maandag 21 november 2016

Nederland is mijn vaderland, Turkije is mijn moederland

                                                                      

De VPRO liet gister in het programma ‘Tegenlicht’ een portret zien van Turken in Nederland die Erdogan steunen. De spagaat tussen het verblijf in Nederland en de binding met Erdogans Turkije wordt overbrugd door retoriek. De slagzin: ‘Nederland is mijn vaderland, Turkije is mijn moederland’ wordt gevolgd door: ‘En die liefde voor je vader en moeder kan je niet scheiden van elkaar’.

In het programma worden ook enkele Erdogan-aanhangers gevolgd die, in Turkije, aangifte hebben gedaan tegen Metro-columniste Ebru Umar toen die bij haar ouders in Turkije verbleef. Ze voelden zich beledigd door de niet malse teksten van Umar over Erdogan. Een beetje raar eigenlijk want, als het al een delict is, is dat gepleegd in Nederland (het vaderland). Maar de heren vonden het Nederlandse recht te soft. Gevalletje van internationaal juridisch shoppen. Als vader niet toegeeft, kun je het nog altijd weer bij moeder proberen.

De mannen in het programma hadden geen moeite met conflicterende normen en waarden. Ze houden zich in Nederland braaf aan de wet en betalen hun belasting. Maar hun normen en waarden waren onmiskenbaar Turks en dat culmineerde in een verering van Erdogan die Turkije weer groot maakt. Een enkeling ging daar heel ver in en zag het glorievolle Ottomaanse rijk weer rijzen. Er waren ook bebaarde critici van Erdogan te zien. In niet mis te verstane woorden gaven ze te kennen dat Erdogan in hun ogen een slappeling was die niet ver genoeg ging in het islamiseren van het land. Ongetwijfeld hebben ze een Nederlands paspoort op zak en vinden ze tegelijkertijd dat Nederland een verderfelijk land is zolang het de islam niet omarmt.

Opvallend was dat de meeste mannen welbespraakt waren en hun Nederlands uitstekend beheersten. Ik spreek beter Nederlands dan menig Nederlander, zei een van hen en dat was niet onterecht. Maar ook van hem hoorde ik niets anders dan retoriek die de spanning overbrugt tussen hier zijn en daar willen wezen. Ogenschijnlijk geïntegreerd, maar dat beperkt zich tot economische integratie. De Turkse cultuur wordt zorgvuldig onderhouden en bevat geen andere Nederlandse trekjes dan de rechten waarop ze zich kunnen beroepen.

In het latere ‘Nieuwsuur’ trad er een sterk contrast op met de verhalen in ‘Tegenlicht’. De nationale deken van alle advocaten in Turkije liet bij een interview weten dat in Turkije de rechtsstaat niet meer bestaat. Advocaten kunnen niet meer naar behoren functioneren, de rechten van verdachten worden sterk aangetast en de rechtspraak is niet meer betrouwbaar. In een openbare meeting met Erdogan waarin hij dat moedig naar voren bracht, werd hij door de laatste woedend uitgescholden voor leugenaar.

In Nederland is men daarover terecht verontwaardigd. Dat was aan de Erdoganisten in ‘Tegenlicht’ niet besteed. Erdogan staat op een voetstuk en kan niets verkeerd doen. Hij is het die Turkije groot maakt en een derde wereldland heeft omgetoverd in een natie die meetelt in de wereld. Dat telt. Bijna alle mannen uit het VPRO-programma zijn van plan om op DENK te stemmen en ze waren actief bij demonstraties waar een zee van Turkse vlaggen was te zien. Het is niet alleen een Nederlands probleem.

Hun retorisch spel met de begrippen ‘vader’ en ‘moeder’ is eigenlijk propaganda die hun verblijf in Nederland moet rechtvaardigen. Goedbeschouwd gaat het om een echtpaar dat is gescheiden en waarvan de kinderen voor hun moeder hebben gekozen. En natuurlijk letten ze op of vader wel trouw de alimentatie betaalt en hun rechten respecteert. Verder laten ze hem links liggen.



zondag 20 november 2016

De NRC doopt haar pen in verongelijktheid

                                                                 
NRC doopt haar pen in verongelijktheid

In de NRC voelt de elite verslagenheid en reageert met verongelijktheid. Gisteren onderzocht ik de reactie van de Volkskrant op de culturele en politieke crisis die door de uitslag van de Amerikaanse verkiezingen is veroorzaakt. Ze snappen het daar nog steeds niet, was mijn conclusie. Vandaag is de NRC van 19/20 november aan de beurt. Hoe reageert de krant op de crisis in de media? Het is een treurige krant geworden. Verongelijktheid is de toon. De crisis vormt een bedreiging voor het establishment.

