Posts tonen met het label mensenrechten. Alle posts tonen
Posts tonen met het label mensenrechten. Alle posts tonen

donderdag 19 juli 2018

De uitspraken van minister Stef Blok passen in een patroon



Op een besloten conferentie sprak minister Blok vrijuit over zijn denkbeelden met betrekking tot de multiculturele samenleving en de grenzen daarvan. Iemand heeft daar een opname van gemaakt  en openbaar gemaakt. Deining alom. In een geconditioneerde reflex verwierp links Nederland zijn uitspraken en vond dat Blok zich moest schamen. Eerder vroeg fractievoorzitter Dijkhoff zich al af of oorlogsvluchtelingen niet moeten worden teruggestuurd zodra het land weer veilig is. Geen ophef. Trump liet bij zijn bezoek aan Europa weten dat het  met de omarming van de multiculturele samenleving haar toekomst op het spel zette. Ophef alom. Ondertussen hebben al aardig wat Europese landen zich afgekeerd van het Europese verwelkomingsbeleid van vluchtelingen. Dat begon bij de Visegradlanden, Oostenrijk kiest min of meer hun zijde. Italië is de toestroom van vluchtelingen zat, Denemarken zet in op een straf integratiebeleid, Engeland wil grip krijgen op de stroom van migranten, Franse intellectuelen maken zich zorgen om de islam, Nederland heeft Wilders en gisteren vroeg Martin Sommer zich in de Volkskrant af of gezien de bestaande situatie mensenrechten nog wel van deze tijd zijn en ziet dat ze door velen als bedreiging worden gezien.


Zien we een kantelmoment?

Trump heeft zijn waarschuwing niet teruggenomen. Dat hoeft hij ook niet. Hij kan er niet toe gedwongen worden. Stef Blok kan wel gedwongen worden en kwam dan ook ijlings terug op zijn uitspraken. Ze waren slechts bedoeld als prikkelende statements in een interne discussie en achteraf niet zo verstandig, zei hij. Erg geloofwaardig is dat niet en het parlement zal hem daarover wel de oren willen wassen, Pechtold voorop. Dat een minister van een regering waarvan D’66 onderdeel is, zoiets zegt, is een zeer ernstige inbreuk op het door D’66 voorgestane beleid. En daar zit een probleem. Net als GroenLinks vindt D’66 niet dat onze genetische uitrusting problemen heeft met vreemdelingen, zoals Blok zei. Beter dan Suriname noemen (politiek onhandig) had Blok kunnen verwijzen naar het voormalige Joegoslavië dat langs etnische en religieuze lijnen uit elkaar is gevallen.

Rechts Nederland is voor realisme en links Nederland kiest voor wensbeleid, om maar eens wat te generaliseren. Gedachten als die van Blok leven breed in de samenleving. Velen maken zich zorgen om de problematiek van het multiculturalisme en de islam. In de projectie van de huidige situatie naar de toekomst wordt een exponentiële toename van de problemen verwacht. Trump benoemde ze. Links Nederland ziet de problemen ook wel, maar tilt er niet al te zwaar aan. De instroom van migranten is het probleem niet, zegt men bij links. Het probleem ligt bij de ontvangende samenleving. Minister Blok is nu een onderdeel van geworden van al die mensen die vinden dat het niet erger moet worden dan het nu al is. Met het klimaat beleid is dat gelukt. De discussie over de integratie- en migratieproblematiek is vooralsnog echter een oneindige. Als rechts op dat terrein wat zegt of oppert, slaat links terug. De polarisatie houdt de samenleving gevangen in politiek correct wensdenken waarbij de bevolking van de ontvangende samenleving genetisch moet worden geherprogrammeerd zodat ze lief en tolerant wordt ten opzichte van vreemdelingen en de portemonnee trekken. Het Zweedse model.

Naar verwachting zal echter ook in Nederland de zaak gaan kantelen. De uitspraken van Blok en Dijkhoff vormen signalen dat in de politiek het realisme groeit en links zal niet nog jaren kunnen volhouden dat realisme een bewijs van xenofobie en racisme is waarvan de samenleving moet genezen. Het Europese beleid ten aanzien van migratie is al gekanteld. Europese grenzen gaan dicht. Het Nederlandse regeringsbeleid tendeert naar de opvatting dat hooguit twintig procent van alle vluchtelingen dat ook werkelijk is. Het migratiebeleid is gekanteld, het integratiebeleid nog niet.
In een ander blog verwees ik naar de situatie in Polen. Voor de eerste wereldoorlog was in Polen nog slechts 68 procent autochtoon Pools. Rusland, Hongarije en Pruissen begonnen in de door hen bezette gebieden integratiebeleid waar vooral allochtonen zich tegen verzetten. Het integratieprobleem is allesbehalve nieuw in Europa.

