maandag 29 juni 2020

De beeldenstorm en de nieuwe reformatie van 2020



Beeldenstorm anno 2020


De huidige situatie in Nederland vertoont overeenkomstige trekken met de woelingen die vooraf gingen aan de Beeldenstorm van 1566. Toen namen de calvinisten de heerschappij in Nederland over. Het nieuwe calvinisme van 2020 is veelkoppig. Er is eco-activisme en eco-terreur, er is identiteitsactivisme, er is black activisme met de daaraan verbonden meningenterreur, islamofobie is eigenlijk racisme beweert men bij de UVA, de me-too beweging is een onderdeel van de reformatie, de islam roert zich met terreurdaden, jongeren uit minderheidsgroepen worden steeds brutaler, over vluchtelingen- en migrantenkwesties kan nauwelijks worden gesproken, de media hebben stelling gekozen en de politie verliest in toenemende mate haar gezag.

We leven in een land vol met hage- en boetepredikers die ons komen vertellen wat we allemaal fout doen. Bij het nieuwe calvinisme gaat het niets om religieuze geschillen, maar om ontevredenheid over hoe het gaat en hoe het anders moet. De aarde moet gered worden, de multiculturele samenleving moet worden aanvaard en de in het verleden ontstane morele schulden moeten worden afbetaald.
Het nieuwe calvinisme komt van links. Regressief Links. De inschikkelijkheid komt van rechts dat geen fundamenteel weerwoord heeft op alle beschuldigingen. Het nieuwe calvinisme lijkt op het oude, er is maar één waarheid. Wie zich daartegen verzet, wordt publiekelijk aan het kruis genageld. Het verzet heeft zich teruggetrokken in schuilkerken. Het ontbreekt hen aan publieke steun, het nieuwe calvinisme heeft al bijna de heerschappij overgenomen.

De kwestie ‘Zwarte Piet’ is een mooi voorbeeld. In November 2019 sprak nog 71 procent zich uit voor het ongewijzigd behoud van Zwarte Piet. In rap tempo  gaan gemeenten echter mee in de verlangde aanpassingen. De kwestie kan gezien worden als toetssteen voor de machtsverhoudingen. Het nieuwe calvinisme is aan de winnende hand en dringt zijn mening op.

Het nieuwe calvinisme is een verzameling van onaantastbare waarheden die allemaal vanuit het linkse bed komen. De studentensteden zijn de bron van het nieuwe calvinisme. De beoogde nieuwe ‘schone’ wereld krijgt daar gestalte. De standbeelden en straatnamen die de oude wereld vertegenwoordigen dienen te verdwijnen.

De revolutie van het nieuwe calvinisme deelt de rechtlijnigheid en de onverbiddelijkheid van het oude calvinisme. Alles moet anders. Het is een theologie zonder god met een eigentijdse bijbel waarin Marx en Lenin een groot aandeel hebben. Actiemodellen worden ontleend aan Saul Alinkski, de Amerikaanse marxist die ‘Reveille voor Radicals’ en ‘Rules for Radicals’ schreef. Daarmee gaf hij radicalen een succesvol recept voor actie.

Het grootste deel van de Nederlandse bevolking overkomt het allemaal en grijpt mis als het ankers zoekt om zich aan vast te houden. Er is rechts activisme, maar het is zo versplinterd en verscholen dat het geen vuist kan maken. Rechts activisme is zodanig gedemoniseerd dat het zich nauwelijks durft te laten zien. De taal die via de media tot ons komt wordt beheerst door de media die bijna zonder uitzondering de linkse bijbel uitdraagt. De media vormen de kansels van het nieuwe calvinisme.
Johan Derksen was een van de laatste bekende Nederlanders die weigerde met meel in de mond te spreken. Het is exemplarisch wat hem overkomt. De toegenomen heerschappij van het nieuwe calvinisme kan hem nog net de mond niet snoeren maar lukt het wel om een front tegen hem te vormen met adverteerders en zwarte voetballers. Bondscoach Koeman werd gedwongen zich voor het nieuwe calvinisme uit te spreken omdat hij anders geen zwarte voetballers voor het Nederlands elftal zou kunnen krijgen.

Het lijkt een verloren zaak. Rechts wordt gemarginaliseerd en gedemoniseerd en laat het zich overkomen. Het ‘laissez faire’ beleid van een reeks van regeringen die zich alleen om de economie bekommerden, heeft nagelaten moreel leiderschap te tonen wanneer dat nodig was. Regeringen hebben de economie beschermd, niet de bevolking. De verweesde samenleving is werkelijkheid geworden. De anarchie die het nieuwe calvinisme vooraf gaat, tast het gezag aan en iedere echte of vermeende fout van de overheid wordt uitgebuit.
Het nieuwe calvinisme rammelt aan de deur, viert haar overwinningen. De nieuwe geuzen vinden nauwelijks weerstand en zullen binnen enkele jaren de deuren intrappen om het laatste verzet te breken.

