Posts tonen met het label narcisme. Alle posts tonen
Posts tonen met het label narcisme. Alle posts tonen

maandag 11 november 2019

Het megalomane narcisme van Jeffrey Afriyie en KOZP



Lachend beschuldigt hij ons van
racisme
Jeffrey Afriyie kwam met zijn broer op twaalfjarige leeftijd naar Nederland. Het ging om gezinshereniging. Zijn vader was hier al en wilde zijn kinderen een betere toekomst geven dan in Ghana mogelijk was. Zijn moeder bleef achter in Ghana. Afriyie ziet zichzelf vooral als dichter. Tegenwoordig is de actie tegen Zwarte Piet voor hem een verdienmodel. Hij krijgt subsidie, ontvangt vergoeding voor lezingen, waaronder op scholen en voor het door hem ontwikkelt lesmodel dat door veel scholen is afgenomen.

Voor de vraag hoe hij de voorman kon worden van de ‘KickOutZwartePiet-bewging, zijn we aangewezen op zijn verhalen daarover. Aanvankelijk ging het over zijn zoon die voor ‘Zwarte Piet’ was uitgescholden. Kinderen in het geding brengen werkt goed, het roept mededogen op. Kinderen worden ook uitgescholden voor brillenjood, vetklep, schele, hoerenzoon, vuurtoren, dikzak, rooie of een pesterige verschrijving van hun naam. Ze kunnen zich allemaal niet beroepen op racisme. Als ze verstandige ouders hebben worden ze opgevoed in weerbaarheid. Ouders doen ook beroep op de school die meestal een pestprotocol heeft. Afriyie ziet het niet als pesten, maar als racisme en besloot dat Zwarte Piet het land uit geschopt moest worden. Tegenwoordig zegt hij zijn motivatie te ontlenen aan de Bijlmerjeugd die zich geen Nederlander zou voelen. 'Wat heeft Nederland ooit voor mij gedaan', zeggen ze volgens Afriyie. Hij wil ze helpen. Het is echter de vraag of hen opzetten tegen ‘racisme’ de best denkbare hulp is. Het leidt tot slachtofferschap en slachtofferschap is een voorbehoedsmiddel tegen zelfkritiek.

‘Schop Zwarte Piet het land uit’ is een nogal agressief actiemodel, al zegt Afryie dat zijn model vooral praten, verder praten en nog eens praten is. Voor iemand die zijn baan als beveiliger verloor vanwege gewelddadigheid tijdens demonstraties, klinkt dat niet erg geloofwaardig. Zijn verhaal ontmoet in de media nauwelijks weerstand. De angst om anders voor ‘racist’ te worden uitgemaakt, speelt daarbij een rol.

Zijn medestander Kiza Magandane, sinds twaalf jaar in Nederland verblijvend, zegt het zo:
“De hardnekkigheid waarmee Zwarte Piet wordt verdedigd, alsof er mensenlevens vanaf hangen, is tekenend voor de pijnlijke tweedeling in ons land. De witte meerderheid, gevangen in haar comfortabele zone, ontbreekt het aan compassie en solidariteit jegens de zwarte minderheid die met legitieme argumenten duidelijk maakt dat de spelregels in de Nederlandse publieke ruimte aan vernieuwing toe zijn.”

Zo’n tekst voelt hetzelfde als islamisering. Moslims slaagden er in Amsterdam in om het kruis op de mijter te laten verwijderen omdat het aanstootgevend is. Nieuwkomers die de behoefte hebben om hun land van aankomst te veranderen overeenkomstig hun behoeften, roepen verzet op. In de overzeese gebiedsdelen bestaat er nauwelijks aversie tegen Zwarte Piet. Het overgrote deel van de Nederlandse bevolking ziet geen racisme in het cultuursymbool dat Zwarte Piet is. Verzet is er ook om Zwarte Piet in verbinding te brengen met slavernij (hij is een knecht), kolonialisme, racisme en discriminatie. Blokkeerfriezen maakten hun punt. Demonstreren is prima, maar niet bij de intocht. Ze worden als racisten gezien. Recent werd in Den Haag een vergadering van KOZP aangevallen waarbij ruiten sneuvelden en auto’s werden vernield. Het is een vorm van agressie die afgekeurd moet worden maar wel signaalwaarden heeft. Voor KOZP was het aanleiding om zich weer eens als slachtoffer te afficheren. “We zijn een schietschijf geworden”, zegt Afriyie.

Eerder zei hij: “De reacties op de demonstraties tegen Zwarte Piet bewijzen de noodzaak van die demonstraties. ‘Iedereen heeft dat nu kunnen zien.”  Hij wordt nauwelijks tegengesproken bij dit soort opmerkingen. Die reacties zouden hem ook tot nadenken kunnen stemmen met de vraag of het actiemodel een aanpassing behoeft. Bijvoorbeeld niet demonstreren bij intochten. Het citaat geeft het al aan, de reacties rechtvaardigen verdere demonstraties. Hij wil de bestaande situatie ter discussie stellen, maar niet zijn visie op de bestaande situatie. Die staat vast. Dat is de zekerheid waar hij zich aan vast houdt.