Het kan geen jaren meer duren voor de uitspraken van de Rotterdamse Burgemeester Aboutaleb beleid worden. Als het je hier niet bevalt, als je niet mee wil doen, rot je maar op. Maar daarvoor zullen we ons eerst nog moeten bezinnen op mensenrechten, zoals Martin Sommer aanbeveelt. Universele mensenrechten (en vluchtelingenrechten) hebben een lokale uitleg nodig omdat ze anders grenzeloos zijn.




donderdag 8 december 2016

Integratie: geen woorden, maar daden


Het was even twijfelen vandaag over welke kop boven mijn blog de lading het best zou dekken. ‘Onder sociologen’ had ook gekund. ‘Integratie’ is een twistpunt onder sociologen. De een leest uit zijn onderzoek iets heel anders dan een ander die ook onderzoek heeft gedaan. Het is een van de aanwijzingen dat de menswetenschappen in een deplorabele staat verkeren. Op universiteiten lijkt het meer te gaan om de politieke correctheid dan om echte wetenschap.

In de Volkskrant van vandaag (donderdag 8 december) bezocht Volkskrant-journalist Ariejan Korteweg een politieke bijeenkomst met Thierry Baudet. Daar trof hij twee jonge sociologie-studenten die nog twijfelden tussen de PVV en Forum voor Democratie. De aankomende sociologen vinden dat de gevestigde partijen samenspannen om onderling de macht te verdelen. “In hun studie hoeven ze met dergelijke standpunten niet aan te komen. Sociologie is een links bolwerk, vertelt een van hen. Laatst nog: een docent schaamde zich in het college te vertellen dat jonge Marokkanen crimineler zijn dan andere jongeren. Terwijl het nota bene zijn eigen onderzoek was”. De ‘horizontale onvrijheid’ die op universiteiten heerst, komt in dit citaat pijnlijk tot uitdrukking. De docent schaamt zich en de studenten moeten verbergen wat ze werkelijk denken.

Ruud Koopmans, hoogleraar sociologie in Berlijn, is niet zo van het politiek correcte. In de Volkskrant (3 december 2016) pleitte hij voor een herwaardering van de rechten van de meerderheid. Vandaag krijgt hij antwoord van Jan Willem Duyvendak, hoogleraar sociologie aan de universiteit van Amsterdam (UvA). Duyvendak heeft ook onderzoek gedaan zegt hij en daaruit blijkt het tegenovergestelde: ‘De meerderheid heeft het allang voor het zeggen’. Op zo’n moment beginnen mijn ogen te knipperen en denk ik: ‘wat krijgen we nou?’ 

Als snel blijkt waar het onderzoek van Duyvendak uit heeft bestaan. Een papieren onderzoek. Hij constateert: “Nederlandse politici vinden vooral dat migranten zich de ‘kernwaarden van Nederland eigen moeten maken, zoals dat recentelijk weer is vastgelegd in het participatiecontract van Minister Asscher.” Het leidt Duyvendak tot de forse conclusie: “In Nederland is de gedachte dat de ‘oorspronkelijke’ bewoners meer te zeggen zouden moeten hebben dan nieuwkomers allang gemeengoed”. Dat constaterende, komt Duyvendak met een politiek correct scheldwoord voor de door hem betreurde ontwikkelingen: het is ‘nativisme’. ‘Nativisme’ mag niet en Duyvendak maakt hierbij gebruik een extreme consequentie als argument: ‘we mogen dan ook niks meer zeggen over de slechte behandeling van homo’s in  Afrikaanse landen, of over antisemitisme in Arabische landen, want dat is nu eenmaal onderdeel van de daar bestaande meerderheidscultuur’. Een nogal aanvechtbaar standpunt en ik raak daar weer helemaal van in de war. Op dezelfde universiteit vertellen antropologen dat alle culturen gelijk zijn en kritiek op andere culturen een vorm van racisme is. Duyvendak is wel van een andere meerderheidscultuur: ‘Het is dezer dagen urgenter om mensenrechten te verdedigen dan meerderheidsculturen’.

