Posts tonen met het label handen aan het bed. Alle posts tonen
Posts tonen met het label handen aan het bed. Alle posts tonen

dinsdag 13 oktober 2020

Lodewijk Asscher in de fout over de coronatweet van Wilders

                                         



Armand Girbes, hoofd van de intensive care-afdeling van het VU Medisch Centrum in Amsterdam, sprak in een podcast over zijn waarneming dat coronapatiënten op zijn IC-afdeling voornamelijk bestaan uit niet-westerse patiënten die het Nederlands slecht beheersen.

Wilders twitterde hierover: "Dus behandelingen en operaties van Henk en Ingrid met kanker, hartfalen of andere ziektes worden weer uitgesteld omdat de ic's vooral bezet worden door Mohammed en Fatima die onze taal niet spreken en lak hebben aan de regels? 

Die tweet leidde tot een storm van verontwaardiging in voornamelijk politiek correcte kringen.

PvdA-voorman Lodewijk Asscher reageerde als volgt: "Dat je over de rug van mensen die op de intensive care liggen nog verdeeldheid probeert te zaaien. Racistische drek. Elke dag werken Henk, Ingrid, Mohammed en Fatima zich een slag in de rondte in onze ziekenhuizen. Voor álle patiënten.”

De tweet van Wilders kan als ongenuanceerd worden bestempeld, maar is in essentie niet onwaar. Dat geldt niet voor de reactie van Asscher. Hij veroordeelt het zaaien van verdeeldheid als racistische drek. In feite verzet hij zich daarmee tegen het bij de naam noemen van de dingen die voor bepaalde minderheden niet zo aardig zijn. Volgens de typering van Michael J. Sandel (The Tyranny of Merit) is het de verkeerde meritocratische stijl die zich vanaf de jaren zestig ontwikkelde en die liever minderheden beschermt en tegelijk neerkijkt op laagopgeleide autochtonen. Uitgerekend de geschiedenis van de PvdA is daar een overtuigend bewijs van die stelling. Ook in de media overheerst deze meritocratische stijl die we hier ook wel als ‘politieke correctheid’ kennen. Sandel ziet het als oorzaak van de polarisatie.

Van Asscher hadden we ook mogen verwachten dat juist hij prudent zou omgaan met het begrip racisme. Hij lijkt wat dat betreft op Grunberg die Marokkanen als de nieuwe joden ziet.

Helemaal in de fout gaat Asscher met zijn bewering: Elke dag werken Henk, Ingrid, Mohammed en Fatima zich een slag in de rondte in onze ziekenhuizen. Voor álle patiënten.” Asscher gaat hier uit van een misleidende voorstelling van zaken. Het klopt wel wat Henk en Ingrid betreft. Die staan in de frontlinie van de pandemie. Mohammed en Fatima ontbreken daar nagenoeg volledig. Ik heb daar al eens eerder op gewezen. Een rekensom kan de omvang hiervan zichtbaar maken. Er zijn ca. 180.000 verpleegkundigen geregistreerd. Gemakshalve stel ik dat op 170.000. Dat is bij 17.000.000 inwoners 10.000 verpleegkundigen op 1.000.000 inwoners. Het aandeel van islamgelovigen bedraagt in Nederland ongeveer 1.000.000. Er zouden dus 10.000 islamitische verpleegkundigen kunnen zijn. Die zijn er helemaal niet. Binnen islamitische gemeenschappen is verpleegkunde geen glamerous beroep. Het verplegen van niet-gelovigen wordt al dan niet ten rechte als haram beschouwd.

We missen op deze wijze tienduizend verpleegkundigen in Nederland. Daarbij kan ook worden gewezen op het gebrek aan wederkerigheid. Vanuit niet-westerse allochtone kringen wordt volop beroep gedaan op medische zorg en vaak is de beste zorg ze nog niet goed genoeg. Er bestaat ook wantrouwen onder  allochtonen of zij wel de juiste behandeling krijgen.