Ik ben bang, de wereld wantrouwt ons
Zo luidt de kop boven een ingezonden brief. “Ik ben hoogopgeleid en woon in een ‘nette’ buurt. Mijn kinderen zijn ook hoogopgeleid, hebben goede banen en leuke huizen. Dat gaf altijd een gevoel van veiligheid. Maar nu ben ik bang. Bang dat mijn kleinkinderen moeten opgroeien in een wereld die ons wantrouwt. Wij zijn voor gelijke rechten voor iedereen en stemmen op politici die hun best doen om dat voor elkaar te krijgen. Maar die worden ook gewantrouwd.” Er volgen nog wat zinnen over het racisme en de vreemdelingenhaat uit minder ‘nette’ buurten en over de boze PVV-stemmer die door populisme op het verkeerde pad is gebracht.
Ik vraag me al tijden af hoe redacties bepalen welke ingezonden brieven wél en niet de krant halen. Bij de NRC moeten ze gedacht hebben dat deze brief wellicht representatief is voor de opvattingen die bij een aantal van haar lezers leven. Representatief voor het bedreigde deugdzame establishment dat andere zorgen heeft dan de bedreigde burger die zich om andere redenen afvraagt in wat voor wereld zijn kleinkinderen moeten opgroeien.

Er is iets gaan wankelen in Soest
In de reeks ‘De stemming’ is de NRC deze keer op bezoek in een villawijk in Soest. “Bevoorrecht noemen ze zichzelf. Maar de welgestelden in Soest voelen zich onrustig. “Het systeem collapst.”. Na deze intro maken de geïnterviewden duidelijk dat ook welgestelden met hun riante inkomens te maken hebben met baanonzekerheid en de veiligheid van hun pensioen. Een van hen gaf een training in kwaliteitsverhoging in een bakkersfabriek. Nog nauwelijks begonnen klonk uit het publiek de kreet ‘sodemieter op vuile zakkenvuller, je bent nummer tien die ons komt vertellen hoe het beter kan’. “Er is iets aan het  wankelen”, zegt een ander in reactie. Het wordt niet ingevuld. Maar ik begrijp er uit dat de spreker vaststelt dat ook zijn wereld zal veranderen en niet ten goede.

Er komt een laag eelt over onze beschaving te liggen
Die zin is opgetekend uit de mond van Simon Schama in een interview over zijn nieuwste boek: ‘The Face of Brittain’, dat over de betekenis van de Britse portretkunst gaat. Die zin werd meteen de kop boven het interview en heeft eigenlijk helemaal niets met het boek van Schama te maken. Die zin kwam er omdat Schama in het interview helemaal leegloopt over de Amerikaanse keuze voor Trump. De jaren 1933 en 1939 komen voorbij, Trump is weliswaar geen Hitler, maar fascisme komt in vele gedaanten. Schama troost zich met de gedachte dat Kunst blijft voortbestaan. “Er is een wereld die barbaren niet kunnen verwoesten”. Een weinig betrouwbare troost in een wereld waarin ISIS met bulldozers en voorhamers de kunst in het Midden-Oosten aan het vernietigen is. Maar daar heeft Schama het niet over. In zijn opvattingen komt het gevaar niet van buiten, maar van binnen. Alweer een tot het establishment behorende intellectueel die zijn wereld bedreigd weet en de oorzaak op de verkeerde plaats legt.

Waarom de politisering van de journalistiek dichterbij komt
Het is de kop boven een artikel in de reeks ‘Haagse invloeden’ waarin Tom-Jan Meeus uitlegt welke verdervende invloed Wilders op de journalistiek heeft. Het artikel loopt over van de verongelijktheid. “De economie draait sterk, de werkeloosheid daalt, dankzij de VVD en de PvdA is de rijksbegroting op orde zodat er de volgende periode geld is voor investeringen en verbeteringen”. Wat zeurt de ‘boze burger’ eigenlijk over is de onmiskenbare boodschap. Al die prachtige resultaten zijn te danken aan de ‘redelijkheid’ die een oer-Hollandse vorm van redelijkheid is en dat is wel wat anders dan de ‘Wilderswoede’. Anders dan de Volkskrant die om ‘moedige journalistiek’ vraagt, vindt Meeus journalisten laf: “Overal zie ik journalisten het verwijt dat zij zoveel zaken ‘gemist’ hebben, beantwoorden met het extra uitvoerig citeren en napraten van Wilders”. De mokkende Meeus lukt het in zijn verongelijktheid niet om over de rand van zijn beeldscherm te kijken. Ook de politieke correctheid van de hedendaagse media is/was een vorm van politisering waarbij de werkelijkheid getransformeerd wordt in een schijnwereld die in toenemende mate door de boze burger wordt doorzien. Meeus loopt verder nog leeg over de orkestratie achter het ‘minder, minder’ toneelstukje van de PVV. Dat ook de aangiften daartegen waren georganiseerd, vergeet hij gemakshalve even. De redelijkheid wordt niet alleen vanuit het Wilderskamp bedreigd, het anti-Wilderskamp weet ook van wanten. Meeus is de zoveelste burger die zich door de ontwikkelingen bedreigd voelt, maar er niet in slaagt om constructief met de ontstane situatie om te gaan. 