Narcisme is een pathologische reactie op angst en onzekerheid. Dat is wat ik herken in de positie die Afriyie kiest. Als je als twaalfjarige naar Nederland komt, de cultuur niet kent en een afwijkende huidskleur hebt, ben je onzeker en angstig. Als die onzekerheid ziekelijke vormen aanneemt, noemen we dat narcisme. Een narcist is altijd slachtoffer, geeft anderen altijd de schuld van wat hem overkomt, is dwingend en veeleisend, kent geen empathie, is niet in staat tot zelfreflectie en is berucht vanwege de wijze waarop hij in zijn omgeving verdeeldheid oproept door zijn medestanders tot vriend te benoemen en zijn critici tot vijanden te bestempelen. Dat is precies wat we zien gebeuren. Afriyie: “Ik heb heel veel respect (vleien pl) voor alle witte mensen die uit hun bubbel durven te stappen om aan de goede kant van de geschiedenis te staan”. De anderen deugen niet. Het fenomeen van Zwarte Piet is een onderwerp van verdeeldheid geworden. Ziekelijke onzekerheid, narcisme, kenmerkt zich onder andere door projectie. Consequent geredeneerd betekent dit dat Afriyie zijn eigen racisme op zijn omgeving projecteert.

In deze link over de relatie tussen narcisme en projectie wordt dat als volgt omschreven: “Feitelijk is projectie een onbewuste manier om het bestaan ​​van iets in jezelf te ontkennen en het aan anderen toe te kennen, het te externaliseren. De narcist projecteert omdat hij/zij eenvoudigweg geen verantwoordelijkheid voor zijn pathologie kan en wil nemen.”

Zwart racisme bestaat. In de kern is KOZP een megalomane vorm van narcisme met een racistische achtergrond. ‘Blanke mensen deugen niet’ is de versie van het betoog van de narcist die zichzelf superieur acht en zichzelf als de maat der dingen ziet. In het geval van de KOZP kan er beroep worden gedaan op een bestaand narratief dat door de media wordt ondersteund. Het zijn de media en de verabsolutering van het demonstratierecht die KOZP haar narcistisch platform hebben gegeven. Dat Zwarte Piet helemaal niets met racisme heeft te maken, heb ik al eens eerder uitgelegd.





dinsdag 9 oktober 2018

Ollongren en Kaag zijn uit hetzelfde elitaire hout gesneden





Minister Sigrid Kaag mocht op 30 september 2018 de Abel Herzberg lezing houden. Of Abel Herzberg zich in zijn graf zou hebben omgedraaid als hij haar lezing had kunnen horen, zullen we nooit weten. Aannemelijk is het wel. Van Abel Herzberg heeft Kaag niets begrepen. De lezing van Kaag vertoont verder opvallende gelijkenissen met de ‘Burgemeester Dales lezing’ zoals die op 2 februari 2018 werd uitgesproken door Ollogren.

De stilte bij Kaag
Kaag moet een bevlogen tekstschrijver en een uitgekiende mediastrategie hebben gehad. De dag na haar lezing klonk er in de media een oorverdovend applaus op. De column van Sitalsing in de Volkskrant was nagenoeg een heiligverklaring. Al snel na het uitsterven van het applaus begon men zich in Nederland af te vragen wat al die mooie woorden nu eigenlijk onthulden. Dan gaat het vooral over “niet stilzwijgend wegkijken wanneer de democratische rechtsstaat wordt ondermijnd door het oprukkende ‘tribale identiteitsdenken’, dat we terugzien in ‘de roep om een sterke man, die redding zal brengen’ en in het denken waarin ‘feiten geen feiten meer zijn’ en ‘de pers een tegenstander’ is.” Grote woorden constateerden velen die vele bewijzen aandroegen voor het tegendeel van zwijgen en wegkijken. Zelf moest ik bij Kaag’s woorden vooral denken aan de ongemakkelijke stiltes die ontstaan als in een groep iemand hardhandig de oren worden gewassen vanwege een opmerking die als niet politiek correct kan worden opgevat. Een verbazende stilte, maar juist het stillen van het niet politiek correcte is het doel van Kaag. Tot zijn uiterste gecomprimeerd roept Kaag op tot de versterking van de sociale controle ten behoeve van het onderdrukken van wat niet als politiek correct kan worden gezien. ‘Kom op’ zegt Kaag, “We zijn met velen”


