zondag 12 juni 2016

Martin Sommer (columnist Volkskrant) waarschuwt voor staatbemoeienis in de vorm van tirannieke dwang

                                                                        
"Als het om mensenrechten gaat moet de politiek haar mond houden"

Gisteren mocht na Arnold Grunberg, ook de inmiddels bejaarde columnist Henk Hofland tekeer gaan over de onbeschaafd zijnde verloedering van het debat waarin ‘tokkies’ alles zouden overschreeuwen. Door Hofland moest ik terugdenken aan de achter  ons liggende decennia zonder internet toen schelden en provoceren nog het alleenrecht was van columnisten met een scherpe pen als Jan Blokker, Bibeb, Hugo Brandt Corstius (als Piet Grijs) en Ischa Meijer. De tegenwoordige opiniemakers hebben het veel moeilijker om boven het meerstemmige koor van meningen uit te komen nu internet velen een stem heeft gegeven. Is het ‘jalousie de métier’?, dat we horen opklinken uit de columns van de verontwaardigde ‘beschavingspleiters’? De wekelijkse column van Martin Sommer in de Volkskrant vormt een bescheiden stem in al dat tumult, maar hij verdient een spotlight.

De zaterdagse commentaren van Martin Sommer zijn balsem voor de gekwelde ziel die het dan al weer vijf dagen heeft moeten doen met het politiek correcte geneuzel van bijvoorbeeld Bert Wagendorp. Wagendorp weet alles al en gebruikt altijd dezelfde mal om zijn dagelijks commentaar vorm te geven. Martin Sommer stelt vragen en zoekt daar het best mogelijke antwoord bij. In de Volkskrant van zaterdag 11 juni wordt hij reuze ongemakkelijk van mensenrechten. Daar doet hij denk ik heel veel mensen die zich daar ook steeds ongemakkelijker bij voelen een groot plezier mee.

Aanleiding is het inzetten van mensenrechten om de legalisatie van wietteelt te bepleiten. Gaan we niet te ver met mensenrechten is Sommer’s vraag. Voor een antwoord doet hij een beroep op de filosofie van Isaiah Berlin die een onderscheid maakte tussen ‘negatieve vrijheid’ en ‘positieve vrijheid’. De eerste beschermt de burger tegen de staat. Bij ‘positieve vrijheid’ is het juist de staat die zich opstelt als helper en leidsman en eisen stelt.  De staat weet het beter en kan op basis van een ‘hogere ratio’ ingrijpen. “In laatste instantie kunnen mensen vervolgens worden genegeerd, gekoeioneerd en onderdrukt”, stelt Sommer. Deze conclusie ontleent hij weer aan Berlin die van mening is dat ‘positieve mensenrechten’ gemakkelijk kunnen eindigen in tirannie. Berlin schreef er een mooi boek over. 

Martin Sommer kun je bepaald niet ‘politiek correct’ noemen. Daarom schijnt het hem op de redactie van de Volkskrant wel eens moeilijk te worden gemaakt. Het klinkt mee in een citaat als:

“Het grondrecht om niet door de staat te worden gedwarsboomd (vrijheid van godsdienst bijvoorbeeld), wordt ongedaan gemaakt door het sociale recht waarin de staat moét optreden, of je dat wilt of niet. Een griezelige gedachte, vooral griezelig omdat dit zo weinig wordt opgemerkt”.

‘Beschermende’ grondrechten kunnen een valkuil worden waarin vrijheden maar al te gemakkelijk kunnen verdwijnen. Dat geldt bijvoorbeeld voor de vrijheid van meningsuiting. De islam tornt daar al langer aan. Maar de islam hoeft niet gevrijwaard of beschermd te worden van harde kritiek die regelmatig gedemoniseerd wordt als discriminatie, racisme, islamofobie en xenofobie. Er is vooral vanuit de linkse hoek steun om dat soort kritiek te criminaliseren. Nog pas nam de Tweede Kamer een motie (van Marcouch PvdA en Sjoerdsma D’66) aan om de islam extra bescherming te geven. Het is vanaf daar nog heel veel stappen naar tirannie. Maar het is wel de een stap op de verkeerde weg.

1 opmerking:

Ad Rek zei

Nous sommes tous "Piet Grijs".