Met het streven naar één waarheid wordt de vrijheid van meningsuiting een formaliteit. Hij is er, maar je kunt er beter geen gebruik van maken als je veilig wilt kunnen leven en werken. De afgedwongen politieke correctheid laat een veel grotere aanhang voor het nieuwe calvinisme zien dan we in de politiek zien vertegenwoordigd. Het is dominant aan het worden.

Het nieuwe calvinisme is een gevaar voor de democratie. Het is ook een aantasting van de geestelijke volksgezondheid.




zaterdag 20 juni 2020

Met Jan Pieterszoon Coen hebben ze de verkeerde

Sstandbeeld in Hoorn


Jan Pieterszoon werd niet oud. De overtuigde calvinist werd in 1587 in Hoorn geboren en overleed, 43 jaar oud,  in Batavia. Op 21 september 1629. Door zijn ouders werd hij opgeleid tot koopman op het Europese continent. In Italië leerde hij de fijne kneepjes van de dubbele boekhouding. In 1606 trad hij, na de dood van zijn vader, in dienst van de VOC.  De talentrijke Jan Pieterszoon maakte carrière binnen de VOC en  eindigde als Gouverneur-Generaal van wat de kolonie Indië zou worden.
De VOC speelde in die tijd een spelletje monopolie, maar dan met kruit en kogels. Concurrenten als Portugal, Spanje, Frankrijk,. Engeland, voornamelijk katholieke landen moesten worden verslagen tot meerdere eer en glorie van het Calvinistische Nederland. Oorlog woedde ook met de inlandse vorsten die zich lang niet altijd neerlegden bij de Nederlandse heerschappij. Voor de VOC was Jan Pieterszoon de ideale gouverneur. Hard, nietsontziend en nooit bereid tot opgave, diende hij de Heren Zeventien van de VOC en hun aandeelhouders. Het was zijn taak om hen tevreden te houden. De winst was belangrijker dan de wijze waarop die werd verkregen.
Jan Pieterszoon meende als vurig calvinist dat hij een werktuig van God was en werd beroemd om zijn motto: ‘dispereert niet’. De Heren Zeventien waren zuinig en gingen meestal niet in op zijn smeekbeden om meer soldaten en schepen. Jan Pieterszoon, ook stichter van Batavia, kan gezien worden als een van de grondleggers van de kolonie Indië.

Zondebok
Nu is Jan Pieterszoon, bijna vier eeuwen na zijn overlijden, de zondebok geworden van het koloniale bewind van de VOC. ‘Hoorn kijkt liever de andere kant op’, kopt de Volkskrant, vanwege de weigering van de gemeente om het omstreden standbeeld te verwijderen. Maar dat standbeeld staat daar als dank van de gefortuneerde families die door Het VOC-avontuur schatrijk zijn geworden door de met schrikbewind gekoloniseerde veroveringen. De daden van Jan Pietszoon zijn voldoende geboekstaafd om te kunnen ontkennen dat ze in de plooien van de geschiedenis verborgen zijn gehouden.
In een discussie beet iemand me toe ‘wat nu fout is, was toen ook al fout’. Dat is onzin. Over honderd of tweehonderd jaar zullen we terugblikkend kunnen vaststellen wat  we nu fout hebben gedaan, terwijl we nu denken op de goede weg te zijn. Veel liever sluit ik me aan bij Norbert Elias die vaststelde dat civilisatie een voortschrijdend proces is. Wat er in de zestiende en zeventiende eeuw gebeurd is, zullen we nu niet herhalen omdat we een stap verder zijn gekomen in het denken hoe we met anderen en de wereld moeten omgaan.

Ook veel Nederlandse slachtoffers
De VOC had om zijn doelen te bereiken veel personeel nodig. Schepen moesten bemand worden en soldaten moesten beschikbaar gehouden worden om de concurrentie met geweld te verslaan en de inlanders onder de duim te houden. Duizenden die hiervoor werden ingehuurd lieten het leven als matroos of soldaat. Boekhouders  overleden aan tropische ziekten. De winst was niet zonder verlies, maar mensenlevens telden in die tijd minder dan tegenwoordig het geval is. Naast de vele inlandse slachtoffers, gedode soldaten van andere naties, mogen deze tienduizenden Nederlanders bijgeschreven worden op de winst en verliesrekening van de VOC.
Ondertussen bleven de meeste aandeelhouders van de VOC veilig thuis en wasten hun handen in Calvinistische onschuld nadat ze de winst geteld hadden. Ze lieten zich portretteren door beroemdheden als Rembrandt. Ze hebben geen standbeelden, hun gezichten en namen zijn wel terug te vinden in musea. Hun winst- en schraapzucht vroegen allerlei slachtoffers die nooit in de verliesrekening werden opgenomen.