De stilte over grondwetsartikel 1 bij Ollongren
De Ien Daleslezing van Ollongren kan worden gezien als een verdere pervertering van artikel 1 van de Grondwet. Artikel 1 regelt de verhouding tussen overheid en burger waarin de gelijkheid voor de wet het beginsel is. Steeds vaker verschijnt echter de opvatting dat het als anti-discriminatie artikel ook van toepassing is op burgers onderling.  Dat laatste is volgens Ollongren zelfs zo fundamenteel dat het de Nederlandse identiteit bepaalt. Ze noemt dat een ‘goed bewaard geheim’. Er leeft in Nederland geen emotionele binding met de grondwet, zoals dat in Amerika wel het geval is. Ze wijst op het ‘Plakkaat van Verlatinge’ als historische bron, daarin is gesteld: ‘de wil van het volk legitimeert de machthebber’. Leuk citaat van een minister die het raadgevend referendum heeft afgeschaft omdat de regering zich daar ongemakkelijk bij voelt. Met haar lofprijzingen en verabsolutering van de grondwet gaat ze zover  dat ze stelt dat de grondwet een minimum aan gemeenschappelijke waarden bevat, zodat de wet iedereen de ruimte geeft voor een eigen invulling van cultuur en identiteit. De multiculturele samenleving vindt in Ollongren een bevlogen verdedigster. Vervolgens komt ze in haar lezing op het zelfde thema als bij Kaag: “De grondrechten zijn voor hun voortbestaan afhankelijk van voldoende draagvlak. Als we niet oppassen worden die bedreigd”. Ook van Ollongren mogen we niet stil blijven. Ze noemt het populisme met Pim Fortuin, Wilders en Baudet als bedreiging voor de grondrechten. Verontwaardigd noemt ze het voorstel van Fortuin om artikel 1 van de grondwet af te schaffen. Dat die artikel 7 -Niemand heeft voorafgaand verlof nodig om door de drukpers gedachten of gevoelens te openbaren, behoudens ieders verantwoordelijkheid volgens de wet.- voldoende achtte, laat ze onvermeld. Het grondrecht van vrije meningsuiting is bij Ollogren en bij Kaag niet in goede handen. Er zijn volgens hen goede en slechte meningen en slechte meningen moet worden weersproken en uitgebannen.

Het elitair narcistisch universum van Kaag en Ollongren
De bestaande polarisatie, waar beide dames hun aandeel in hebben, gaat nog niet zover als in de strijd aan het einde van de achttiende eeuw tussen patriotten en prinsgezinden. De tegenwoordige polarisatie is die tussen de elite en ‘het volk’ als partijen. ‘Het volk’ vormt een bedreiging voor beide dames. Het wil een meer directe democratie, minder globalisering en Europa, beheersing van de migratie en meer aandacht voor integratie en onder toezichtstelling van de islam die als bedreiging wordt gevoeld. De opvattingen van Ollongren en Kaag zijn van politieke aard maar hangen ook op verbazende wijze samen met hun persoonlijke situatie zoals ze die onthullen in hun respectievelijke lezingen. De Ollongrens behoorden tot de Finse adel en een deel kwam door grenswijzigingen terecht in het feodale Rusland. Opa Alexander (!) was het speelkameraadje van de laatste Tsaar. Na 1918 kwamen ze via Finland in het koloniale Indië terecht waar ze een koffieplantage hadden. Na de tweede wereldoorlog kwamen ze uiteindelijk terecht in den Haag. Nationale en etnische achtergronden hebben niet zo’n doorslaggevende betekenis zegt Ollongren die een sterke band heeft met de Oranjes. ‘Niemand is terug te brengen tot één enkele identiteit.’

Kaag heeft geen ‘adelijke’ achtergrond, maar verbleef na het VWO voor studie en werk in het buitenland. Ze kwam pas terug 'omdat Nederland een beroep op haar deed'. Dat er in Nederland enig wantrouwen bestaat vanwege haar huwelijk met een actieve Palestijnse politicus, begrijpt ze niet zo goed. Ook niet dat ze soms moet uitleggen waarom haar dochter ‘anders’ oogt. Ze voelt zich soms vreemdeling in eigen land. Het raakt haar en motiveert haar, zegt ze.

Mensen hebben de neiging om hun omgeving af te stemmen op hun eigen wensen en behoeften. Wanneer dat grenzen over gaat, wordt dat narcistisch genoemd. Dan worden mensen verdeeld in vriend of vijand en dienen de vijanden als zondebok het veld te verlaten. Vrienden worden onderworpen aan een voortdurende beoordeling en moeten hun trouw bewijzen door hun boodschap uit te dragen (niet stil zijn). Door narcisten gemaakte keuzes mogen geen consequenties hebben, want dat is ‘onrechtvaardig’. De narcist kan immers niets fout doen.

Het beeld dat beide dames de uit hun persoonlijke levenssituatie voortkomende wensen en behoefte projecteren op Nederland en dat dienovereenkomstig proberen te veranderen door onder meer degenen die daarbij in de weg zitten tot vijand te verklaren en monddood proberen te maken, is overweldigend. Het zijn narcistische politici die het persoonlijk belang met dubieuze teksten omtoveren in algemeen belang. Vanwege hun narcistische aard is het niet te verwachten dat Kaag en Ollongren het op persoonlijk vlak goed met elkaar kunnen vinden.