De wraak van de vergetenen is nog niet voorbij
De keuze van de koppenmaker van de krant is gevallen op de bedreiging die van de crisis uitgaat en die het establishment bedreigt. Deze vlag moet een artikel dekken van Ronald Buijt (op de internetversie is de kop aangepast), fractievoorzitter van Leefbaar Rotterdam. Buijt benoemt de machteloosheid die veel Nederlanders voelen en die door het establishment en hun media worden veronachtzaamd. Optimistisch is hij niet. “De media zullen moeten beseffen dat het niet hun taak is om burgers op te voeden tot kosmopolitische progressieven, maar juist ruimte te bieden aan geluiden die niet in hun straatje passen. Veel vertrouwen heeft hij daar niet in. “De elites zullen te verknocht aan hun dogma’s blijken om het tij te kunnen keren.” Dat vertrouwen heb ik eerlijk gezegd ook niet erg. De NRC heeft bij het artikel zes grote foto’s geplaatst van de Trump-aanhang, portretten die bepaald niet representatief zijn voor de verontruste burger die zich machteloos voelt. Ronald Buijt is een Trumpist en zijn achterban is niet serieus te nemen, lijkt  hier het onuitgesproken commentaar te zijn. Die aanname berust niet op losse gronden. Meteen naast het artikel plaatst de NRC een artikel van de hand van Ali Sina Alizay met de kop: “….en ze willen dat witte mensen de norm blijven. Trump is niet ondanks, maar juist vanwege zijn xenofobie aan de macht gekomen, meent de schrijver. Zijn opvattingen staan dicht bij de van de NRC die geen mogelijkheid onbenut laat om Trump op zijn zwartst af te schilderen en daarmee de lezer bang te maken. Ali Sina Alizay deelt die angst: “Het mag duidelijk zijn dat de wielen maar één kant op draaien, richting een wankele wereldorde waarin zwaar gepolariseerde, naar binnen gerichte landen worden geleid door despoten”. Het alarmisme spat er van af. Ali’s angst is dat minderheden straks weer opgeofferd zullen worden.

Ik ben al weer te lang doorgegaan
Vandaag lukt het niet om het kort te houden. In de NRC lijkt er geen einde te komen aan het leed van het bedreigde politiek correcte establishment en de bedreigde minderheden. Nogal zwak voor een krant die beweert tot nadenken te willen stemmen en geen afstand neemt van de eigen voorbarige emoties. Wat er bedreigd wordt is de hoogdravende politieke correctheid en de daardoor gesteunde agressieve houding van minderheden. Als ik iets in mijn leven heb geleerd is het wel dat al dit soort discussies niet over principes gaan maar over het daardoor verhulde machtsstreven en door groepsbelangen. De crisis is niet meer dan een balansverstoring en leidt hopelijk weer tot een nieuw machtsevenwicht. Media kunnen daar een belangrijke rol in spelen. Zover is de NRC nog niet, die verblijft nog in een rechtvaardiging van geromantiseerd beeld van het heden. Hoogste tijd om de door zelfgenoegzaamheid stomp geworden pennen weer eens te slijpen.



zaterdag 19 november 2016

Het is de ‘politieke correctheid’, stupids!

                             
Martin Sommer, de 'nieuwe realist'


Iedere morgen word ik letterlijk en figuurlijk weer wakker met het lezen van de Volkrant. De krant die gevuld wordt door een redactie die geen lef heeft om buiten de (geo-)politieke correcte lijntjes te denken. En als een redacteur dat wel doet, loopt Bert Wagendorp met een rooie kop naar de hoofdredactie om briesend diens ontslag te eisen. Het overkwam Martin Sommer, maar de hoofdredactie heeft hem desondanks gehandhaafd. Iedere zaterdag kijk ik uit naar zijn column die gekenmerkt wordt door het ‘nieuwe realisme’, een opbeurende en verfrissende  oase in de woestijn van politieke correctheid.

Vandaag heeft Sommer het over het kuddegedrag van parlementsleden die gehouden zijn zich aan de partijlijn te houden. Als voorbeeld geeft hij de VVD-fractie die eigenlijk tegen het steunpakket aan Griekenland wilde stemmen en dat niet mocht van premier Rutte (die eerder in de verkiezingsstrijd had aangekondigd: ‘geen cent voor de Grieken’). Sommer zou met een analyse van het kuddegedrag van journalisten en opiniemakers een mooi vervolg op die column kunnen schrijven. Journalisten en opiniemakers hebben geen last van Rutte, maar wel van de politiek correcte bovenlaag die hen dwingt om binnen de lijntjes te blijven.

