Posts tonen met het label Bert Wagendorp. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Bert Wagendorp. Alle posts tonen

maandag 11 december 2017

Waarom de Volkskrant columnist Wagendorp niet over kan doen aan de NRC

Sjoerd de Jong, ombudsman van de NRC


Kranten lezen raakt uit de mode, maar ze bieden opiniegewijs toch nog altijd meer inzicht over wat er zich in Nederland afspeelt dan de vluchtigere media. De Volkskrant van deze winterse morgen (11-12-2017) leek te bevestigen dat ze naar rechts, oftewel naar de gewone man, aan het opschuiven is. Vorige week mocht moslima Bercan Günel uitgebreid vertellen dat ze een hoofddoek drie keer niks vindt. Veel zegt dat nog niet over het beleid van de krant. Veelzeggend was dat er deze morgen twee ingezonden brieven op de opiniepagina waren te vinden waaruit luide bijval voor het standpunt van Günel viel te lezen.'

Het valt mij al langer op dat de Volkskrant voetje voor voetje, ja, het gaat tergend langzaam, aansluiting zoekt bij wat de ‘gewone man/vrouw’ van Nederland vindt. De krant ontvangt veel meer ingezonden brieven dan ze kan afdrukken. Dat twee anti-hoofdoekbrieven de selectie haalden, lijkt me daarom betekenisvol in een tijd waarin politieke correctheid nog de boventoon voert.

Ook de NRC is zijn koers aan het verleggen. Het kan niet beter worden aangetoond dan met de laatste zinnen van de ombudsman in de laatste zaterdagkrant. Sjoerd de Jong is deze keer afgestapt van zijn hoog abstractieniveau en probeert antwoord te geven op de vraag of de krant te veel met antiracisme-activisten meewaait. Echt antwoord geeft de NRC-ombudsman nooit. Je moet het tussen de regels door lezen. Zo gispt hij NRC-next. De krant had bericht dat op verreweg de meeste scholen Piet nog ‘gewoon zwart’ was. Daarmee neemt de krant een standpunt in en dat kan niet. Trots vermeldt Sjoerd de Jong dat in de onlineversie ‘gewoon zwart’, vervangen was door ‘nog zwart’. Alsof dat geen stellingname is en dat blijkt het ook te zijn. De laatste zinnen van zijn column luiden: “Wat de toekomst van Piet betreft, heeft de krant zich al jaren geleden wél bekeerd, in het commentaar: “dat zwart kan er echt wel af. Gewoon”.

De NRC lijkt zijn lezers te zoeken onder de politiek correcte elite die een andere toekomst voor zich zien dan de ‘gewone man’. De keuze voor columnisten als Lamaya  Aharouay en Clarice Gargard bewijst dat. Beiden mogen beurtelings Nederland de maat nemen en niet toevallig vallen hun minderheidsstandpunten als regel samen met wat de snobistische elite denkt. Aharouay mocht in  de NRC een serie maken over de ‘gewone Nederlander’. Ik heb haar in een mail voorspeld dat ze die niet zou vinden omdat het een statistische verzameling is en dat ze de ‘gewone Nederlander’ ook niet zou vinden omdat ze die niet wilde vinden. Haar serie was bedoeld om het ongelijk van Sybrand Buma aan te tonen. De ‘gewone Nederlander’ van Buma bestaat niet volgens Aharouay. Dat verklaart wellicht de merkwaardige keuzes die ze maakte bij de zes interviews. Ze selecteerde ongewone mensen. Volkskrantcolumniste Sheila Sitalsing was één van de geïnterviewden. De serie van zes interviews maakt duidelijk dat Aharouay niet uit nieuwsgierigheid op zoek ging, maar iets wilde bewijzen. De NRC heeft er een project van gemaakt en besteedde er zes pagina’s aan in de weekendkrant. Redacteur Arjan van Veelen beschrijft daarin dat steeds meer politici (ze zeggen tegenwoordig hetzelfde als Hans Janmaat) de ‘gewone man’ laten samenvallen met de ‘boze man’, maar hem net zo goed in de steek laten. Frans Bauer wordt als held van de gewone man geïnterviewd door redacteur Danielle Pinedo en zegt behartigenswaardige dingen. Een gewone man laat zich er niet op voorstaan dat hij beter of deugdzamer is dan de rest waarop hij neerkijkt, is ongeveer zijn boodschap. Aharouay mag Buma interviewen. Eigenlijk interviewt ze hem niet, maar laat ze hem op haar vooropgezette meningen reageren. Als Buma zegt dat het gaat om: “het hervinden van een identiteit en gemeenschap”, stelt ze dat de samenstelling van de groep die zich in die identiteit moet herkennen is veranderd. Ze eindigt in het ‘interview’ met de boodschap dat er tussen mensen altijd overeenkomsten zijn die een gevoel van samenhorigheid geven. Haar boodschap aan politici is duidelijk. Vergeet identiteit en gemeenschap, diversiteit is de nieuwe werkelijkheid. Het is een ‘Diederik Stapel-boodschap, want met het bewijs heeft ze geknoeid.