In de Volkskrant (13-10-20) mocht de  journaliste Ellen de Visser  een analyse maken van de sociaal-economische achtergronden van de coronapandemie onder niet-westerse allochtonen. Ze gebruikten daar slechts één (bevoordeelde) bron voor, de huisarts Maria van den Muijsenberg. In de laatste alinea ‘jamaart’ deze de culturele verschillen met een verwijzing naar de Staphorsters. Kennelijk wordt de  eigen krant niet goed gelezen. (nb. Kennelijk is het krantenartikel teruggetrokken, ik kan het niet meer vinden op de site van de Volkskrant.)

Een week eerder had de Volkskrant een interview met imam Elforkani. Deze wees uitdrukkelijk naar de (‘tribale’ pl) schaamtecultuur die een rol speelt bij de grote verspreiding van corona onder niet-westerse allochtonen en noemt ook de complottheorieën die onder de jongeren populair zijn. Als sociaal-economische oorzaken al een rol spelen zouden die ook moeten gelden voor autochtonen in vergelijkbare omstandigheden. Daar is niet echt sprake van, dus moet cultuur wel een hoofdrol spelen. Dezelfde cultuur die handen aan het bed niet ziet zitten.

Hoogste tijd dat we inzetten op cultuurverandering bij niet-westerse allochtonen

 

 

dinsdag 26 november 2019

Islamitische gemeenschappen leveren geen handen aan het bed

Een van de weinigen


Een paar jaar geleden leidde een vervelende ziekte tot opnames in achtereenvolgens verschillende ziekenhuizen, waarbij het één keer om een langdurige opname ging. Het verblijf in een ziekenhuis laat je kennis maken met een aparte wereld, een microkosmos met aparte rituelen en protocollen. Wat mij uiteindelijk ging opvallen was dat naast de overwegend blonde en meestal zakelijke verpleegsters en de lievere Surinaamsen, de aanhangers van de islam ontbraken. Ze zijn er wel in de ziekenhuizen. Als schoonmaakster nemen ze de kamer onderhanden, kijken je niet aan en voelen niks voor een praatje. Ook in de apotheek, laboratorium en in technische functies zijn ze te vinden. Maar niet aan het bed.

Mijn waarneming heb ik voorgelegd aan verpleegsters en artsen die ik kende en zij bevestigden dat in hun ziekenhuis hetzelfde beeld bestond. Op één van mijn ligdagen meende ik een Afghaanse verpleegster te ontdekken. Nieuwsgierig viste ik naar haar etniciteit. Ze was geen Afghaanse, maar kwam uit een van de -stanladen in de buurt van Afghanistan. Bij doorvragen vertelde ze dat ze min of meer een eenling was die geen druk voelde vanuit een grotere islamitische gemeenschap die haar vanwege haar beroep zou veroordelen.

Het beroep van verpleegster of verzorgster is binnen islamitische gemeenschappen geen populair of eervol beroep. Voor een deel heeft dat te maken met de medische cultuur in de landen van afkomst. Daar is een verpleegster nog de koningin van de ziekenzaal die zich uitsluitend beperkt tot medische handelingen. De verzorging wordt aan de familie van de patiënt overgelaten.

Naast die cultuur geldt echter ook de afwijzing van anders- of niet-gelovigen als onrein. Het aanraken van de lijven van niet-moslims wordt binnen islamitische gemeenschappen als een soort taboe gezien en wie zich tot dat beroep voelt aangetrokken, wordt ontmoedigd. Een verpleegster of verzorgster binnen de familie draagt bepaald niet bij aan de reputatie van de familie. Van een Haarlemse moslima die wél verpleegster werd, wordt vermeld: Ooms en tantes vonden het maar niets dat Fatma Ozbeck verpleegster wilde worden. Een maagd die vreemde mannen wast, dat kon onmogelijk Allahs wil zijn. Ze hadden een totaal verkeerd beeld van de zorg, zegt het meisje (18). "Alsof ik in het ziekenhuis alleen maar geslachtsdelen was."