Wat nu
Het VOC-avontuur werd vanaf de negentiende eeuw voortgezet door de overheid. Er werd zelfs een minister van koloniën aangesteld. De bescherming van kooplieden en plantagehouders stond voorop in het beleid. De nazaten van duizenden rijk geworden families, horen we nu niet. JP Coen heeft het gedaan. De generaals en kapiteins hebben het gedaan. Tot aan het einde van het koloniale avontuur in voormalig Indië zijn ze opgeofferd als zondebokken van de rijken die achter de coulissen bleven.
Nederland heeft ook een binnenlands probleem, naast de Indonesiërs, zijn er ook vier eeuwen lang tienduizenden slachtoffers gevallen onder Nederlandse families waarvan vaders nooit terugkeerden terwijl hun lage soldij geen toegang gaf tot rijkdom. Zij zouden naast de Molukkers kunnen gaan staan in de opstand van J.P Coen en zijn standbeeld. Maar dan hebben ze de verkeerde. Een dienaar dient niet de zondebok te worden van zijn meesters de Heren Zeventien en hun aandeelhouders.
Het standbeeld van J.P Coen moet gewoon blijven waar het stond. Geschiedenis kun je niet verwijderen of ongedaan maken. Dat heb ik al eerder betoogd. J.P Coen is een symbool van de VOC. Geschiedenis is geschiedenis, wie vandaag de dag daar nog grieven aan ontleend, moet niet kijken naar wie we waren, maar naar wie we zijn geworden.

vrijdag 20 december 2019

Crisisberaad bij familieonderneming ‘Oranje Boven’



Ze zijn er allemaal. Voorzitter Beatrix had ze met spoed uitgenodigd om een dreigende crisis te bespreken. Nadat ze de vergadering had geopend ging ze direct over naar het belangrijkste punt. Er was een brief binnen gekomen. Van premier Rutte. Ze vatte hem samen. Rutte is niet langer bereid om voor ons te liegen en de kooltjes uit het vuur te halen. En dat is niet alles. Er is een verdekt dreigement. Hij laat weten nog actieve herinnering te hebben aan een paar zaken die hij voor ons heeft opgeknapt.

Prins Bril is de eerste die reageert. Kunnen we hem niet laten gaan slapen?’’ Hij heeft nog wel wat contacten met de mocromaffia die soms hand- en spandiensten leveren bij lastige huurders. Maxima is tegen. ‘Dan krijgen we die Dijkhoff die altijd en overal zijn excuses voor aanbiedt’. Irene wijst haar terecht. ‘Dijkhoff is iemand die altijd alle kansen benut om aan geld te komen, die man zal ons begrijpen. Margriet mompelt instemmend. Alex weet het nog niet en kijkt vragend naar Maxima. Die is resoluut. ‘Er moet iets gebeuren, zo kan het niet langer, we moeten ook aan de toekomst van onze kinderen denken, dat deed jullie grootmoeder ook’.

De vergadering valt even stil, iedereen kijkt peinzend voor zich uit. Beatrix probeert de familie weer gefocust te krijgen. ‘Of Rutte moet gaan slapen, laten we nog even in het midden. Laten we de situatie nog wat breder bekijken. De media zijn ons op dit ogenblik niet goed gezind, een columnist heeft zelfs het lef om te vragen dat Alex de kersttoespraak gebruikt om excuses aan te bieden. Dat gaan we natuurlijk niet doen, maar wat kunnen we wel. Kom op nazaten van Oranje, we hebben voor hetere vuren gestaan.’

Alex schuift zijn stoel driftig naar achteren en staat op. ‘Ik ben het zat. Dat koningsgedoe heb ik nooit zien zitten, maar ik deed het voor jullie. Laten we er een punt achter zetten en met de hele familie naar Argentinië verhuizen. Zo langzamerhand hebben we toch wel geld genoeg en daar valt ook nog wel aardig wat te verdienen als we het goed aanpakken. Misschien kan ik daar wel koning worden.’ Maxima kijkt hem verheerlijkt aan. ‘Dat is niet een beetje dom zoals gewoonlijk, dit is geniaal. Daar zitten ze in Argentinië echt op te wachten. Ik heb genoeg kennissen daar die zo’n plan zouden steunen.’

Margriet die zich tot dan toe stil had gehouden neemt dan het woord. ‘Het is gek, maar daar heb ik het met Pieter ook al over gehad. Het is een goed plan, maar wij gaan niet mee. Ik ben toch min of meer de reserve-koningin en wij nemen hier de zaak over. Jullie hebben het hier met al die fratsen wel gehad, terwijl Pieter en ik nog een redelijk schoon blazoen hebben. Wij hebben nog nooit iets verkocht dat niet van ons was. Lex kan het in zijn kersttoespraak aan kondigen. Hij kan gewoon zeggen dat het te zwaar voor hem wordt.’