Naast de column van Martin Sommer, staat een officieel Volkskrantcommentaar over het ‘Zelfonderzoek bij de publieke omroep’. Als ik daar aan begin wordt de Volkskrant weer een sparringpartner die het verzet in mij oproept. “Goede journalisten stellen ook ongemakkelijke vragen”, staat er in dat hoofdcommentaar. Dat menig journalist zich bij zo’n zin zal afvragen: ‘oké, maar als ik dat doe, beschermt mijn baas me dan ook omdat ik volgens collega’s buiten de lijntjes pies?’. Zo diep gaat het Volkskrantcommentaar niet. Bij een andere zin in het commentaar kreeg ik acuut nieuw-realistische kriebels. “Nieuwsmedia hebben in de eerste plaats een hygiënische functie. Ze moeten zin en onzin van elkaar scheiden. Daartoe moeten alle feiten en beweringen kritisch onder de loep worden genomen”. Zo te lezen, weten ze wel hoe het zou moeten. Maar waarom doen ze dat dan niet? De hygiëne waarover in dit commentaar wordt gesproken is in de media opvallend afwezig. Het lijkt er eerder op dat onder hygiëne wordt verstaan: de lezer het juiste (politiek correcte) laten denken. De opvoedende taak van de media roept bij mij het beeld van een nationale voorganger in het politiek correcte denken op. Geert Mak is zijn naam (en Peter R. de Vries zijn pappagaai). Geert Mak ligt ’s nachts wakker van de ‘vertrossing’ van Nederland, zoals zijn politiek correcte bentgenoten wakker liggen van de ‘onderbuik’ van Nederland. ‘Vertrost’ Nederland moet tegengas krijgen en het politiek correct denken is daarvoor het aangewezen medicijn.

Een voorbeeld. De Volkskrant heeft vandaag weer een paginagroot artikel over een vluchtelingengezin. Het is er een uit een reeks. De reeks heeft geen andere bedoeling dan de lezer te laten sympathiseren met vluchtelingen. De lezer moet worden weggehouden bij verkeerde gedachten. Bijvoorbeeld bij de vraag: ‘zijn het oorlogsvluchtelingen of economische migranten? Helemaal geen gekke vraag. Frans Timmermans (ja, die) opperde al eens dat waarschijnlijk zo’n zestig procent geen oorlogsvluchteling genoemd kan worden. Recent onderzoek komt op een percentage van 13% vluchtelingen die een oorlog gerelateerd vluchtmotief hebben. Dat is niet het beeld dat de media en belangenorganisaties als Vluchtelingenwerk schetsen. Het zijn allemaal oorlogsvluchtelingen is  het verhaal. Wie bezwaren maakt tegen de grote vluchtelingenstroom wordt geportretteerd als een slecht mens.

“Goede journalisten stellen ook ongemakkelijke vragen”, stond er in het hoofdcommentaar van de Volkskrant van vandaag. Als het om de ongemakkelijke vragen over de vluchtelingenproblematiek gaat, moet ik zo’n journalist nog tegenkomen. Ze mijden die vragen want anders worden de Bert Wagendorpen van deze wereld weer boos. In het land worden die vragen wel gesteld. Ze worden niet altijd even eloquent verwoord. Ze worden genegeerd en de vragenstellers worden door de media op een negatieve wijze weggezet als waarschuwing voor de rest van de bevolking: ‘als je zo denkt, ben je een verdacht mens’.

In dezelfde Volkskrant staat een omvangrijk interview met Paul Cliteur, een van de weinigen die moed had om een tegengeluid te laten horen in de Wildersproces. Er waren twee uitspraken die me troffen. Op de vraag: “Viel het u zwaar om te getuigen? ”, antwoordt hij in alle oprechtheid:
”Net als ieder ander word ik niet graag impopulair, niemand vervreemdt zich graag van zijn omgeving. Wilders is in bepaalde kringen zo’n boeman. Dus ik heb ook gedacht: laat deze beker aan mij voorbij gaan. Maar anders dan sommige anderen die zijn gevraagd, heb ik het grootste gedeelte van mijn loopbaan achter mij. Ik ben 61, ik kan het me makkelijker veroorloven dan iemand die nog aan het begin van zijn carrière staat.” Cliteur durft de ongemakkelijke vragen wel aan: “Over tien jaar wil ik niet voor de spiegel staan en tegen mezelf zeggen: je wist het wel, maar je durfde het niet te zeggen, want zoiets valt slecht…”.
Paul Cliteur

Twee zinnen die er bij mij inhakken. Een paar centimeter tekst die haarscherp weergeeft waar het in gepolariseerd Nederland aan schort. De ongemakkelijke vragen kunnen alleen worden gesteld door mensen die niets meer te vrezen hebben omdat ze aan het eind van hun carrière zitten, financieel onafhankelijk zijn of al met pensioen. De meeste mensen die de media, de universiteiten en de politiek bemannen leven onder de dictatuur van de politieke correctheid. De opvoedende waarheid die de werkelijkheid overdekt met wat je als ‘deugdzaam’ mens hoort te denken. Inmiddels ben ik toe aan mijn conclusie over het redactioneel commentaar van de Volkskrant: volstrekt hypocriet! Deugdzame mensen zijn mensen die ongemakkelijke vragen durven te stellen en door schijnvertoningen heen prikken. In de samenleving van vandaag zijn dat helaas ook de mensen die bescherming nodig hebben en als regel niet krijgen. Nagenoeg iedereen is bang gefileerd te worden door de wraakgierige politiek correcte meute die haar schijnwaarheden beschermt tegen moedige mensen.