Wat Abel Herzberg zegt
Abel Herzberg kan volgens zijn biograaf Arie Kuiper worden omschreven als een zeer wijze, maar ook eigenwijze man. In een interview in de Groene schetst Kuiper diens erfenis als volgt: “Herzbergs literaire erfenis zou ik Genuanceerd Denken willen noemen. De zaken zijn niet zwart of wit. Het levensdevies van zijn romanpersonage Salomon Zeitcheck luidde al: “Het is niet zo.” Dit zou je op alle scholen, op alle universiteiten, op alle openbare gebouwen op grote borden moeten ophangen.”

Daarom zou Herzberg zich in zijn graf kunnen hebben omgedraaid na het horen van de lezing van Kaag (die ongeveer hetzelfde was als die van Ollongren). Herzberg wilde vijanden begrijpen, niet veroordelen. Je kon pas over iemand oordelen als je in dienst schoenen hebt gestaan, zei hij. Dat niveau halen onze damesministers op geen stukken na. Ze hebben vijanden nodig. Met Fortuin, Wilders en Baudet veroordelen ze miljoenen Nederlanders die zich anders gedragen dan de dames overeenkomstig hun persoonlijke behoeften en wensen wenselijk achtten.

Verwant blog: Het ergste móet nog komen

vrijdag 22 september 2017

De Islam kweekt ‘verwarde mensen’

                                                                 
De oplossing die nog nergens een oplossing bleek te zijn

Elsevier berichtte deze week over Iljan Borhami, de terroriste die graag naar Nederland wil terugkeren ondanks het feit dat ze laat weten het land te verafschuwen. De nood, ‘het wordt hier winter’, leidt in dit geval niet tot deugd, tenzij het vasthouden aan de utopische islam als deugd moet worden beschouwd. Haar utopisch wereldbeeld is terug te vinden in haar uitspraak: ‘Dat het ‘kalifaat’ nu op instorten staat, is te wijten aan het niet volgen van religieuze regels’.

Die uitspraak valt naadloos in de pretentie van de islam dat ze overal een oplossing voor heeft. Als de voorgeschreven regels exact worden gevolgd, komt alles goed. Die pretentie is utopisch. Het komt nooit goed. Daar is een eenvoudige verklaring voor die ook geldt voor alle andere utopieën: mensen zijn niet volmaakt. Daarom wordt een utopie dan ook beschreven als: onmogelijke werkelijkheid, een ideale wereld die echter niet bereikt kan worden.

Wie desondanks in een utopie blijft geloven, zoals Iljan Borhami en vele andere moslims en moslima’s, is wereldvreemd. Het leven in Nederland is voor hen een dystopie.  Een onleefbare wereld. Het is de islam dan ook te verwijten dat ze haar aanhangers nog steeds voorhoudt dat het onbereikbare bereikt kan worden als de voorgeschreven regels exact worden gevolgd.

De realiteit zou een goede leermeester moeten zijn. Alle islamitische landen kunnen worden beschouwd als ‘failed states’ die in ontwikkeling sterk achterblijven bij de Westerse landen en een aantal Aziatische landen. In plaats van daar de juiste conclusie uit te trekken, wordt de oorzaak systematisch buiten de islam gelegd. Er kan daarom gesproken worden van een narcistische islam. Het is ondenkbaar dat ze kan falen, dus moet de oorzaak buiten de islam worden gezocht. Zelfs als je een psychiatrische ziekte krijgt, kan dat niet aan de islam liggen.

Twee tot zes procent van de allochtonen ontwikkelt een psychotische stoornis. Bij autochtonen is dat maar 1 procent, meldt de GGZ. De oorzaak moet natuurlijk niet bij de islam worden gezocht. Het ligt aan de discriminatie! Deze door de islam gepropageerde verklaring wordt te vaak voor zoete koek geslikt.

De narcistische islam dwingt mensen om ‘anders’ te zijn dan de omgeving waarin ze door migratie terecht zijn gekomen. In zijn boek ‘Respect’, toont Richard Sennet aan dat nieuwkomers die zich aanpassen veel minder problemen hebben dan degenen die zich niet aanpassen. Degene die zich aanpast toont respect voor zijn nieuwe omgeving. Degene die dat niet doet en dat geldt voor de meerderheid van de moslims in Nederland, kiest niet voor wederzijdsheid, maar voor het isolement van het anders zijn. Dat levert vanuit de ontvangende samenleving geen respect op. Het wordt geframed als ‘discriminatie’, waarbij de schuld bij de ontvangende samenleving wordt gelegd. Dat berust echter op de omdraaiing van oorzaak en gevolg. De islam bewijst daarmee niet alleen Nederland een slechte dienst, maar ook haar aanhangers.