Iedereen kijkt verwachtingsvol naar Margriet. Maar die zegt niets meer. Beatrix neemt dan het woord. ‘Margriet, ik heb je kennelijk altijd onderschat, je bent geweldig. Dit land van kruideniers en boekhouders ben ik net als Lex ook al een tijdje zat. Ik wil wel naar Argentinië.’ Plots begint iedereen opgewonden door elkaar te praten. De Oranjes zijn allemaal het ontevreden volk al langer zat, blijkt nu. Rutte, de verrader heeft eieren voor zijn geld gekozen en de familie in de steek gelaten, Prins Bril schreeuwt boven alles uit; ‘die moet gaan slapen, die moet gaan slapen.’ Koning Lex zit vergenoegd te grijnzen. ‘We kunnen ook Mozambique weer nieuw leven in blazen als vakantieadres en eindelijk kan ik mijn eigen privévliegtuig kopen. Kan ik eindelijk vliegen zonder dat half Nederland op mijn vingers zit te kijken.’

Dan komt Amalia binnen. ‘Moet ik anderhalf miljoen laten schieten omdat jullie de kolder in de kop hebben. Ik heb in de kamer hiernaast alles gehoord. Het gaat niet door, zeg ik jullie. Sodemieter allemaal maar op naar Argentinië, maar ik geef de troon niet op. Ik hou die kersttoespraak wel en zal zeggen dat ik niks meer met jullie te maken wil hebben omdat jullie een stelletje fraudeurs en bedriegers zijn die lijden aan geld- en pronkzucht. Margriet zit dan wel schijnheilig te doen, maar ik ben het echte onbeschreven blad.

Het wordt stil aan de tafel. Beatrix staat op met alle waardigheid die haar nog rest en zegt dat ze met onmiddellijke ingang aftreedt als voorzitster van Oranje Boven. ‘Zoek het samen maar uit, ik doe niet meer mee. Ik ga Rutte bellen. Ik zal hem zeggen dat we ons allemaal terugtrekken en hem vragen of hij Amalia nog een kansje wil geven. Als hij een referendum uitschrijft maakt ze een goede kans.’

Terwijl Beatrix de kamer verlaat, pakt Amalia met een vastberaden gezicht de telefoon.





dinsdag 17 december 2019

De jaarlijkse slacht van kerstbomen

Het ontluisterende einde


De ‘echte’ kerstboom is de plofkip van het interieur tijdens de feestdagen. Hij wil maar niet verdwijnen. Stoomboten zijn (bijna) verdwenen, grammofoonplaten zijn verdwenen, cassettebandjes zijn verdwenen, CD’s zijn aan het verdwijnen, boeken zijn aan het verdwijnen, maar de kerstboom moet blijven omdat hij zo lekker zou geuren.

Ik hoorde net van een man die zijn vrouw er met redelijke argumenten van probeerde te overtuigen dat het toch eindelijk tijd werd om dit jaar de ‘natuurlijke’ kerstboom te vervangen door een duurzaam exemplaar dat na de feestdagen op zolder weer zijn volgende beurt kon afwachten. Hij delfde het spit. Met liefde was ze bereid om desnoods de naalden tot aan Pinksteren op te blijven zuigen omdat iedere naald haar weer deed herinneren aan de gezellige feestdagen. De geur was voor haar onmisbaar. Ze had liever echt dan namaak.

In menig huisgezin wordt heden ten dage de discussie over de zwartheid van Zwarte Piet moeiteloos vervangen door een andere onzindiscussie.  Het zijn vooral de ega’s die voor de geur gaan terwijl ze met de kerst gewetenloos een mee-rekkend lycra-jurkje aantrekken omdat wol zo prikt en eerlijk katoen krimpt.

Ze beseffen niet dat de geur wordt voortgebracht door een stervende boom die geen andere toekomst heeft dan als verlepte graftak en onaanzienlijk lijk naar de tuin of stoep te worden verbannen. Nog voor tot volle wasdom te zijn gekomen wordt hij uit de schoot van moeder aarde gerukt om daarna langzaam te sterven als decorstuk. Als zijn geur verdwenen is, zijn naalden verdroogd en hij alleen nog maar stof staat te vergaren, wordt hij na een te kortstondig leven tegelijk met de botjes van de kerstkalkoen rücksichtslos gedumpt.

De jaarlijkse moord op de kerstboom is een grof schandaal dat door geen geur verdreven kan worden. De liefhebbers van ‘echt’ zijn meedogenloze moordenaars die kortstondige stervensgeur verkiezen boven duurzame alternatieven waar ze, als het over iets anders gaat, altijd de mond vol van hebben.  De liever ‘echt’ dan namaakfreaks zijn gemakkelijk te betrappen op allerlei inconsequenties. Ze hangen de boom waarvan de doodstrijd, het stervensgereutel en krimpend leven niet zicht- of hoorbaar is, vol met de ergst mogelijke glitter om de exploitatie van de stervensgeur op ‘feestelijke’ manier te maskeren.

Bij al die glitter en glans denkt niemand meer aan de gezwollen lippen van Chinese vrouwtjes die dag en nacht kerstballen moeten blazen of de kapotte vingertjes van Chinese kindertjes die alles in moeten pakken en de scherven met blote handen moeten opvegen. Showbizz-achtige glimslingers van kunststof moeten de zieltogende boom een feestelijk aanzien geven en de echte kaarsen zijn al lang vervangen door elektrische knipperlichtjes.  Het is allemaal nep en dat willen ze niet weten. Ze spreken pas van nep als iemand voorstelt om niet meer mee te doen aan de jaarlijkse slacht van kerstbomen en een duurzame designboom aan te schaffen.