Dit land lijdt aan een overmaat aan politieke correctheid, aan de dictatuur van politieke correctheid, aan de angst die politieke correctheid inboezemt. Dit land lijdt aan de Geert Makken en Bert Wagendorpen die het benoemen van de realiteit niet als deugd zien. Politieke correctheid veroorzaakt polarisatie met haar gemoraliseer. Politieke correctheid dwingt mensen hun mond te houden. Er zijn maar weinig Paul Cliteurs en Martin Sommers. 

Kranten, media en universiteiten worden weer betrouwbaar als ze de werking van politieke correctheid hebben geanalyseerd en de polariserende werking daarvan hebben uitgeschakeld.

maandag 14 november 2016

Donald Trump, de trigger van een grote vulkaanuitbarsting

                                                                       

De uitbarsting die bijna niemand zag aankomen


Met smalende gedachten heb ik mij vanmorgen weer door de ochtendkrant geworsteld. Hoe selecteren ze bijvoorbeeld bij de Volkskrant welke ingezonden brieven de krant halen? “Ik ben niet bang voor Trump”, schrijft er iemand, “Ik ben bang voor de miljoenen mensen die zo iemand macht en invloed toevertrouwen”. Ze hoeft niet bang te zijn. Een leger van Bert Wagendorpen, Geert Makken, Peter R. de Vriezen en Jeroen Pauwen zullen op de barricaden klimmen om het politiek correcte deel van de Nederlandse bevolking (één miljoen mensen, schat ik) te beschermen tegen het naderend onheil dat hun leefwereld als een uitslaande brand zou kunnen ontwrichten. Valt de brand nog te blussen?

Uitslaande brand? Zelf geef ik de voorkeur aan de metafoor van de vulkaanuitbarsting. In de afgelopen jaren heeft de magmakamer van de vulkaan zich steeds verder gevuld en is zodanig op spanning gekomen dat een uitbarsting onvermijdelijk zou worden. Slechts enkelen zagen de spanning groeien, maar de meesten dachten dat de vulkaan zich wel rustig zou houden. Dat is het bedrieglijke van vulkanen. Trump was niet de oorzaak van de uitbarsting, zoals zovelen denken. Zijn verschijning op het politieke toneel en zijn taboe doorbrekende teksten vormden de trigger die de opgekropte gevoelens liet ontploffen.

“De wereld van Trump is er een waarin onbeschoftheid, hatelijkheid en racisme gewoon zijn. Dat kan niet onze wereld zijn, noch de jouwe”, stond er als reactie onder een van mijn blogs. De reactie van iemand die in een bubbel leeft en zich onvoldoende bewust is van de onbeschoftheid, de hatelijkheid en het omgekeerde racisme waarmee iedereen die niet zo van het politiek correcte is, nagenoeg dagelijks mee te maken heeft. Krant en televisie verkondigen dagelijks dat het politiek correcte de norm zou moeten zijn en dat je werkelijk niet deugt als je dat niet omarmt.

Sinds de verkiezing van Trump branden de  politiek correcten zich aan de hete lava en wordt hun zicht belemmerd door de neerdwarrelende as. Ze slaan om zich heen en in het verbale en fysieke geweld herkennen we de onderbuik van links. Hun wereld wordt in rap tempo bedreigd en menig rat verlaat het schip. In de Volkskrant van vandaag schrijft Shula Rijxman, het opperopperhoofd van de dat de NPO gaat leren van Trump. “De publieke omroep is niet van ons, die is van u”, schrijft ze onder haar epistel met het voornemen het verwaarloosde deel van de bevolking meer aan het woord te laten. Een schaap is er over de dam en er zullen er wel meer volgen.
Shula Rijxman

Ik geef mevrouw Shula Ryxman het advies om de omroepen voor te houden om eens goed naar hun personeelsbestand te kijken en deze in de richting te sturen van een betere afspiegeling van de Nederlandse bevolking. Ik adviseer haar om de omroepen te vragen om in programma’s een beeld op te roepen waarin de meerderheid van de Nederlandse bevolking minder geconfronteerd wordt met de missionarissen van de politiek correcte dictatuur. Geef de Wiert Dukken van ons land meer exposure, geef ze een programma. Hef de haatzaaiende website Joop.nl op.  Overtuig Paul Cliteur, die zich wegens bedreiging uit het publieke debat heeft teruggetrokken, dat hij veilig naar Hilversum kan komen. Ik adviseer Shula Rijxman verder om de VARA te vragen Jeroen Pauw vervroegd met pensioen te sturen. Zijn recente eentweetje met Pechtold stond in het teken van ‘minder, minder, minder tokkies. Maar het zal iedereen nog verbazen hoeveel goed opgeleiden heel eloquent kunnen verwoorden dat het politiek correcte denken een politieke ideologie is die meer vernielt dan ons lief is.