Ook het Sociaal Cultureel Planbureau meldde in 2015 dat goed geïntegreerden gelukkiger en gezonder zijn dan degenen die de stap naar integratie nog niet hebben gezet.

Een 'verward' lid van de Hofstadgroep
De islam houdt vast aan haar narcistisch gelijk en kweekt door het consequent tegenwerken van integratie ‘verwarde mensen’ als aanhangers zich te sterk met de islam identificeren. Een aantal daarvan kiest uiteindelijk voor terrorisme omdat de islam geen ongelijk kan hebben en de navolging van Mohammed een islamitische deugd is. Als de realiteit niet overeenkomt met de utopie volgt er altijd geweld vanuit degenen die de utopie boven de werkelijkheid stellen. Geweld van 'verwarde' mensen.


donderdag 21 september 2017

Het narcisme van de islam wordt onvoldoende herkend

Mohammed Enait, de vlees geworden narcist
                                                                       
Het verschijnsel islam kan op verschillende manieren worden doorgrond. Onderzoek via de geschiedenis, theologie, politiek en geopolitiek, sociologie en sociale psychologie levert genoeg beelden op, maar het plaatje kan niet compleet zijn zonder de psychologie erbij te betrekken.

De narcistische islam kennen is een stap op de weg naar het herkennen van het verschijnsel islam zoals we dat door het gedrag van moslims en moslima’s hebben leren kennen. De link hierboven (en hieronder) geeft veel kenmerken waar de meeste lezers hun eigen waarnemingen aan kunnen koppelen.

De schrijvers van de koran hebben ons opgezadeld met een Mohammed die zich in alle opzichten kenmerkt door zijn narcisme. De schrijvers van de koran hebben ons (en moslims) opgezadeld met een zichzelf verheerlijkende religie.

Het leven van Mohammed zoals dat beschreven wordt, laat een man zien die nooit iets verkeerd doet en alles en iedereen die hem niet volgt, vernietigt of vernedert. Dat vernietigen is het typische kenmerk van de agressieve narcist. Hij verdraagt niets om zich heen dat in strijd is met zijn zelfbeeld. We herkennen dat bijvoorbeeld in de opvatting van moslims dat kruizen uit hun gezichtsveld moeten worden verwijderd, terwijl ze hun vrouwen uit hoofde van hun religie met hoofdbedekking of erger de publieke ruimte in sturen. Van wederkerigheid is dus geen sprake en dat is kenmerkend voor narcisme.

"Gebrek aan wederkerigheid is het gevolg van een opgeblazen houding. Daarbij passen symptomen zoals grenzen overschrijden, geen rekening met anderen houden en arrogantie."

Narcisme komt voort uit een te laag zelfbeeld en te laag zelfvertrouwen. Door overcompensatie wordt dat gemaskeerd en ontstaat de behoefte om een veilige omgeving te creëren die alleen bereikt kan worden door volledige dominantie.

"Het opblazen is een zelfbeschermende poging om het basale wantrouwen niet te voelen. Het bevat kenmerken als dominantie, eigenliefde en gevoelloosheid."

De islam heeft van narcisme een strategie gemaakt. Moslimkinderen worden opgevoed in narcisme. Hen wordt geleerd dat de islam in alle opzichten superieur is en dat een moslim dat ook is. Alles wat als niet-islamitisch kan worden beschouwd, moet worden verwijderd uit de wereld. In het dagelijks leven voor een moslim in een niet-islamitisch land, leidt dit veelvuldig tot botsingen. In het onderwijs, op de werkplek, in de buurt botst het voortdurend en laat de moslim zich in zijn narcisme kennen. Het streven naar dominantie en het gebrek aan zelfkritiek is altijd weer herkenbaar.

"Bij afstoten passen symptomen zoals een lage frustratietolerantie, de fout bij de ander leggen, minachting en woede."

Die lage frustratietolerantie heeft ook te maken met het narcistische eergevoel dat geen kritiek verdraagt. Als het eergevoel wordt aangetast vergt dat een reactie om te voorkomen dat de reputatie in de gemeenschap wordt aangetast.

Een van de strategieën die bij narcisme behoren is slachtofferschap. Dat is een gewiekste strategie omdat een narcist door manipulatief gedrag altijd medestanders weet te vinden. Verdeeldheid is daarvan het gevolg. We kunnen dat niet alleen in specifieke situaties zien, maar ook in de samenleving als geheel.

Niet iedere moslim of moslima heeft een narcistische persoonlijkheidsstoornis, maar het zijn er wel veel. Het ontbreekt aan kennis en bewustzijn onder de autochtone bevolking om dit gedrag te herkennen en het ontbreekt aan tegenstrategieën om daar mee om te gaan. Toch is het van belang dat dit gedrag wordt herkend. Vooral in het onderwijs, bij de politie, bij uitkeringsinstanties en bij werkgevers is die kennis van het grootste belang. Bij veel beschuldigingen van racisme en discriminatie is immers narcisme de bron.




dinsdag 19 september 2017

Hebben nieuwkomers een minderwaardigheidscomplex?

