maandag 11 juni 2018

Waar komt onze vrijheid vandaan?


Rituele onderwerping


Regelmatig plaag ik haar dat ze in haar stamboom een Nederlandse voorouder moet hebben gehad. Ze komt uit het Midden-Oosten, is hoog opgeleid en eigenzinnig. Ze verdient haar eigen brood en is daar trots op. Ze is helemaal van: ‘leer de taal, wees eerlijk en neem geen schotel’. Ze kan zich groen en geel ergeren aan land- en geloofsgenoten die nog steeds denken dat hun thuiscultuur superieur is aan de West-Europese cultuur. Van haar heb ik geleerd dat liegen een onderdeel is van de moslimse cultuur. Kinderen leren dat al vroeg van hun ouders. Er moet een reputatie in stand worden gehouden en het verschil tussen binnen en buiten wordt overbrugd door leugens. De schone schijn moet worden verdedigd.

Haar vraag: “Waar komt jullie vrijheid vandaan”, is al wekenlang een gespreksonderwerp. De voor de hand liggende antwoorden hebben we achter de rug. Geen daarvan is echt bevredigend. Achter iedere verklaring ligt er weer een nieuwe vraag. Tegenwoordig hebben we het vaak over de jaren zestig waarin de Nederlandse bevolking zich bevrijdde van de patriarchale hiërarchie. Haar vraag is begrijpelijk. Er is een groot verschil in vrijheid en haar vraag is dan ook waarom de bevolking van het Midden-Oosten niet gelukt is om dezelfde vrijheid te bereiken als in Europa.

Een verklaring voor het verschijnsel van de jaren zestig is alleen te vinden in het al langer sluimerend verlangen naar vrijheid dat in de wederopbouwjaren waarin discipline en hard werken vereisten waren, te lang was onderdrukt. Toen de lonen vanaf begin zestig weer begonnen te stijgen, nam ook de roep om vrijheid weer toe. De behoefte aan vrijheid is een constante in de geschiedenis van met name West-Europa. Die geschiedenis is gevuld met oorlogen en opstanden waarbij vrijheid de inzet was. We danken er bijvoorbeeld de vrijheid van godsdienst en de vrijheid van meningsuiting aan. Je kunt je afvragen of de bevolkingen van West-Europa een vrijheidsgen hebben dat de bevolkingen in het Midden-Oosten en Noord-Afrika niet hebben. Die veronderstelling is gemakkelijk te weerleggen. Ook in die regio’s van de wereld leeft de behoefte aan vrijheid. Die komt tot expressie achter de voordeur. Echter zodra je het huis hebt verlaten vertoon je het aangepaste gedrag dat vereist is.

De behoefte aan vrijheid en de wil of noodzaak om vrijheid te onderdrukken en te beperken vormen door hun onverenigbaarheid al eeuwenlang de geschiedenis van de mensheid en zal dat ook blijven doen. De balans tussen die twee is een eeuwig twistpunt die terug te vinden is in de ideeëngeschiedenis. Dat Europa (en Amerika) een betere balans hebben gevonden dan in de landen in het Midden-Oosten is te verklaren aan de hand van Julius Ceasar en het Christendom en de wijze waarop die het tribalisme in Europa hebben vernietigd.

Julius Caesar trof bij zijn veroveringen een volledig tribaal Europa aan. Hij vocht tegen stammen die onderling met elkaar streden om dominantie. Tribalisme kenmerkt zich door het recht van de sterkste en strak collectivisme. De stam is een lichaam waar je een cel van bent. Julius Ceasar creëerde een staatscultuur waarin tribalisme ongewenst was. Het christendom kreeg steun van het Romeinse Rijk en leerde dat er geen collectieve verantwoordelijkheid was, maar een individuele. Uiteindelijk heeft het tot in de dertiende eeuw geduurd om de laatste resten van de tribale cultuur te vernietigen. Dat leverde in feite een andere onvrijheid op. Kerk en adel beheersten het lot van de individuele mens in zijn voornamelijk agrarisch bestaan. Het was de opkomst van de steden die nieuwe brandstof leverden voor de strijd om vrijheid. Maar pas in de zeventiende eeuw werd de grondslag gelegd voor de scheiding van kerk en staat.