De NRC sluit tegenwoordig bijna naadloos aan bij D’66 en GroenLinks en ziet daar commercieel de aantrekkelijkste groep in. Op GeenStijl wordt de NRC wel meesmuilend de meubelfolder of NSB-krant genoemd, maar in wijn zijn ze ook groot. In de krant zelf wordt klare wijn geschonken: ‘we zijn voor het nieuwe Nederland zoals de elite en minderheidsgroepen dat zien.

De Volkskrant, die wat rechtser wil worden, zit natuurlijk met een  zwaar linkse columnist als Bert Wagendorp in de maag. Die schrijft al sinds 1986 iedere keer dezelfde column. Ongeacht het onderwerp eindigt hij altijd met dezelfde conclusie: rechts is niet te vertrouwen en deugt niet. Toch denk ik dat de NRC niets voor een transfer voelt. Wagendorp is  een geharnaste sociaal-democraat en dat gaat niet samen met de snobistische linkse NRC. Volkskrant columniste Sheila Sitsalsing, trouw GroenLinks, zal zich op de NRC-redactie wel thuis en een ‘gewone vrouw’ voelen. Snobistisch links is haar biotoop.


zaterdag 3 december 2016

In een neutraal gemaakte cultuur kan die van minderheden floreren

                                                                     

Als je de Volkskrant niet hebt, is er vandaag een doorslaggevende reden om die bij het boodschappen doen mee te nemen. Ik ga nog een stap verder. Als je de boodschappen gister al hebt gedaan en aan een pyamadag bent begonnen, mis je een spraakmakend artikel waarin heel veel op zijn plaats valt. Ik beloof je dat het meer dan de moeite waard is om er toch op uit te gaan.  Je kunt echter ook proberen het artikel ‘Meerderheidscultuur verdient ook alle steun’ online te lezen.

De intro boven het artikel vat de inhoud al aardig samen. “Kosmopolieten houden er een dubbele moraal op na, betoogt Ruud Koopmans. De culturele identiteit van minderheden willen ze beschermen, terwijl die van de meerderheid wordt weggezet als bedenkelijk nationalisme.” De Volkskrant laat er één citaat uitspringen: Het verdedigen van nationale culturele tradities afdoen als populisme of racisme wakkert verdere radicalisering alleen maar aan”.