De keuze van echt voor namaak is in dit geval van een treurnis verwekkende decadentie. Je laven aan de stervensgeur van een onschuldig wezen. Men realiseert zich bovendien niet dat de  om hun geur omgebrachte sparrenbomen, met ‘Oh dennenboom’ , ook nog beledigend worden toegezongen. Ja, zijn takken zijn wonderschoon. Maar de kortstondigheid daarvan wordt niet meegewogen.
Het feest van het licht, het feest van het terugkerend leven in de natuur, wordt voorafgegaan door genocide. Iedere boom zal graag zijn leven geven voor degelijk timmerhout. Dat wordt de kerstboom niet gegund. Zijn sterven draagt bij aan de feestvreugde die we ook willen kunnen ruiken. Het binnenklimaat wordt gevuld met de stervensgeur van een veelbelovende jongeling die het in zich had om een boom van een vent te worden. 

Ze eten vegetarisch met kerstmis, want het is zo zielig voor dieren, maar om een levende boom met nog een heel leven voor zich bekommeren ze zich niet. Verspilling is het, maar de egomane geurzucht lijkt  niet te bedwingen als het om de keuze voor echt of nep gaat. Het zijn dezelfden echter die wel in opstand komen als de gemeente een boom wil kappen.

Allen een geurige kerst, een gezellige jaarwisseling en een mooi 2020 gewenst




donderdag 28 november 2019

De uitkering voor de vaste lasten en wat zwart inkomen om lol te kunnen maken




Ik ken hem vaag. Het is een vrolijke en aardige jongen. Toen ik de bus in stapte zwaaide hij uitnodigend om naast hem te komen zitten. Trots vertelde hij dat hij nu een eigen ‘huisje’ had en druk bezig was om het in te richten. Hij had zijn leven voor elkaar. Zonder enige gêne vertelde hij dat een uitkering zijn vaste lasten dekte en hij daarnaast nog wat zwart inkomen had om lol te kunnen maken. Hij presenteerde het alsof het de uitvinding van het jaar was en andere mensen stom genoeg waren om dagelijks naar hun werk te gaan. Vroeg opstaan doen alleen dommeriken.

Het leek me niet verstandig om door te vragen naar dat zwarte werk. Daar zou ik toch geen echt antwoord op krijgen. Wat hij onder ‘lol maken’ verstond wist ik wel. Drank en soft drugs, af en toe wat gokken en met vrienden lachen om de stomme Nederlanders. Ook daar was hij oprecht in. Net als veel van zijn  vrienden heeft hij de overtuiging dat hij twee handicaps heeft. Hij is niet geschikt om met zijn handen te werken en al helemaal niet geschikt om onder een baas te werken. Vandaar dat hij vage plannen heeft om over een tijdje voor zich zelf te beginnen, iets met verkoop via internet.

Aan dat voorval in de lente van dit jaar moest ik denken bij de berichten dat de landelijke overheid voor mensen in de WIA (Wet Inkomen en Arbeid) een tegenprestatie verplicht wil stellen. De verontwaardigde reacties op dat voornemen zijn voor een deel zeker terecht. Een deel van het WIA-klantenbestand is door ziekte of gebrek absoluut niet in staat tot een redelijk te achten tegenprestatie. Dat geldt beslist niet voor het type klanten waarvan ik hierboven een beschrijving gaf. Ze spelen een kat en muisspel met uitkeringsinstanties. Ervaring heeft ze slim gemaakt en de succesvolle tactieken worden aan elkaar door gegeven. Als je bijvoorbeeld een intelligentietest moet doen, vul je de antwoorden naar willekeur in. Het lage IQ dat de sabotage oplevert, maakt je al minder bemiddelbaar.

Er is niet bekend hoe groot deze populatie binnen de WIA is. Tienduizend lijkt me een veilige inschatting. Meestal hebben ze geen opleiding afgemaakt, begonnen vroeg met spijbelen en mislukten in laag betaalde baantjes. Hun visie op het leven delen ze met elkaar en hebben ze in een verhaal gegoten dat hun levenswijze rechtvaardigt. De lage drempel voor uitkeringen. Als de Sociale Dienst het al lukt om ze aan het werk te krijgen, worden ze nogal eens in de proeftijd ontslagen. De andere truc is om een minimale WW-uitkering op te bouwen en daarna ontslag te forceren door te laat te komen en onder te presteren. Als de uitkeringsperiode van de WW afloopt, kun je weer terugvallen op de WIA. Maar al te vaak hebben ze schulden. De schulden leiden nogal eens tot criminaliteit in de vorm van overvallen, diefstal, fraude, druggerelateerde activiteiten en zwaardere criminaliteit.