Ik voorspel Shula Rijxman dat ze het moeilijk zal krijgen. De weerstand is groot. Het grote zelfvoorzienend netwerk van politiek correcte vriendjes en vriendinnetjes heeft veel te verliezen. Niet alleen bij de omroepen, ook bij de kranten en tijdschriften en zeker ook bij de bron van veel politieke correctheid: de universiteiten.
En Shula, kijk maar uit. In de slangenkuil van  Hilversum worden de messen geslepen. Je bedreigt mensen met leuke baantjes en een soms astronomisch inkomen en veel vakantie. Zorg voor voldoende rugdekking!



zondag 13 november 2016

NOS Jeugdjournaal verbergt de opzienbarende waarheid over wat kinderen van Zwarte Piet vinden

                                                                                

Ook al onbetrouwbaar


In het NOS Jeugdjournaal werd op zaterdag 12 November melding gemaakt van een onderzoek naar wat kinderen van Zwarte Piet vinden. De uitslag van dat onderzoek werd niet vermeld. De nieuwslezeres verwees voor de uitslag van het onderzoek naar de website van het Jeugdjournaal.

De vermelding van het onderzoek kan nauwelijks nieuws worden genoemd. De uitslag van het onderzoek was wel degelijk nieuws. Maar dat nieuws werd de kijker onthouden. Van de ondervraagde 900 kinderen tussen 9 en 13 jaar is 87% het eens met de stelling: “Ik zou het jammer vinden als Zwarte Piet anders wordt. Eenzelfde aantal vindt  dat er te weinig wordt geluisterd naar de mening van kinderen over Zwarte Piet.

Onwelkom nieuws. Het werd de kijker onthouden. Die moest het op de website opzoeken en hoeveel zullen dat hebben gedaan? Het NOS Jeugdjournaal wilde liever niet dat de kijkbuiskindertjes en hun ouders kennis namen van de opmerkelijke uitslag die strijdig is met het beleid dat door NOS en RTL wordt voorgestaan.

Het is het zoveelste bewijs van manipulatie door nieuwsmedia die meer oog hebben voor de stem van minderheden dan voor wat een meerderheid van de bevolking van Nederland vindt. De uitslag van het onderzoek naar de mening van kinderen sluit bijna nauwkeurig aan bij de uitslag van het onderzoek dat het AD deed naar de mening van het land over de kleur van Zwarte Piet. Zesentachtig (86) procent vond dat Zwarte Piet zwart moest blijven.

De uitslag van twee onderzoeken zouden eigenlijk leidend moeten zijn bij de keuze welke kant het op gaat met de kleur van Zwarte Piet. Een meer dan overgrote meerderheid heeft zijn stem laten horen. Buiten een paar grote steden (en bij de RTL en NOS) wordt de intocht van Sinterklaas begeleid door Pieten die gewoon Zwart zijn. De grachtengordels van die grote steden en het Gooi blijven echter gehoor geven aan de leus dat Zwarte Piet een symbool van slavernij zou zijn. Het land kijkt machteloos toe bij hoe een minderheid de meerderheid haar wil oplegt.

Het laffe verbergen van de uitslag van het onderzoek van het NOS-jeugdjournaal is het zoveelste signaal dat een minderheid is losgezongen van wat men in het land vindt. De uit belastingopbrengsten goedbetaalde missionarissen van het multiculturele evangelie zouden wat mij betreft op staande voet ontslagen mogen worden. Hun pleidooi voor het standpunt van minderheden leidt tot versterking van de opvatting dat minderheden recht hebben op hun eigen cultuur en dat wij dat moeten accepteren. Dat staat haaks op de opvatting van de meerderheid van de bevolking dat integratie van minderheden voor de toekomst de beste oplossing is.

Het negeren van 86% van de bevolking, inclusief de kinderen, vormt een bewijs voor de arrogantie van de postmoderne elite die zijn binding met wat leeft in het land is verloren. De reactie zal niet uitblijven. Nog even en veel van die missionarissen zullen wat mij betreft druk zijn met hun onderzoek of Canada ze als migrant zal willen accepteren.

verwant blog




zaterdag 12 november 2016

Nu echt voor de laatste keer naar Pauw gekeken

                                                                               

Pauw hielp gisteravond Pechtold met het maken van zijn punt


Kijken naar Pauw is tegenwoordig slecht voor mijn humeur. Omdat ik ook nog regelmatig de neiging heb om dingen  naar het geheel onschuldige TV-apparaat te gooien, werd het onvermijdelijk om te besluiten het kijken naar Pauw uit het dagelijks ritueel te bannen. Bevalt me goed.

Gisteravond won mijn nieuwsgierigheid het echter van mijn weerzin. Aangekondigd was dat Pauw Pechtold had uitgenodigd om in discussie te gaan met de ‘boze burger’. Daar reken ik mezelf ook toe. Kijken hield wel een risico in. Pechtold werkt op mij als een rode lap op een stier. Voorzichtigheidshalve bereidde ik me voor door alles waarmee ik kon gooien buiten mijn bereik te plaatsen. De afstandsbediening vertrouwde ik aan mijn vrouw toe met de afspraak dat ze de TV uit zou zetten vanaf het moment  dat ik zou gaan vloeken. Dat is als regel ook het moment waarop ik al mijn zelfbeheersing te hulp moet roepen om niet met dingen te gaan gooien.