                                                                 


Gisteren schreef ik over de beeldenstorm die in Nederland tot grote verdeeldheid leidt. Ik beloofde er vandaag op door te gaan. Het wordt iets anders dan u misschien verwacht. Het gaat niet over de beeldenstorm zelf, maar over degenen die met hun activisme de storm veroorzaken.

Een aantal jaren geleden zat ik samen met een bevriende vluchteling in de trein. We hadden geanimeerde gesprekken die soms verstomden als we door het raam naar het voorbijsnellend landschap keken. Tijdens een van die stiltes kreeg mijn vriend ineens een spontane inval. “Peter”, zei hij, “deze trein is wel van jou, maar niet van mij!” Een hele diepe en het kostte me even tijd om de opmerking te doorgronden. Hij beschouwde zichzelf nog niet als mede-eigenaar van Nederland. Als je voldoende zelfvertrouwen hebt, zoals mijn vriend, komt het wel goed. Maar als je dat zelfvertrouwen niet hebt, kunnen er ernstige problemen ontstaan.

Het zijn herkenbare problemen. Als je als nieuweling in een groep terechtkomt die je nog niet kende, zal zelfvertrouwen je helpen om door de groep geaccepteerd te worden. Als je dat zelfvertrouwen niet hebt, blijf je een buitenbeentje. Dat kan nog versterkt worden als je een kleurtje hebt, heel andere waarden en normen gewend bent en de taal niet voldoende beheerst. Als het mis loopt kan de situatie ontstaan dat je je tegen de groep en de (formele en informele) leiders van de groep gaat afzetten. Je kan dan gaan overcompenseren door de oorzaken niet bij jezelf maar in je omgeving te zoeken. Je eis wordt dat de omgeving op jou gaat lijken zodat je je weer veilig kan voelen.

Overcompenseren als gevolg van gebrek aan zelfvertrouwen kent twee wegen. Narcisme is de eerste en daar schreef ik al eens eerder over. Narcisten willen alles vernietigen wat hen niet aanstaat. Het is een van de redenen voor de beeldenstorm. Het minderwaardigheidscomplex is de tweede oplossing. In die hoedanigheid kies je voor slachtofferschap. Overcompensatie kan dan leiden tot beschuldiging en/of vernedering van anderen die mindere mensen zouden zijn dan degene die overcompenseert.

Bij gebrek aan zelfvertrouwen ontstaat de neiging om de omgeving aan te passen aan je behoeften. Hoe meer de omgeving op jou lijkt, des te veiliger je je voelt.
Deze mechanismen zien we alle dagen aan het werk bij de nieuwkomers van Surinaamse/Caraïbische huize en van islamitische huize. Je ziet het in het soms arrogante individueel gedrag, in het groepsgedrag en bij de woordvoerders. Vooral de laatsten moedigen overcompensatie aan en dat leidt niet zelden ook tot agressief gedrag. De eis is dat Nederland moet veranderen, omdat Nederland niet deugt. Volgens de islamitische woordvoerders is Nederland een decadent racistisch land en volgens de woordvoerders van de donkergekleurden is de blanke mens zelfs tot in zijn onderbewustzijn racistisch. Een van de onwenselijke gevolgen daarvan is de getto-vorming.

Vooral voor linkse stromingen zijn het allemaal slachtoffers, want links bestaat bij de gratie van de aanwezigheid van slachtoffers waarvan de noden verlicht moeten worden. De slachtoffers hebben allemaal te maken met 'racisme' of 'discriminatie'. Die beschuldigingen behoren echter tot de afweermechanismen van narcisten en mensen met een minderwaardigheidscomplex. 

Er is maar één oplossing. De formele en informele leiders en spreekbuizen van minderheidsgroepen moeten worden gecorrigeerd. Van mij mag dat hardhandig door ze te exposeren als exploitanten en manipulatoren van overcompensatie. Ze moedigen het aan en veroorzaken zo veel meer problemen voor de Nederlandse samenleving dan wenselijk is.

Het gevolg is achterblijven in welvaart en welzijn die door een goede integratie vanuit zelfvertrouwen beslist in grote mate had kunnen worden voorkomen.


donderdag 16 maart 2017

Een narcistische islamitische partij in het parlement

                                                                           


Ja, Pechtold is wel narcistisch, maar redelijk ongevaarlijk. Bij Jesse Klaver weet ik dat nog niet zo. Maar van DENK weet ik het zeker: 3 gevaarlijke narcisten.

Bij de huidige stand van zaken komt DENK met 3 zetels in het parlement. De stemmen komen uit de wijken waar veel migranten wonen. In Nieuw-West in Amsterdam is DENK de grootste partij geworden.