Voor de Volkskrantse hogepriester van het politiek correcte denken, Bert Wagendorp, heb ik nog een citaat waar hij, bij voorkeur op last van de hoofdredacteur, dit weekend op mag (moet) mediteren: “Terwijl het verlangen van minderheden om hun cultuur te behouden en aan de volgende generatie door te geven door de politieke en culturele elites als hoogst legitiem en begrijpelijk wordt gezien, worden dezelfde verlangens van nationale meerderheden met begrippen als spruitjeslucht, tokkies, populisme of racisme in het verdomhoekje geplaatst”. Het is een mooie samenvatting van de teneur die de columns van Wagendorp kenmerkt. Als ik hem hier in de schijnwerper zet, portretteer ik niet alleen hem, maar alle ‘Wagendorpen’ van deze wereld en dat zijn er veel. Van Peter R. de Vries tot Geert Mak en hun spreekstalmeester Jeroen Pauw, zal ik maar zeggen.
Het artikel laat me ook denken aan de vriendin die ik al menig keer heb geciteerd: “Identiteit is wat minderheden wél, en Nederlanders niet mogen hebben”. Dat was geloof ik nadat Maxima had verklaard dat de Nederlandse identiteit niet bestaat. Maar je kunt er ook heel anders tegen aan kijken. Koopmans verwijst naar de Canadese filosoof Will Kymlicka: “Immigranten hebben volgens Kymlicka het recht om in hun eigen cultuur te leven vrijwillig opgegeven door naar een ander land te emigreren”. Dat hebben bijvoorbeeld de vele Nederlanders gedaan die naar Australië of Canada emigreerden. De tweede generatie spreekt geen Nederlands meer, houden meer van rugby of ijshockey dan schaatsen en de heimweewinkeltjes waar nog drop en speculaas ingeslagen kan worden, hebben het steeds moeilijker omdat de eerste generatie langzaam uitsterft.

Nederland met zijn multicultureel beleid heeft echter de touwtjes uit handen gegeven en laat zich nu op de kop zitten door minderheden. Daar krijg je radicalisering en Wildersen en Trumps van die politieke munt slaan uit de dubbele cultuurmoraal van de kosmopolieten, zegt Koopmans. Die wijt de situatie aan de lafheid van de politieke en culturele elite. Om zich te rechtvaardigen ging die de meerderheid wegzetten als niet deugend. Geert Wilders had die moed wel. Die durft als enige prominente politicus de dingen bij de naam te noemen en dat is tevens het geheim van zijn succes, aldus Koopmans. Hij verklaart op een afdoende manier de wortels van de polarisatie en roept op om de meerderheidscultuur meer gewicht te geven. Het is een pleidooi voor integratie.

De enige kritiek die ik op het artikel heb is het gebruik van de term ‘kosmopolieten’. Die dekt de lading niet. Er zijn ook ‘harmoniedenkers’ die we als ‘gutmenschen’ aanduiden en de calvinistische aanhangers van het politiek correcte geloof die iedere afwijking hardhandig afstraffen.
Het is ook jammer dat Koopmans de islam buiten zijn bespreking laat als enige stroming die zich uitdrukkelijk tegen integratie keert en onvoldoende wordt tegengesproken. De afgelopen week hadden we weer de nodige incidenten in dat verband. Een meldpunt dat homohaat rechtvaardigde omdat het een uiting van religie was en parlementslid Marcouch (PvdA) die vindt dat aanhangers van de PVV geen politie-agent kunnen worden. Het werkt polarisatie en discriminatie in de hand en de oplossing van DENK is dat er discriminatiepolitie moet komen. Een pleidooi dat ‘islamofobie’ strafbaar gesteld moet worden zoals de islam wil, heb ik nog niet van ze gehoord. Daar kunnen we echter op wachten als we niet eindelijk eens als meerderheid durven roepen: ‘je kunt kiezen, integreren of gediscrimineerd worden’ en integreren doe je zo! . 

Nederland dient zich te realiseren dat zachte (laffe) heelmeesters diepe wonden maken. De groeiende aanhang van de PVV is het zichtbare teken van de wond die velen voelen.




zaterdag 25 juni 2016

Brexit en het naderende einde van het politiek correcte denken

                                                                     
Politieke correctheid sluit het verstand af voor de werkelijkheid en het hart voor de waarheid
   
Het lezen van kranten is deze dagen een waar feest. Vergelijk bijvoorbeeld eens wat ze vóór Brexit en ná Brexit schrijven. Ná Brexit heeft een hoog gehalte aan het dempen van de put nadat het kalf verdronken is. Niet méér Europa, maar een beter Europa, wordt ons voorgeschoteld door dezelfden die dat vóór Brexit niet als een harde conclusie trokken. De hardcore eurofielen zijn nog niet zo ver en dopen hun pen in azijn. Voor hen is het ‘populisme’ de zondebok en referenda zijn slecht. Ik zoek de zondebok in het postmodernisme dat een nieuw dualisme tussen hart en hoofd schiep waar eigenlijk niet mee te leven valt.