Eigenlijk had ik niet moeten kijken. Na de intro van Pauw ‘we gaan beginnen’, zag ik al dat het fout zat. Na zeven minuten begon ik te vloeken en toen ging de TV uit. Geen schoen naar het scherm gegooid, maar mijn humeur stond vanaf dat moment lager dan het Amsterdams Peil. Die zeven minuten waren voldoende om te constateren dat de arbeidersomroep die de VARA in een ver verleden was niet meer van de arbeider en de boze burger houdt.
Het begon al met de casting. De VARA heeft kennelijk het idee dat de ‘boze burger’ bestaat uit een groep van laag opgeleiden die niet goed uit hun woorden kunnen komen en soms verwerpelijke ideeën hebben. De drie uitgenodigden waren bepaald niet representatief voor wat men onder de ‘boze burger’ verstaat. Hier was dus sprake van beeldmanipulatie. Geen mensen waarmee de gemiddelde ‘boze burger’ zich kan identificeren. Daar zet je dan Pechtold als gewiekste debater tegenover en dat is ongeveer te vergelijken met Cruyff laten pingelen tegen een door reumatiek verstijfde bejaarde. Dat kon niet goed gaan en dat was vanaf het begin al te zien.

Pauw benadrukte dat Pechtold was uitgenodigd en Pechtold herhaalde dat zelf ook nog een keer. Dan weet je dat je wordt belazerd met een toneelstukje. Zodra Trump was verkozen gebruikte Pechtold de situatie om leden te winnen. ‘We hebben mensen nodig om ons te verweren tegen ‘Trumpiaanse toestanden’ was ongeveer zijn advertentieboodschap’. Die heb ik deze week al gefileerd als vals, dubbelzinnig en polariserend. Ik ga er van uit dat Pechtold’s optreden bij Pauw een ideetje was van het campagneteam van D’66. Zet Pechtold tegenover de ‘boze burger’ op een manier waarop de boze burger als een onnozelaar geframed kan worden.

Bij zijn introductie vertelde Pechtold dat hij vooral kwam om te luisteren. Maar hij liet van meet af zien dat hij een slecht luisteraar is. Een luisteraar vraagt door, maar Pechtold gooide er meteen een debattruc in. “Geeft u eens een voorbeeld”, vroeg hij. De argeloze ‘boze burger’ trapte meteen in de val en gaf Pechtold de mogelijkheid om het op een welwillende manier (dat wel) te weerleggen. Toen Pechtold de gelegenheid benutte om te vertellen dat veel mensen achterop raakten bij de globalisering, begon het bij mij al te koken. Na zeven minuten raakten de grenzen van mijn zelfbeheersing in zicht. “Klootzak”, riep ik in woede en een moment later raakte de rechterduim van mijn vrouw de uitknop op de afstandsbediening.

Nog nazinderend riep ik tegen mijn vrouw dat het vergelijkbaar was met wat Polen na de wende in 1989 overkwam. De media lieten verpauperde stadwijken en gif uitbrakende industrieën zien. De boodschap was ‘zo ellendig is het Polen onder het communisme vergaan’. Sindsdien riep iedereen: ‘Waarom gaan  jullie zo graag naar Polen?’ En wij maar uitleggen dat Polen voor éénderde uit bos bestaat, prachtige landschappen en mooie oude steden heeft, dat het er stikt van de ooievaars en Nederland bevers en otters uit de vele uitgestrekte en beschermde natuurgebieden van Polen importeert. Maar het grauwe beeld dat de media na 1989 van Polen schetsten, blijft bij velen hardnekkig hangen.

Pauw en Pechtold zijn representatief voor wat er fout gaat in de politiek en bij de media. De gemiddelde burger ligt niet echt wakker van het Haagse kruidenieren met koopkrachtplaatjes. Hij ligt wakker vanwege het voortdurend gesjoemel met waarden en normen als het profijt of geopolitieke belang lonkt, hij ligt wakker omdat het establishment scheldwoorden verzint voor de ‘boze burger’ om hem weg te zetten. Hij ligt wakker van de zelfgenoegzame Pechtolds van deze wereld die hun eigen bubbel aanzien als representatief voor Nederland. Hij ligt wakker omdat het neoliberalisme mensen tegen elkaar opzet en de solidariteit ondermijnt. Hij ligt wakker van mensen die beweren te willen verbinden, maar in feite alleen maar polariseren. Hij ligt wakker omdat je bij de intocht van Sinterklaas door een detectiepoortje moet dat door de ME wordt bewaakt. 

Als Pechtold om een voorbeeld vraagt, zou ik zeggen: “Laten we eens naar mijnheer Pechtold kijken”. Nog steeds de veilingmeester die zich vergenoegd in de handen knijpt als hij weer eens knollen voor citroenen heeft verkocht.


vrijdag 11 november 2016

De bangmakerij voor Trump heeft een dubbele strategie

                                                                     
Wie is er bang voor Donald Trump? En wie maakt ons bang?
 