Het is de vraag of de verplichting tot een tegenprestatie bij een uitkering zal helpen. Geslaagde vormen van sabotage zullen snel de ronde doen en navolging krijgen. Je meldt je ziek of zo. Dan is niet alleen de lage drempel voor uitkeringen behulpzaam, maar ook het gebrek aan handhaving. Het huidige stelsel schept een klasse van parasitaire ‘freeriders’ die van de ene naar de andere uitkering hoppen. Het is ook de klasse waarin geworven wordt voor criminele activiteiten. Het kan redelijk onschuldig beginnen, maar de brutaalsten en slimsten stromen door naar zwaardere criminaliteit.
Vluchtelingenouders uit de jaren negentig waren bang dat hun kinderen zouden gaan roken omdat dit een opstap zou zijn naar drugsgebruik. Tegenwoordig proberen ze hun kinderen vooral uit de buurt van ‘Marokkanen’ te houden om te voorkomen dat ze voor een ‘gemakkelijke’ levensstijl kiezen. Datzelfde geldt waarschijnlijk ook voor heel veel Nederlandse ouders. De verleidingen zijn groot voor jongeren die het goede spoor bijster zijn.

Het invoeren van de plicht tot tegenprestatie bij een WIA-uitkering komt voort uit het coalitieprogramma van Rutte III. De huidige voorstellen lijken niet goed doordacht te zijn. Het toepassingsgebied zal beperkt blijven tot de meer probleemloze klanten. Aan de ene kant zullen zieken en gebrekkigen afvallen. Aan de andere kant staat een groep die door sabotage aan de plicht zal proberen te ontkomen. Voor die laatste groep is er dan ook een hele andere aanpak noodzakelijk. Waarschijnlijk wordt dat wel ingezien. Maar een aparte aanpak voor deze groep stuit op wettelijke bezwaren. Gelijke behandeling om discriminatie te voorkomen, pedagogische inzichten  en privacywetgeving vormen bijvoorbeeld hindernissen om tot een groepsaanpak te komen. De gevolgen van het ontbreken van een gerichte aanpak, kleine en grote criminaliteit worden wel bestreden. Een redelijk groot deel van die criminaliteit had kunnen worden voorkomen.

Tenslotte een update over mijn ‘busvriend’. Dit voorjaar deed hij keurig werk in de zwarte zone van de economie. Afgelopen zomer is hij gerekruteerd voor koeriersdiensten in de drugssector.






dinsdag 26 november 2019

Islamitische gemeenschappen leveren geen handen aan het bed

Een van de weinigen


Een paar jaar geleden leidde een vervelende ziekte tot opnames in achtereenvolgens verschillende ziekenhuizen, waarbij het één keer om een langdurige opname ging. Het verblijf in een ziekenhuis laat je kennis maken met een aparte wereld, een microkosmos met aparte rituelen en protocollen. Wat mij uiteindelijk ging opvallen was dat naast de overwegend blonde en meestal zakelijke verpleegsters en de lievere Surinaamsen, de aanhangers van de islam ontbraken. Ze zijn er wel in de ziekenhuizen. Als schoonmaakster nemen ze de kamer onderhanden, kijken je niet aan en voelen niks voor een praatje. Ook in de apotheek, laboratorium en in technische functies zijn ze te vinden. Maar niet aan het bed.

Mijn waarneming heb ik voorgelegd aan verpleegsters en artsen die ik kende en zij bevestigden dat in hun ziekenhuis hetzelfde beeld bestond. Op één van mijn ligdagen meende ik een Afghaanse verpleegster te ontdekken. Nieuwsgierig viste ik naar haar etniciteit. Ze was geen Afghaanse, maar kwam uit een van de -stanladen in de buurt van Afghanistan. Bij doorvragen vertelde ze dat ze min of meer een eenling was die geen druk voelde vanuit een grotere islamitische gemeenschap die haar vanwege haar beroep zou veroordelen.

Het beroep van verpleegster of verzorgster is binnen islamitische gemeenschappen geen populair of eervol beroep. Voor een deel heeft dat te maken met de medische cultuur in de landen van afkomst. Daar is een verpleegster nog de koningin van de ziekenzaal die zich uitsluitend beperkt tot medische handelingen. De verzorging wordt aan de familie van de patiënt overgelaten.

Naast die cultuur geldt echter ook de afwijzing van anders- of niet-gelovigen als onrein. Het aanraken van de lijven van niet-moslims wordt binnen islamitische gemeenschappen als een soort taboe gezien en wie zich tot dat beroep voelt aangetrokken, wordt ontmoedigd. Een verpleegster of verzorgster binnen de familie draagt bepaald niet bij aan de reputatie van de familie. Van een Haarlemse moslima die wél verpleegster werd, wordt vermeld: Ooms en tantes vonden het maar niets dat Fatma Ozbeck verpleegster wilde worden. Een maagd die vreemde mannen wast, dat kon onmogelijk Allahs wil zijn. Ze hadden een totaal verkeerd beeld van de zorg, zegt het meisje (18). "Alsof ik in het ziekenhuis alleen maar geslachtsdelen was."