Mijn conclusie is helder. Duyvendak is niet van de feiten maar van de meningen. Met sociologie als wetenschap heeft het weinig te maken. Het is een politiek standpunt en daarmee wil hij meningen beïnvloeden. De Volkskrant geeft hem alle ruimte daarvoor en de impliciete boodschap van de Volkskrant is dat we het zelf maar verder moeten uitzoeken: Koopmans of Duyvendak, mensenrechten of meerderheidscultuur, wetenschapper of prediker?

Zoals de islam zegt dat de sharia boven nationale wetten gaat, stelt Duyvendak dat mensenrechten nationale wetten overstijgen. Daarmee laat hij zien dat hij een mensenrechtenfundamentalist is. De juridisering van mensenrechten heeft tot gevolg dat iemand, waar hij ook vandaan komt en waar hij zich ook bevindt, beschermd zou moeten worden door mensenrechten. Islamisten beroepen zich er als calculerende burgers op, terwijl hun religie voorschrijft dat mensenrechten ondergeschikt zijn aan de sharia. Wie illegaal een Europese grens overschrijdt, kan, ook als hij geen goede bedoelingen heeft, zich beroepen op mensenrechten. Er is een probleem met mensenrechten dat Duyvendak onvoldoende onderkent.

Terug naar zijn bewering dat de ‘meerderheid het allang voor het zeggen heeft’. Hij beroept zich op woorden van politici en op het papieren participatiecontract. Doorslaggevend is echter hoe dat in het dagelijks leven wordt ervaren. Daar heeft de hoogleraar het niet over, want het zou zijn stellingen maar bederven. Eigenlijk is dat raar. Hoe mensen het dagelijks leven ervaren en vorm geven is het eigenlijke onderzoeksobject van de sociologie. Wat mensen ervaren staat niet in de krant. Die filtert en blijft overwegend dicht bij de gevestigde linkse orde. De orde van Duyvendak. Dat is wel duidelijk. Daarom valt hij Ruud Koopmans aan, een socioloog die ver blijft van de gevestigde orde. Wat Koopmans signaleert is dat woorden van politici, woorden in nota’s en contracten steeds minder vertrouwd worden omdat ze de ervaren realiteit niet weerspiegelen.

De meerderheid ervaart niet dat ze een meerderheid vormen. Die ziet kernwaarden als bedreigd door mensen die de kernwaarden niet willen delen. Daar gaat het dan ook fout met het integratiebeleid. Veel woorden, weinig daden. De meerderheid van de bevolking heeft het idee dat de overheid haar woorden volstrekt niet kan waarmaken. Bijna alom wordt erkend dat het integratiebeleid is mislukt. Alleen op universitair niveau denkt men daar kennelijk anders over. Daar heeft men in hoge mate lak aan de kernwaarden die de meerderheid van de bevolking als belangrijk ziet. Wellicht zou de overheid moeten beginnen om die stoorzenders en verwarringstichters eens aan te pakken. Dat zou de aanpak van integratie wel eens in een versnelling kunnen brengen. Dan kunnen die sociologie-studenten die Ariejan Korteweg sprak, hardop zeggen wat ze denken en vrij onderzoek doen. 

Blijft over de redactie van de Volkskrant. Ik zadel ze op met de vraag: hoe onderscheid je een wetenschapper van een prediker?


woensdag 22 juni 2016

Over krom denken na een dagje Spinoza met een vluchtelingendochter

                                                                   


Het begon met een postzegel ergens in de jaren zeventig. Een mooi ontwerp dat bij mij de vraag wekte: ‘wat weet ik eigenlijk van die man?’ Die vraag bleef sluimeren en ging nooit weg. Dan komt er zo’n moment dat je in een goed gesorteerde boekwinkel een boek van hem ziet staan en dat spontaan koopt. Zoals dat wel vaker bij mij gebeurt groeide dat uit tot een hele plank ‘Spinoza’. Mijn enthousiasme om over hem te vertellen sloeg niet overal aan. Maar wel bij een dochter uit een vluchtelingengezin met aanleg voor filosofie. Ze gaat geen vraag uit de weg. Gisteren loste ik een oude belofte in. Op bezoek gaan bij het Spinozamuseum in Rijnsburg.

Filosoferen is eigenlijk niet veel meer dan minder alledaagse vragen stellen en op zoek gaan naar antwoorden. Je hoeft er geen filosoof voor te kennen. Op zijn tijd doen we het allemaal. De mens is een denkend wezen met vragen die vaak groter zijn dan hij eigenlijk aankan. Sommigen kunnen dat beter dan anderen. Spinoza vroeg zich af ‘wie en wat is god?’ en kwam met een verrassend antwoord: ‘god is natuur en beantwoordt aan natuurkundige wetten’. Vergeet maar dat er wonderen mogelijk zijn, was zijn boodschap. In de nog sterk religieuze zeventiende eeuw sloeg menigeen de schrik om het hart en als je iemand verdacht wilde maken volstond het al om hem een ‘spinozist’ te noemen. Tegenwoordig gebruiken we daar termen ‘íslamofoob’ of ‘xenofoob’ en 'racist' voor.