Vanochtend zocht ik bij het openslaan van de Volkskrant het eerst naar de column van Martin Sommer. De laatste jaren ben ik een fan van hem geworden. Vandaag opent de Volkskrant haar Opinie&Debat-pagina met zijn column en dat is een eer die hem, als ik het me goed herinner, niet eerder te beurt is gevallen. “Brussel is diep gevoelde inbreuk op ons denken en doen”, schrijft Sommer in zijn artikel met de titel: ‘Een conservatieve revolutie’. Sommer grijpt terug op Tocqville en beschrijft de stroming die Brexit veroorzaakte als een tegenhanger van de ‘Franse Revolutie’. De betekenis van ‘Gelijkheid en Broederschap’ strekt zich voor de meeste mensen niet uit tot mondiaal niveau en iedereen. “Het onbehagen staat al jaren op het menu.”, schrijft Sommer en vervolgt die constatering met: “Maar het Europese midden slaagt er alsmaar niet in woorden te vinden die hout snijden. Juristen en economen domineren van oudsher het Europadebat, en in hun optiek is het onbehagen eenvoudigweg geen categorie.”. Dat onbehagen, ook wel smalend ‘onderbuikgevoelens’ genoemd door de politiek correcten, weet Sommer wel goed te verwoorden: “Zeden zijn manieren van denken, doen en voelen. Ze gaan vooraf aan wetten, zijn ongeschreven en daarom moeilijk grijpbaar. (….) Zeden zijn ingebed in het verleden en hebben een sterke morele dimensie: zo doen wij dingen.”

Er zijn helaas nog te veel opiniemakers die het helicopterniveau van Sommer niet halen. “Dit was een stem tegen globalisering” luidde het hoofdcommentaar in de NRC van gisteren dat er de volgende conclusie aan verbond: “Een overwinning van kortzichtig nationalistisch populisme, dat aan twee kanten van de Atlantische oceaan in opkomst is. De NRC is bepaald niet de enige die zich politiek correct blijft verzetten tegen het erkennen van de ‘zeden’ van Martin Sommer. De Volkskrant heeft daar Bert Wagendorp voor. Die schrijft in zijn column vandaag: “Het volk op De Eilanden liet zich door politieke rattenvangers als lemmingen naar de rand van de afgrond voeren (…)”. Wagendorp is op zijn best als hij zijn postmodernistische gal spuugt. In zijn ‘postmoderne bubbel’ ontgaat het hem echter dat juist het postmodernisme het belangrijkste probleem vormt in deze woelige tijden.

Het postmodernisme heeft ons onzeker gemaakt. Het heeft ons geleerd dat we onze natuurlijke instincten en aangeboren ‘zeden’ niet meer mogen vertrouwen en dat zelfs ook de woorden die we gebruiken onbetrouwbaar zijn. Het heeft een vlucht veroorzaakt naar het ‘veilige’, politiek correcte denken dat een zaak van het hoofd is, maar niet van het hart. Aanhangers van het politiek correcte zijn gedwongen te leven met een valselijk beeld van de werkelijkheid. Het hart is onbetrouwbaar en daarmee staat het dualisme weer helemaal op de kaart. We zijn daarmee terug bij Plato, Augustinus en Descartes. De tegenwoordig alom geëerde Spinoza herstelde in de zeventiende eeuw de orde en bracht hart en hoofd weer als onafscheidelijk bij elkaar zoals Sommer dat vandaag in de Volkskrant op zijn eigen wijze doet. Het zijn profeten die in eigen land nog onvoldoende worden geëerd.

Europa is niet de zondebok, noch zijn haar leiders en supporters dat. Ze hebben zich, om de woorden van Wagendorp te hergebruiken, door de rattenvangers van het postmodernisme als lemmingen naar de afgrond laten leiden en nemen iedereen mee in de postmoderne waan van de dag.