Het aantal moslims in Nederland bedraagt zo’n 6% van de bevolking. Dat betekent dat dit bevolkingsdeel nauwelijks een bijdrage levert aan handen aan het bed en in de thuiszorg. Een deel van het tekort in die sectoren kan geweten worden aan het uitblijven van hun bijdrage aan patiëntenzorg. Het is een onderwerp dat nauwelijks aandacht krijgt. Minister Hoekstra heeft dit jaar in zijn H.J. Schoo-lezing het onderwerp wel op een indirecte manier aan de orde gesteld door te wijzen op het gebrek aan wederkerigheid in bepaalde gemeenschappen. Letterlijk zei hij in dit verband: “Het voorrecht om Nederlander te worden, leidt te vaak niet tot de inspanningen en resultaten die de samenleving redelijkerwijs van nieuwkomers mag verwachten. Ik geef u op een briefje dat als we de steven niet weten te wenden, dit probleem ons nog decennia parten zal spelen.” In de media werd zijn verhaal  nogal eens als een ‘rechts’ geluid bestempeld en verdween daarmee naar de achtergrond.

Als het over ziekenzorg gaat, kunnen we inderdaad vaststellen dat vanuit de islamitische gemeenschappen het ontbreekt aan wederkerigheid. Wel wordt er gerekend op de hulp vanuit het zorgstelsel in Nederland. Binnen dat zorgstelsel hebben moslims geen geweldige naam omdat ze nogal eens veeleisend en agressief zijn. Dat zag ik toen ik in een van de ziekenhuizen op een tweepersoonskamer terecht kwam en de andere patiënt een moslima was. Ze was niet in voor een praatje. Het enige wat ik van haar te horen kreeg was: “ik wil hier niet zijn”. De volgende dag begreep ik dat pas. Toen haar man op bezoek kwam ondervroeg ze hem naar de resultaten van zijn inspanningen om een eenpersoonskamer voor haar te regelen. Dat was hem niet gelukt. Niet veel later hoorde ik hem op de gang tekeer gaan tegen de hoofdverpleegster. Ze bleef rustig en vertelde hem dat wat goed genoeg was voor alle patiënten, ook goed genoeg was voor zijn vrouw. Met een rood hoofd van opwinding kwam hij terug en instrueerde zijn vrouw om de volgende morgen gereed te zijn voor vertrek. De volgende morgen vertrok ze inderdaad. Een verpleegster die het stel helemaal zat was vertelde me dat het geen uitzondering was. Oudere patiënten geven nauwelijks problemen en zijn overal dankbaar voor. Maar als hun zoons of dochters zich ermee gaan bemoeien is het vaak hommeles.

Één geval van waarneming is natuurlijk niet indicatief, maar luister maar eens naar mensen die op spoedpoli’s werken of bij huisartsenposten. Daar hoor je hoe veeleisend sommige moslims zijn. Een van de redenen daarvoor bleek onlangs. DENK beschuldigde de medische zorg van nalatigheid als het om moslimpatiënten gaat. In de praktijk blijkt juist het tegenovergestelde het geval zoals uit deze brief van een oncologie-verpleegster blijkt. Juist de veeleisendheid leidt nogal eens tot meer zorg dan normaal. Die veeleisendheid komt ook voort uit het wantrouwen uit de omgeving van moslimpatiënten of hun familielid wel de juiste zorg krijgt.

Alles uit de kast willen halen als het om de eigen zorg gaat en weigeren om actief deel te nemen aan die zorg als verpleegster of verzorgster is een van de te weinig benoemde problemen van de multiculturele samenleving maar ook een reden waarom de bevolkingsgroep van moslims niet in hoog aanzien staat. De omvang van wederkerigheid is een peilstok voor de integratie en die wijst uit dat er nog een lange weg te gaan is.

Aanvulling: allochtonen doen vaker beroep op medische zorg dan allochtonen


donderdag 21 november 2019

Binnen de islam hadden vrouwen minder invloed op de cultuur dan in Europa


Elizabeth I van Engeland (1533-1603)
Het begon met de vraag van een moslima. “Peter, kun jij mij uitleggen waarom hier alles zo goed georganiseerd is en in onze landen zo slecht” Al bijna een jaar praten we over weinig anders.
Zo’n beetje alles is al de revue gepasseerd: corruptie, patronage, religieuze leer, de renaissance, de Verlichting, de Europese filosofen, tribalisme, geografie, verschil tussen arm en rijk, grootgrondbezit, enzovoorts. Het levert allemaal wel deelverklaringen op, maar geen van allen leek van doorslaggevende aard. Bij ingeving gooide ik het over een andere boeg en verklaarde dat het belangrijkste verschil de rol van de vrouw is in beide culturen.