In droog gewicht samengevat staat DENK voor het volledig behoud van de islamitische identiteit en prijst dit aan onder de noemer van ‘diversiteit’. “Wen er maar aan” is het motto van de partij. We zijn er, blijven onszelf en gaan niet weg.
Dat levert natuurlijk problemen op. De roep om integratie wordt in Nederland steeds sterker. DENK wijst dat af en wil het eigenlijk als discriminatie criminaliseren. Duizend man ‘discriminatiepolitie’ eist de partij. Onder het handig gekozen denkbeeld van ‘inclusiviteit’, wil de partij de zelfgekozen exclusiviteit van de fundamentele islam als te accepteren aan de Nederlandse samenleving opdringen. Wie daarin niet meegaat is xenofoob, islamofoob en een racist die discrimineert.

Het is een narcistisch standpunt. Wie mij niet mooi, slim, aardig,  rechtvaardig en eerlijk vindt, kan niet deugen. We mogen blij zijn dat heel veel moslims niets van de partij moeten hebben, anders hadden het gemakkelijk zeven of acht zetels met narcistische politieke terreur geworden.

Op wederkerigheid valt DENK niet te betrappen. Ze eist rechten op en legt de plichten bij anderen. Ook dat is een kenmerk van narcisme. Erdogan is een typisch voorbeeld van een narcist. Het beledigde Turkije heeft inmiddels een heilige oorlog met Europa aangekondigd. Het kenmerk van een narcist is dat hij mensen die hem dwarszitten wil vernietigen.

Narcisme is ook eigen aan de tribale cultuur waarin eer en reputatie met alle middelen wordt nagestreefd en empathie afwezig is. Het eigen belang  en het eigen gelijk gaan altijd voor en wordt agressief behartigd. Het narcistische profiel van DENK oefent met name aantrekkingskracht uit op narcistische moslims. De islam verspreidt narcisme door voortdurend te verkondigen dat in de islam alles beter is en de islam de enige oplossing is voor de problemen die de mensheid teisteren. Als we daarvan niets terug zien in islamitische landen, deert dat een rechtgeaarde moslim niet. Als het in die landen niet zo goed gaat is dat te wijten aan een onjuiste uitoefening en beleving van de islam. Alweer krijgen de anderen de schuld.

Psychologen wijten narcisme aan overcompensatie als gevolg van een te gering zelfbeeld en te weinig zelfvertrouwen. Via compensatie laat een narcist het tegenovergestelde zien. Dat masker om de ware aard te verbergen wordt een levensbehoefte en bij de minst of geringste tegenslag reageert de narcist door beledigd te zijn en te eisen dat het ongedaan wordt gemaakt. De narcist acht dat volkomen gerechtvaardigd. Het is dan ook niet merkwaardig dat het deel van de moslims dat behept is met deze aandoening problemen heeft op de werkvloer en als regel een jaarcontract niet overleeft. In het narcistisch jargon heet dat dan discriminatie en of racisme. Al te vaak wordt dat serieus genomen en niet voldoende doorzien. We moeten ons nog beter leren bewapenen.

De partij DENK heeft nu drie narcistische rolmodellen in het parlement. Zij vormen een gevaar voor de geestelijke gezondheid van veel moslims die zich identificeren met hun stijl en in hun narcisme bevestigd worden alsof het een noodzakelijke (over)levenshouding is.

In het parlement hebben de narcistische Kuzu en Öztürk zich al nagenoeg onmogelijk gemaakt. Met de versterking in de persoon van de agressieve Azarkan, zal dat alleen nog maar verder gaan. Het zal in Nederland vooral de strijd voor de integratie geen goed doen als DENK zich voortdurend tegen op integratie gerichte maatregelen zal keren. Het zal ook leiden tot verdere verharding binnen de samenleving. Macho-terreur door jongeren zal toenemen en de bereidheid van een redelijk grote groep moslims om zich aan de geschreven en ongeschreven regels te gouden zal verder afnemen. Nederland krijgt beschuldigingen en bedreigingen om de oren tot het die helemaal zat zal zijn. Turkije hoeft niet met heilige oorlogen te dreigen, die ontstaan vanzelf door de onverzoenlijke houding van DENK. De botsing van culturen is onvermijdelijk geworden.