Er is ons een groot onheil overkomen. Althans, dat is de indruk die ik heb overgehouden uit de kranten en van televisieprogramma’s van de laatste dagen. Een monster heeft de macht in Amerika overgenomen dankzij miljoenen racisten die hem steunen en dat is het einde van de beschaving zoals we die kenden. Mensen die ik aardig vind hoor ik de meest vreselijke dingen zeggen en veel fatsoensrakkers hoor ik zich te buiten gaan aan de meest onfatsoenlijke en haatzaaiende omschrijvingen van de nieuwe president van Amerika.

Sinds ik op jeugdige leeftijd ontdekte dat Sinterklaas niet echt bestond besloot ik me niet meer zo gemakkelijk bang te laten maken en niet meer op voorhand aan te nemen dat wat anderen vertelden ook waar was. Je kunt je afvragen of het hele sinterklaasfeest niet mede de intrinsieke bedoeling had om met je angsten te leren omgaan. Er is maar weinig om echt bang voor te zijn en angst is een slechte raadgever leerde ik van mijn vader.

Als ik alles wat over Trump gezegd wordt terugbreng tot het droge gewicht kan ik hem geen sympathieke man vinden. Ik heb wel sympathie voor veel van de mensen die op hem stemden omdat ze verwachten dat hij taboes zal doorbreken en de gevestigde orde een oorvijg verkoopt. Trump is in ieder geval geen bange man. En omdat hij niet bang is, voelt de gevestigde orde zich door hem bedreigd. Vanwege die bedreiging beginnen ze om zich heen te slaan en het wapen van bangmakerij is een beproefde methode om je te verweren.
De interne werking van bangmakerij
Groepscohesie is het eerste doel van bangmakerij en ontaardt als regel in scapegoating. Bij bangmakerij is het de bedoeling dat de doelgroep zich verenigt in dezelfde opvatting door iets buiten henzelf als bedreiging aan te wijzen. Bij een acute bedreiging neemt de groepscohesie toe, vormt een veilig binnenklimaat en wekt de groep op tot een agressieve houding. Het is precies wat we op dit ogenblik in Amerika zien gebeuren bij de storm van protesten die zich vooral in de grote steden voordoet.

De externe werking van bangmakerij
Bangmakerij heeft ook tot doel om het object van de uit angst voorkomende agressie te bewegen om concessies te doen. ‘Bewijs dat je niet zo slecht bent als wij denken’, is de boodschap. Als die boodschap vat krijgt op het object zal een bijstelling van de aanvankelijke boodschap het gevolg zijn. Er worden concessies gedaan en voor een toekomstige president van Amerika is dat een noodzaak om te voorkomen dat het land volledig verscheurd raakt.
De conclusie van deze dubbele strategie is dat de soep niet zo heet zal worden gegeten als die werd opgediend. Hoe harder het verzet is, des te meer concessies er worden gekregen.
De tweede doelstelling bij de externe werking is zo veel mogelijk sympathie te verwerven voor het eigen standpunt om zo het verzet te vergroten. Het merkwaardige daarbij is dat ook veel mensen die juist belang hebben (of horen te hebben) bij het doorbreken van taboes, vatbaar zijn voor de verspreide angst en zich daardoor als het ware tegen hun eigen belangen keren. Een onderdeel van de bangmakerij is dat u en ik wel heel slechte mensen moeten zijn als we het standpunt van de dominante groep niet delen. Bewust of onbewust laten veel mensen zich daardoor leiden, want wie kan er tegen om als slecht mens te worden aangeduid.

Te veel mensen laten zich bang maken
Het is groepsdruk die mensen verleidt om een zelfstandig oordeel op te geven voor het standpunt dat de groepsleiding prefereert. Hoe dichter men bij de groep staat, hoe meer men zich conformeert. De bangmakers (populisten gaan de zaak overnemen) vormen in Nederland een merkwaardige groep. Leiders van politieke partijen zitten als regel in de voorhoede. Het doorbreken van taboes is een bedreiging voor hun machten invloed en de angst voor het verlies van aanhang. In hun kielzog zijn het de politiek geïnteresseerde journalisten en programmamakers die de taak op zich nemen om de angst te verspreiden. De angst dat de omwenteling in Amerika een doorwerking zal hebben op de situatie in Nederland speelt daarbij een grote rol.

Bangmakerij is een vorm van manipulatie
Uiteindelijk zijn het niet de politici en cartoonisten en journalisten die het meeste belang hebben bij het verwekken van angst en het zaaien van haat. In feite zijn ze ingekapseld in de amorfe groep die die zich het meest bedreigd voelt door veranderingen. Het is de groep die geen belang heeft bij veranderingen en de status quo willen behouden omdat die hun belangen dient.
Het bang maken voor Zwarte Piet met zijn roe en zak is onder druk van het pedagogisch klimaat in de jaren zeventig verdwenen. Ik vraag me af of daardoor minder mensen hebben leren omgaan met angst en met wat anderen ze proberen wijs te maken.
Het doorbreken van taboes is alleen een bedreiging voor de groep die van de status quo profiteert. Daarom is er alle reden om ons niet te laten intimideren en manipuleren. Het doorbreken van taboes is niet het einde van de beschaving zoals we die kennen maar noodzakelijk om de scheef gegroeide verhoudingen weer in balans te brengen.