Als er één conclusie moet worden getrokken is het wel dat de menselijke maat en zeden weer leidend moeten worden. Weg met het postmodernisme en de daarmee samenhangende dualiteit van lichaam en geest. Ze zijn één!









zondag 12 juni 2016

Martin Sommer (columnist Volkskrant) waarschuwt voor staatbemoeienis in de vorm van tirannieke dwang

                                                                        
"Als het om mensenrechten gaat moet de politiek haar mond houden"

Gisteren mocht na Arnold Grunberg, ook de inmiddels bejaarde columnist Henk Hofland tekeer gaan over de onbeschaafd zijnde verloedering van het debat waarin ‘tokkies’ alles zouden overschreeuwen. Door Hofland moest ik terugdenken aan de achter  ons liggende decennia zonder internet toen schelden en provoceren nog het alleenrecht was van columnisten met een scherpe pen als Jan Blokker, Bibeb, Hugo Brandt Corstius (als Piet Grijs) en Ischa Meijer. De tegenwoordige opiniemakers hebben het veel moeilijker om boven het meerstemmige koor van meningen uit te komen nu internet velen een stem heeft gegeven. Is het ‘jalousie de métier’?, dat we horen opklinken uit de columns van de verontwaardigde ‘beschavingspleiters’? De wekelijkse column van Martin Sommer in de Volkskrant vormt een bescheiden stem in al dat tumult, maar hij verdient een spotlight.

De zaterdagse commentaren van Martin Sommer zijn balsem voor de gekwelde ziel die het dan al weer vijf dagen heeft moeten doen met het politiek correcte geneuzel van bijvoorbeeld Bert Wagendorp. Wagendorp weet alles al en gebruikt altijd dezelfde mal om zijn dagelijks commentaar vorm te geven. Martin Sommer stelt vragen en zoekt daar het best mogelijke antwoord bij. In de Volkskrant van zaterdag 11 juni wordt hij reuze ongemakkelijk van mensenrechten. Daar doet hij denk ik heel veel mensen die zich daar ook steeds ongemakkelijker bij voelen een groot plezier mee.

Aanleiding is het inzetten van mensenrechten om de legalisatie van wietteelt te bepleiten. Gaan we niet te ver met mensenrechten is Sommer’s vraag. Voor een antwoord doet hij een beroep op de filosofie van Isaiah Berlin die een onderscheid maakte tussen ‘negatieve vrijheid’ en ‘positieve vrijheid’. De eerste beschermt de burger tegen de staat. Bij ‘positieve vrijheid’ is het juist de staat die zich opstelt als helper en leidsman en eisen stelt.  De staat weet het beter en kan op basis van een ‘hogere ratio’ ingrijpen. “In laatste instantie kunnen mensen vervolgens worden genegeerd, gekoeioneerd en onderdrukt”, stelt Sommer. Deze conclusie ontleent hij weer aan Berlin die van mening is dat ‘positieve mensenrechten’ gemakkelijk kunnen eindigen in tirannie. Berlin schreef er een mooi boek over. 

Martin Sommer kun je bepaald niet ‘politiek correct’ noemen. Daarom schijnt het hem op de redactie van de Volkskrant wel eens moeilijk te worden gemaakt. Het klinkt mee in een citaat als:

“Het grondrecht om niet door de staat te worden gedwarsboomd (vrijheid van godsdienst bijvoorbeeld), wordt ongedaan gemaakt door het sociale recht waarin de staat moét optreden, of je dat wilt of niet. Een griezelige gedachte, vooral griezelig omdat dit zo weinig wordt opgemerkt”.

‘Beschermende’ grondrechten kunnen een valkuil worden waarin vrijheden maar al te gemakkelijk kunnen verdwijnen. Dat geldt bijvoorbeeld voor de vrijheid van meningsuiting. De islam tornt daar al langer aan. Maar de islam hoeft niet gevrijwaard of beschermd te worden van harde kritiek die regelmatig gedemoniseerd wordt als discriminatie, racisme, islamofobie en xenofobie. Er is vooral vanuit de linkse hoek steun om dat soort kritiek te criminaliseren. Nog pas nam de Tweede Kamer een motie (van Marcouch PvdA en Sjoerdsma D’66) aan om de islam extra bescherming te geven. Het is vanaf daar nog heel veel stappen naar tirannie. Maar het is wel de een stap op de verkeerde weg.