Hoewel zijn motto ‘caute’ (wees voorzichtig) was, kan Spinoza als een durfal beschouwd worden als het op denken aankwam. Hij ging uit van de mens zoals die is en niet zoals die zou moeten zijn.  De natuurkundige Einstein, ook al zo’n durfal, bezocht ooit hetzelfde museum als waar wij waren. Van hem is de uitspraak bekend: ‘Ik geloof in de god van Spinoza’. De filosoof staat tegenwoordig weer volop in de belangstelling. Daar hecht ik betekenis aan, al is het niet goed te verklaren. De hernieuwde belangstelling hangt denk ik samen met de vraag wie we willen zijn, een vraag die in deze verwarrende tijden weer om een nieuw antwoord vraagt omdat de vanzelfsprekendheid achter ons ligt.
                                                                 
De confrontatie met de islam is een van de oorzaken die verwarring teweeg heeft gebracht. Spinoza heeft de antwoorden, al zullen we die vanuit de bestaande situatie opnieuw moeten doordenken en formuleren. Bij de filosoof van de vrijheid vond ik maar één zin waarin de islam werd genoemd. Van alle religies heeft de islam haar gelovigen het best onder controle, schrijft hij in zijn ‘Theologisch-politiek traktaat’. Het is geen verdwaald zinnetje want Spinoza schrijft over de belemmering van het vrije denken die wordt veroorzaakt door de afgedwongen conformiteit aan voor eeuwig gestolde theologische ‘waarheden’. Het was geen nieuw thema in de filosofie. Al in de twaalfde eeuw probeerde Averroes (Ibn Rushd) de wetenschap te bevrijden uit de theologische gevangenschap. Het is hem niet gelukt. Zijn tegenstrever Hamid Al-Ghazali vond dat de islam geen behoefte had aan filosofen omdat die alleen maar verwarring zaaiden. Die opvatting overheerst nog steeds binnen de orthodoxe islam. Averroes kunnen we echter in Europa zien als een van de voorvaders van Spinoza.

Die orthodoxie leidt tot een wangedrocht als het om denken gaat. Antwoorden moeten worden gevonden binnen een gesloten twaalfde-eeuws denksysteem en tarten daarom alle wetten van de logica. Je merkt dat in discussies met orthodoxe moslims. Je loopt altijd weer aan tegen hun ijzeren ring van standaard antwoorden. Het leukst is altijd als moslims zeggen: ‘Ik mag denken wat ik wil want in Europa is er vrijheid van godsdienst en vrijheid van meningsuiting’. Noch de vrijheid van godsdienst, noch de vrijheid van meningsuiting is goed begrepen in die opvatting. In geen enkele discussie gaan ze buiten de islamitische ‘catechismus’ met voorgeschreven antwoorden. Averroes beschreef het in de twaalfde eeuw al als ‘wartaal van verwarden’.

In de ontmoeting met de islam raken we in de war. Dat komt omdat de tegenwoordige mensenrechten verabsoluteerd worden en een ijzeren ring vormen om ons denken. We geven godsdienstvrijheid aan een religie die vrijheid van godsdienst niet toestaat. Kan het krommer?

Gisteren voelde ik dat Spinoza zich omdraaide in zijn graf en de vluchtelingendochter voelde dat ook. Hij kan ons alleen nog via zijn boeken toeroepen dat het de bestemming van de mens is om vrij te zijn. De vluchtelingendochter en ik kochten uit het bescheiden boekenstalletje allebei een boek. De wereld heeft behoefte aan Spinoza en aan durfals die hem in hedendaagse antwoorden kunnen vertalen.


Uit mijn nieuw aangekochte boek: 'Spinoza. Vijf wegen naar de vrijheid.' Van Martin van Buuren.

"Zelfbeschikking wordt bevochten op instanties die gezag over ons uitoefenen: ouders, kerk, autoriteiten. Het recht om over onszelf te beschikken is afhankelijk van de macht die we in staat zijn te ontplooiien, want macht is recht, zegt Spinoza in een van die verbluffende stellingen waarvan de reikwijdte nauwelijks is te overzien."