donderdag 21 november 2019

Binnen de islam hadden vrouwen minder invloed op de cultuur dan in Europa


Elizabeth I van Engeland (1533-1603)
Het begon met de vraag van een moslima. “Peter, kun jij mij uitleggen waarom hier alles zo goed georganiseerd is en in onze landen zo slecht” Al bijna een jaar praten we over weinig anders.
Zo’n beetje alles is al de revue gepasseerd: corruptie, patronage, religieuze leer, de renaissance, de Verlichting, de Europese filosofen, tribalisme, geografie, verschil tussen arm en rijk, grootgrondbezit, enzovoorts. Het levert allemaal wel deelverklaringen op, maar geen van allen leek van doorslaggevende aard. Bij ingeving gooide ik het over een andere boeg en verklaarde dat het belangrijkste verschil de rol van de vrouw is in beide culturen.

Het is een hypothese. Ik gooi hem graag in de groep in de hoop dat discussie verdere helderheid kan brengen. Een geleerde historica trok haar wenkbrauwen op bij mijn stelling en betoogde cynisch dat het nog niet zo lang geleden is dat vrouwen kiesrecht kregen en nog veel later economische zelfstandigheid. Kennelijk had ik het nog niet goed genoeg uitgelegd. Mijn stelling is niet gebaseerd op de formele macht van vrouwen, maar op hun informele macht. Ik zal dat proberen uit te leggen.

De Europese geschiedenis zit vol sterke vrouwen. Denk maar aan Isabella van Castilië die met haar man Ferdinand de moslims uit Spanje verjaagde en die Columbus de opdracht verstrekte om zijn ontdekkingsreis te maken. Denk ook aan machtige koninginnen als Maria Theresa van Oostenrijk, (Keizerin) Catherina II van Rusland, Elizabeth I van Engeland . Ook de christelijke religie kent sterke vrouwen. Denk aan de in heel Europa aanbeden Maria als moeder van Jezus, maar ook aan de vele heilig verklaarde vrouwen. Ook minder heilige vrouwen als Jeanne d’Arc en Kenau van Hasselaer (Haarlems beleg) droegen bij aan het beeld van sterke vrouwen in de Europese geschiedenis. Voor een deel gaat de acceptatie van ‘sterke vrouwen’ terug op de Germaanse cultuur waarin vrouwen bijvoorbeeld zelf echtscheiding konden vragen en sociaal gelijkwaardig aan mannen waren als ze zich sterk toonden’.

Al die rolmodellen van sterke vrouwen in de Europese geschiedenis zullen van invloed zijn geweest op het zelfbeeld van vrouwen. Soms moesten ze ook wel sterk zijn, denk maar aan al die vissersvrouwen, soldatenvrouwen, matrozenvrouwen die er alleen voor stonden als hun man van huis was. Het is denk ik tekenend voor de premoderne geschiedenis dat in de taakverdeling de man zijn rol vooral buitenshuis had en de vrouw binnenshuis de belangrijkste rol vervulde. In haar eigen domein bepaalde als ze als regel de gang van zaken. Haar gezag was overwegend informeel. Maar niet zonder invloed. Ze matigde mannen in hun harde visies en als opvoedster beïnvloedde ze het wereldbeeld van haar zonen. Formeel was ze ondergeschikt, informeel was ze cultuurdraagster.

De opkomst van de vrouw in de moderne geschiedenis tot op heden rust ongetwijfeld in het verlangen van vrouwen om meer invloed te kunnen ontwikkelen dan de informele invloed toestond. Het is een harde strijd geweest want het christelijk wereldbeeld hield vrouwen op hun plaats.

Als we vervolgens naar de islamitische geschiedenis kijken, zien we een ander beeld. Tot aan de dag van vandaag (en ook in Nederland) zijn vrouwen meestal afwezig bij begrafenissen omdat ze als emotioneel instabiel worden gezien en alleen kunnen functioneren onder mannelijke leiding. Binnen de islam is de man ook binnenhuis gerechtigd tot het nemen van alle beslissingen. In de geschiedenis van de islam zijn nauwelijks sterke vrouwen te vinden die de rol van de vrouw hadden kunnen beïnvloeden. In de loop van de islamitische geschiedenis heeft de vrouw ook nauwelijks informele invloed. Het patroon van normen en waarden binnen de islam is mannelijk, het recht van de sterkste domineert. Dat gaat niet alleen over de hoofddoek.

De matigende en sturende rol van vrouwen op de zich ontwikkelende Europese cultuur, ontbreekt binnen de islam. Mannen worden minder gecorrigeerd. Hun positie wordt veelal bepaald door de tribale cultuur waarin het om dominantie draait. In volgorde zijn  het eigen belang, het familiebelang, het clanbelang en het stambelang in een tribale cultuur altijd van een hogere prioriteit dan het algemeen belang en vrouwen hebben niet het recht zich daarin te mengen. De onderdrukking van de islamitische vrouw is gebaseerd op haar veronderstelde minderwaardigheid en dat beperkt haar invloed in hoge mate. In de islamitische cultuur bestaan er nauwelijks rolmodellen die vrouwen kunnen ondersteunen bij de verbetering van hun positie. De orthodoxe uitleg van de koran belemmert vrouwen om hun positie te verbeteren. Er zijn op wat vrouwen van de Profeet na, nauwelijks rolmodellen.

De tribale cultuur noopt mannen tot onderlinge strijd. Niet of nauwelijks gehinderd door vrouwelijke invloeden is het verwerven van macht en aanzien hun belangrijkste doel en matigende normen en waarden zoals we die in Europa kennen vormen daarbij eerder belemmeringen dan aansporingen.

Er is binnen migrantengroepen en in islamitische landen een kentering zichtbaar. Het zelfbewustzijn van vrouwen begint te groeien. Zie bijvoorbeeld het hoofddoekenprotest in Iran en de deelname van (jonge) vrouwen in opstanden en demonstraties. Er is nog een hele lange weg te gaan, maar het begin is er.





Geen opmerkingen: