Marcouch PvdA en Sjoerdsma D’66) aan om de islam extra bescherming te geven. Het is vanaf daar nog heel veel stappen naar tirannie. Maar het is wel de een stap op de verkeerde weg.

zaterdag 11 juni 2016

Moet Arnold Grunberg niet hoognodig zelf naar een psychiater?

                                                                       
Grunberg wil wel de psychiater voor Wilders en de zijnen betalen
De zaterdag is voor mij al heel lang een feestdag. Vroeger omdat de agenda voor die dag niets of alleen maar leuke dingen bevatte, tegenwoordig omdat ik in pyjama nog voor het middaguur twee kranten door kan worstelen. Ik voel medelijden met degenen die denken dat het lezen van kranten ouderwets is en die nu moeizaam hun kostje op internet bij elkaar moeten scharrelen. Wie breed en veelzijdig geïnformeerd wil worden heeft de krant nodig. De wereld en de samenleving praten tegen je via de kranten. Het is alleen jammer dat je niets terug kunt zeggen dan via een verlate brief die meestal door de opinieredactie zal worden geweigerd. Vanmorgen riep ik na het lezen van  zijn artikel in de NRC spontaan dat Arnold Grunberg nodig naar de psychiater moet. Gelukkig heb ik mijn blog als ventiel want anders zou ik tot maandag spijt voelen dat ik al weer niet via een ingezonden brief gereageerd heb.

Arnold Grunberg baarde opzien met zijn voetnoot in deVolkskrant van 31 mei. Annabel Nanninga, bekend om haar cynische en in bijtende humor verpakte commentaren op het dagelijks nieuws, moet van Grunberg naar de psychiater omdat ze een slecht of niet behandelde agressiestoornis heeft. Vandaag mag hij in de opiniekatern van de NRC dat nog eens uitvoerig uitleggen. Zijn ‘beschavingsmissie’ eindigt als volgt:

“Of deze (agressie pl)therapie door de verzekering zal worden vergoed is mij niet bekend, maar ik ben bereid de kosten voor de eerste twee jaar voor de heer Wilders en de zijnen op me te nemen."

Zoals zovelen die menen dat iemand een psychiater nodig heeft, onderkent ook Grunberg niet dat er een steekje bij hem los zit. De psychiater zou hem wat mij betreft naar een chirurgisch neuroloog dienen te sturen, want ik vermoed dat er bij hem iets aan de hand is in de verbinding tussen beide hersenhelften. Hij ziet maar één deel van de realiteit en kan die niet in verbinding brengen met een ander deel van de realiteit. Een beschaving die zijn problemen niet oplost zal in toenemende mate te maken krijgen met mensen die steeds harder de werkelijkheid benoemen voor wegkijkers. De opinieredactie van de NRC behoort daartoe en het is niet voor het eerst dat ik dat zeg. Gelukkig bevat de krant verder het nodige tegengif. Op pagina 29 snapte motiedeskundige Nelleke Nicolai de angst voor moslims heel goed. Maar nog mooier vind ik het verhaal  van Yahya Gaier, Marokkaans immigrant en van het ‘ nieuwe realisme’ (pagina 35):

"De moslimgemeenschap in Nederland houdt zichzelf na zestig jaar nog steeds gevangen in taboes, schaamte en schijnheiligheid. Zo kweek je mensen die die vatbaar zijn voor extremisme". 

en  

“Dan had ik misschien ook een baard laten staan en was ik stoere teksten over Macolm X gaan roepen. We hebben niet geleerd ons verlies te nemen. Het wordt verpakt als trots, maar het is een gevoel van minderwaardigheid. Jihadisten gebruiken de islam als harnas daartegen. Onze kern is niet heel, onze ziel is versnipperd”.

Yahya Gaier vond een manier om zichzelf te genezen. Maar zijn visie wijst er op dat heel wat lotgenoten wel een psychiater kunnen gebruiken. Om ‘je verlies te kunnen nemen’ moet je leren te rouwen, zegt emotiedeskundige Nelleke Nicolai op pagina 29.

Mooi hoe verschillende verhalen elkaar aanvullen en een ander verhaal door de mand zakt. Met Wilders zet Grunberg miljoenen mensen weg die van hem vanwege een verkeerde mening naar de psychiater moeten. Martin Sommer heeft daar in de Volkskrant vandaag een goed verhaal over, maar dat is voor het dagblog van morgen.


zaterdag 28 mei 2016

Annabel Nanninga, Martin Sommer en het nieuwe realisme

                                                                     
                                                                     
Pechtold maakt schilderijen die bij bakfietsmevrouwen gewild zijn
                       
Mooie Volkskrant vandaag. Kranten lijken hun best te willen doen om de twee kanten die nu eenmaal aan alles zitten (niet zeuren over vierkanten) zo goed mogelijk in beeld te brengen. De NRC verraste afgelopen week met een interview met de bedenker van de facebookpagina waar wordt opgeroepen om mevrouw Simons uit te zwaaien. Een beetje sneu jongetje, vond ik. Hij lijkt het meer voor de kick te doen dan om iets anders.

De Volkskrant pakte vandaag uit met een ruim bemeten interview met Annabel Nanninga, de rubensachtige vrouw met een barokke scherpe pen en het vermogen om uit iedere toestand de hypocrisie te fileren. Dat maakt haar in bepaalde kringen populair en in andere kringen kunnen ze haar bloed wel drinken. Ze heeft recht van spreken. Ze woont in de multiculturele buurt en haar waarnemingen zijn gebaseerd op wat ze dagelijks ervaart. Neem deze: “Loop als jonge vrouw maar een over straat in een willekeurige volkswijk in de grote stad. Als je geen hoofddoek draag ben je ‘fair game’ voor die islamitische kutjochies. Je wordt nageroepen en aangeraakt”. Of neem deze: “Jongens die alles doen wat god verboden heeft, maar stelselmatig hun zusjes controleren. Die hele islamisering zet discussies terug in de tijd. We hebben het opnieuw over allerlei verworven vrijheden, zoals vrouwenrechten en religiekritiek”.

Ze wordt benaderd door jonge Turken en Marokkanen die het met haar eens zijn en zeggen: ik heb ook last van dat tuig in West. Dat is ook mijn persoonlijke ervaring. De laatste dagen sprak ik nogal wat mensen die in de jaren negentig uit Afghanistan en Iran zijn gevlucht. Vrijzinnige moslims die geen blad voor de mond nemen. Ze hebben het net zo benauwd als de jongeren die Annabel benaderen. Maar ze krijgen weinig steun. Die gaat van overheidswege naar beroepsmoslims en islamitische organisaties die gouden bergen beloven maar ondertussen hun conservatieve agenda uit voeren en de overheid constant vragen iets te doen aan discriminatie en racisme.

Asscher luistert niet naar ‘tokkies’ en Rutte liet deze week weten niet met idioten te willen spreken. Helaas, dat zijn nou net de mensen naar wie ze wel zouden moeten luisteren, want hun boosheid komt vaak voort uit directe ervaring met de donkere kanten van de multiculturele samenleving waarvan de ‘bakfietsengrachtengordelmevrouwen en Pechtoldjes van deze wereld’ volgens Annabel alleen de zonnige kanten blijven benoemen omdat beschermen nu eenmaal fijner voelt dan iemand aan te vallen.

Een pagina eerder is Martin Sommer, de politieke commentatorvan de Volkskrant aan het woord. Waar Annabel Nanninga haar leefwereld op rauwe wijze op papier lijkt te smijten, heeft Sommer een fijnzinnige benadering en komt al nuchter analyserend tot ongeveer deze conclusies als Annabel: het beleid is ziek en delen van de samenleving zijn kapot gemaakt. Zijn mooie uitsmijter gaat over een mijnheer die bij een CDA-vergadering opstond en riep: “Ik ben vrijwilliger bij een AZC en ik wil óók dat de grenzen dichtgaan”. Dat is gewoon een goed mens die de grenzen van het mogelijke ziet.


Onze overheid, gevangen in de vertellingen van islamfluisteraars, is de weg kwijt. De samenleving waar ze aan sleutelt bestaat meer op papier dan in het echt. Als ze dan niet met tokkies willen praten, laat ze dat dan doen met Annabel Nanninga en Martin Sommer. Dat zijn de nieuwe realisten die zien wat er aan de hand is en wat er moet worden gedaan. De tweespalt die de islam veroorzaakt moet worden opgeheven. 

De kranten zouden er aan kunnen bijdragen om dat nieuwe realisme een prominentere plaats op hun pagina's te geven.