Het aantal moslims in Nederland bedraagt zo’n 6% van de bevolking. Dat betekent dat dit bevolkingsdeel nauwelijks een bijdrage levert aan handen aan het bed en in de thuiszorg. Een deel van het tekort in die sectoren kan geweten worden aan het uitblijven van hun bijdrage aan patiëntenzorg. Het is een onderwerp dat nauwelijks aandacht krijgt. Minister Hoekstra heeft dit jaar in zijn H.J. Schoo-lezing het onderwerp wel op een indirecte manier aan de orde gesteld door te wijzen op het gebrek aan wederkerigheid in bepaalde gemeenschappen. Letterlijk zei hij in dit verband: “Het voorrecht om Nederlander te worden, leidt te vaak niet tot de inspanningen en resultaten die de samenleving redelijkerwijs van nieuwkomers mag verwachten. Ik geef u op een briefje dat als we de steven niet weten te wenden, dit probleem ons nog decennia parten zal spelen.” In de media werd zijn verhaal  nogal eens als een ‘rechts’ geluid bestempeld en verdween daarmee naar de achtergrond.

Als het over ziekenzorg gaat, kunnen we inderdaad vaststellen dat vanuit de islamitische gemeenschappen het ontbreekt aan wederkerigheid. Wel wordt er gerekend op de hulp vanuit het zorgstelsel in Nederland. Binnen dat zorgstelsel hebben moslims geen geweldige naam omdat ze nogal eens veeleisend en agressief zijn. Dat zag ik toen ik in een van de ziekenhuizen op een tweepersoonskamer terecht kwam en de andere patiënt een moslima was. Ze was niet in voor een praatje. Het enige wat ik van haar te horen kreeg was: “ik wil hier niet zijn”. De volgende dag begreep ik dat pas. Toen haar man op bezoek kwam ondervroeg ze hem naar de resultaten van zijn inspanningen om een eenpersoonskamer voor haar te regelen. Dat was hem niet gelukt. Niet veel later hoorde ik hem op de gang tekeer gaan tegen de hoofdverpleegster. Ze bleef rustig en vertelde hem dat wat goed genoeg was voor alle patiënten, ook goed genoeg was voor zijn vrouw. Met een rood hoofd van opwinding kwam hij terug en instrueerde zijn vrouw om de volgende morgen gereed te zijn voor vertrek. De volgende morgen vertrok ze inderdaad. Een verpleegster die het stel helemaal zat was vertelde me dat het geen uitzondering was. Oudere patiënten geven nauwelijks problemen en zijn overal dankbaar voor. Maar als hun zoons of dochters zich ermee gaan bemoeien is het vaak hommeles.

Één geval van waarneming is natuurlijk niet indicatief, maar luister maar eens naar mensen die op spoedpoli’s werken of bij huisartsenposten. Daar hoor je hoe veeleisend sommige moslims zijn. Een van de redenen daarvoor bleek onlangs. DENK beschuldigde de medische zorg van nalatigheid als het om moslimpatiënten gaat. In de praktijk blijkt juist het tegenovergestelde het geval zoals uit deze brief van een oncologie-verpleegster blijkt. Juist de veeleisendheid leidt nogal eens tot meer zorg dan normaal. Die veeleisendheid komt ook voort uit het wantrouwen uit de omgeving van moslimpatiënten of hun familielid wel de juiste zorg krijgt.

Alles uit de kast willen halen als het om de eigen zorg gaat en weigeren om actief deel te nemen aan die zorg als verpleegster of verzorgster is een van de te weinig benoemde problemen van de multiculturele samenleving maar ook een reden waarom de bevolkingsgroep van moslims niet in hoog aanzien staat. De omvang van wederkerigheid is een peilstok voor de integratie en die wijst uit dat er nog een lange weg te gaan is.

Aanvulling: allochtonen doen vaker beroep op medische zorg dan allochtonen