Er is geen verkeerd populisme, er zijn alleen verkeerde moslims. Veel goedwillende moslims waarschuwen dagelijks voor hen. Het verwijt dat ze nauwelijks zichtbaar zijn is al lang niet meer houdbaar. Het juiste verwijt is dat er te weinig naar hen wordt geluisterd. Vraag het ex-moslima Ebru Umar maar.

woensdag 13 juli 2016

Volkskrant laat ‘valse profeet’ aan het woord

                                                                     
Lotfi Abdel Hamid
   
Iedere gebeurtenis laat zich in verschillende versies vertellen. Met accentverleggingen, kleine toevoegingen en weglatingen kan een gebeurtenis van een nieuwe interpretatie worden voorzien. Voor een kritische luisteraar of lezer onthult zo’n verhaal de bedoelingen van de verteller. Een gebeurtenis kan zelfs in een bepaald frame worden geplaatst als ‘bewijs’ en illustratie en dat leidt als regel tot een doelredenering. Bij dat ‘framen’ kan twijfel ontstaan over de oprechtheid van de verteller. Dat overkwam mij bij het lezen van het artikel “Geen docent gaf mij het idee dat ik beter kon” in de bijlage Vonk van de Volkskrant. van 9 juli 2016.

De verteller in het artikel is Lotfi Abdel Hamid. Hij gaat in op de recente ophef dat in het onderwijs docenten te lage verwachtingen hebben van niet-westerse leerlingen. Dat leverde een ronduit slecht artikel op dat mijn ergernis wekte. Als deelnemer aan het programma ‘Kansen krijgen, kansen pakken’ deed hij dat al eerder. Zijn naam was me toen ontgaan, maar ik schreef er over in een van mijn eerdere blogs. Ik ergerde me aan zijn etnocentrische en cultuur-marxistische kijk op de wereld om hem heen.

Hamid werd toen hij 12 was (2001), na een jaar Havo, teruggezet naar de Mavo. Hij wijt dat aan de ongeïnteresseerdheid van zijn docenten die hij beschrijft als mensen die hun voorkeur voor Fortuyn duidelijk lieten blijken en zich liever niet inlieten met niet-westerse leerlingen. Wel, als je op de Havo mag beginnen, is de onderschatting kennelijk niet zo groot geweest en als je terug moet naar de Mavo, zal dat toch echt aan de cijfers hebben gelegen. Dat het lerarencorps bestond uit ‘Fortuynisten’, lijkt erg onwaarschijnlijk. Hamid blijkt niet in staat om vanuit een ‘helicopterview’ naar zijn situatie te kijken. Integendeel, hij geeft hier blijk van kleinzieligheid die mede wordt veroorzaakt door de schaamtecultuur die Marokkanen eigen is. Dat blijkt ook uit zijn weergave van een ander voorval. Ooit werd hij door de politie staande gehouden en bij het doorzoeken van zijn tas werd daarin een tentamenopgave aangetroffen met een bar slecht cijfer. De agent beet hem toe dat hij ‘beter zijn best’ moest doen. Die had kennelijk nog wel hoge verwachtingen van hem, maar dat ontgaat Hamid. Het past niet in zijn frame. Hij voelt zich gekwetst en vernederd door de ontdekking van het lage cijfer, zoals hij zich ook gekwetst voelde toen hij van de Havo terug gezet werd naar de Mavo. De werking van schaamtecultuur wordt zo zichtbaar alsook de reden van zijn gekwetstheid.

Tegenwoordig is Hamid leraar, na als historicus te zijn afgestudeerd. Hoe hem dat gelukt is, vertelt het verhaal niet, maar het is aannemelijk dat hij docenten is tegengekomen die hem wel het idee gaven dat hij beter kon, hem gestimuleerd en wellicht zelfs geholpen hebben. Maar dat past dan weer niet in het frame waarbinnen hij zijn verhaal wil vertellen. Een integer wetenschapper lijkt hij niet te zijn. Zelfkritiek en alle andere context (tweedeling onderwijs, etc) wordt achterwege gelaten ten behoevce van het frame: Etnische profilering in het onderwijs

Aan zijn ervaringen ontleent hij de ambitie om voor zijn leerlingen degene te willen zijn wat hij bij zijn eigen docenten gemist heeft. Hij geeft wat voorbeelden hoe dat gaat en hoe zijn eigen culturele bagage daarbij helpt. Zo gaat hij met zijn klas in op de gebeurtenissen in Parijs en vertelt daarover: “Ik ben ervan overtuigd dat velen van hen anders de rest van het jaar met opgekropte emoties hadden gezeten”. “Tjonge”, dacht ik bij het lezen, “wat een excellente docent al niet in één lesuur kan bereiken”. Het lijkt een beetje op narcistische grootspraak die door de naïevere lezer nog wel kritiekloos geslikt zal worden.

En dat brengt me tot de conclusie dat de Opinieredactie van de Volkskrant voor een belangrijk deel uit naïeve lezers bestaat. Waarschijnlijk geloven ze daar nog in het ideaal van de multiculturele samenleving en het is niet de eerste keer dat ik dat opmerk. Ik wens verschoond te blijven van slechte artikelen van pedante kwasten. Als de redactie haar werk goed had gedaan, had dit artikel de krant nooit gehaald. Het bovenstaande is maar slechts een deel van mijn kritiek op het artikel. Alles vermelden zou echter de beoogde lengte van het blog aanzienlijk overschrijden.