Het is een hypothese. Ik gooi hem graag in de groep in de hoop dat discussie verdere helderheid kan brengen. Een geleerde historica trok haar wenkbrauwen op bij mijn stelling en betoogde cynisch dat het nog niet zo lang geleden is dat vrouwen kiesrecht kregen en nog veel later economische zelfstandigheid. Kennelijk had ik het nog niet goed genoeg uitgelegd. Mijn stelling is niet gebaseerd op de formele macht van vrouwen, maar op hun informele macht. Ik zal dat proberen uit te leggen.

De Europese geschiedenis zit vol sterke vrouwen. Denk maar aan Isabella van Castilië die met haar man Ferdinand de moslims uit Spanje verjaagde en die Columbus de opdracht verstrekte om zijn ontdekkingsreis te maken. Denk ook aan machtige koninginnen als Maria Theresa van Oostenrijk, (Keizerin) Catherina II van Rusland, Elizabeth I van Engeland . Ook de christelijke religie kent sterke vrouwen. Denk aan de in heel Europa aanbeden Maria als moeder van Jezus, maar ook aan de vele heilig verklaarde vrouwen. Ook minder heilige vrouwen als Jeanne d’Arc en Kenau van Hasselaer (Haarlems beleg) droegen bij aan het beeld van sterke vrouwen in de Europese geschiedenis. Voor een deel gaat de acceptatie van ‘sterke vrouwen’ terug op de Germaanse cultuur waarin vrouwen bijvoorbeeld zelf echtscheiding konden vragen en sociaal gelijkwaardig aan mannen waren als ze zich sterk toonden’.

Al die rolmodellen van sterke vrouwen in de Europese geschiedenis zullen van invloed zijn geweest op het zelfbeeld van vrouwen. Soms moesten ze ook wel sterk zijn, denk maar aan al die vissersvrouwen, soldatenvrouwen, matrozenvrouwen die er alleen voor stonden als hun man van huis was. Het is denk ik tekenend voor de premoderne geschiedenis dat in de taakverdeling de man zijn rol vooral buitenshuis had en de vrouw binnenshuis de belangrijkste rol vervulde. In haar eigen domein bepaalde als ze als regel de gang van zaken. Haar gezag was overwegend informeel. Maar niet zonder invloed. Ze matigde mannen in hun harde visies en als opvoedster beïnvloedde ze het wereldbeeld van haar zonen. Formeel was ze ondergeschikt, informeel was ze cultuurdraagster.

De opkomst van de vrouw in de moderne geschiedenis tot op heden rust ongetwijfeld in het verlangen van vrouwen om meer invloed te kunnen ontwikkelen dan de informele invloed toestond. Het is een harde strijd geweest want het christelijk wereldbeeld hield vrouwen op hun plaats.

Als we vervolgens naar de islamitische geschiedenis kijken, zien we een ander beeld. Tot aan de dag van vandaag (en ook in Nederland) zijn vrouwen meestal afwezig bij begrafenissen omdat ze als emotioneel instabiel worden gezien en alleen kunnen functioneren onder mannelijke leiding. Binnen de islam is de man ook binnenhuis gerechtigd tot het nemen van alle beslissingen. In de geschiedenis van de islam zijn nauwelijks sterke vrouwen te vinden die de rol van de vrouw hadden kunnen beïnvloeden. In de loop van de islamitische geschiedenis heeft de vrouw ook nauwelijks informele invloed. Het patroon van normen en waarden binnen de islam is mannelijk, het recht van de sterkste domineert. Dat gaat niet alleen over de hoofddoek.

De matigende en sturende rol van vrouwen op de zich ontwikkelende Europese cultuur, ontbreekt binnen de islam. Mannen worden minder gecorrigeerd. Hun positie wordt veelal bepaald door de tribale cultuur waarin het om dominantie draait. In volgorde zijn  het eigen belang, het familiebelang, het clanbelang en het stambelang in een tribale cultuur altijd van een hogere prioriteit dan het algemeen belang en vrouwen hebben niet het recht zich daarin te mengen. De onderdrukking van de islamitische vrouw is gebaseerd op haar veronderstelde minderwaardigheid en dat beperkt haar invloed in hoge mate. In de islamitische cultuur bestaan er nauwelijks rolmodellen die vrouwen kunnen ondersteunen bij de verbetering van hun positie. De orthodoxe uitleg van de koran belemmert vrouwen om hun positie te verbeteren. Er zijn op wat vrouwen van de Profeet na, nauwelijks rolmodellen.

De tribale cultuur noopt mannen tot onderlinge strijd. Niet of nauwelijks gehinderd door vrouwelijke invloeden is het verwerven van macht en aanzien hun belangrijkste doel en matigende normen en waarden zoals we die in Europa kennen vormen daarbij eerder belemmeringen dan aansporingen.

Er is binnen migrantengroepen en in islamitische landen een kentering zichtbaar. Het zelfbewustzijn van vrouwen begint te groeien. Zie bijvoorbeeld het hoofddoekenprotest in Iran en de deelname van (jonge) vrouwen in opstanden en demonstraties. Er is nog een hele lange weg te gaan, maar het begin is er.