Het Midden-Oosten en Noord-Afrika zijn tribaal gebleven. Je bent geen individu, maar een onderdeel van je familie, je clan en je stam. Je inspanningen moeten gericht zijn op het succes van die structuren. De islam is geënt op die tribale cultuur en vormt in feite een superstructuur die stammen verenigt. Er is geen andere ideeëngeschiedenis dan die van de islam. Hoewel de islam pocht over de bijdrage van vrijdenkers als Averoës en Avicenna aan de Europese ideeëngeschiedenis, werden beiden vervolgd omdat hun ideeën alleen maar wanorde zouden brengen. Wanorde wordt binnen de islam beschouwd als de allergrootste bedreiging. In de koran geldt de doodstraf voor wie wanorde schept.

Binnen de islam geldt geen andere vrijheid dan die welke door de tribale islam wordt toegestaan. De enige ideeëngeschiedenis is dat alles wat niet verenigbaar is met de islamitische leer onderdrukt of vernietigd moest worden. Het enige heil dat moslims mogen verwachten komt uit de onderdanigheid aan de leer, zoals ze ook onderdanig zijn aan hun familie, clan en stam. Vrijheidslievenden ontvluchten hun land om in Europa en Amerika de vrijheid te beleven. Zij staan overwegend anders in het leven dan de moslims die via arbeidsmigratie hier naar toe zijn gekomen. Die zetten hun tribale cultuur door en laten de islam over hen heersen. Ze worden religieuzer concludeerde het Sociaal Planbureau recent. Het is niet waar. Ze worden niet religieuzer maar onderdaniger en meer geïndoctrineerd. Het is alarmerend omdat het laat zien dat de onderdrukkende tribale cultuur sterker is dan de op het individu gebaseerde cultuur van het Westen.

Vrijheid is een kostbaar goed. Om dat in te leveren voor een hoger doel, de verbreiding van de islam in de wereld, bedreigt dat door islamisering ook de vrijheid in het Westen. Onvrijheid helpt de machtigen machtiger te worden.







woensdag 30 mei 2018

Raad van State beperkt de vrijheid van godsdienst voor de islam

Trots op zijn Nederlandschap en rechten


De omstreden imam  Fawaz Jneid is een soort Volkert van der G. door maar te blijven procederen tegen alles wat hem niet bevalt. Juridische jihad is een van de middelen waarmee de orthodoxe islam probeert rechten af te dwingen die onder de Nederlandse bevolking op zijn minst omstreden zijn. Vandaag, 30 mei 2018, besliste de Raad van State, het hoogste Nederlandse rechtscollege, dat het gebiedsverbod dat de imam was opgelegd, in stand kan blijven. Fawaz Jneid mag zijn gezicht niet laten zien in de Haagse Schilderswijk en de Transvaalwijk. Een opmerkelijke uitspraak.
Fawaz Jneid was in beroep gegaan omdat hij meende dat het gebiedsverbod in strijd is met zijn vrijheid van godsdienst. De Raad van State was hiervan niet onder de indruk en stelde vast dat er “een dringende maatschappelijke behoefte bestaat om de verspreiding van jihadistisch gedachtegoed in te perken”, en dat Jneid “in verband kan worden gebracht met de ondersteuning van terroristische activiteiten”. Het gebiedsverbod is ingegeven door de kwetsbaarheid van de bevolking van de twee wijken.

Eerste beperking van de vrijheid van een grote godsdienst
In de koran vallen een groot aantal verzen aan te wijzen die aan te merken zijn als “verspreiding van jihadistisch gedachtegoed” en “oproep tot terroristische activiteiten”. Het gedachtegoed dat Fawaz Jnied verspreidt, is regelrecht te linken aan de orthodoxe leer van de islam. Het zijn de fanatieke moslims en imams die zich op de leer beroepen en ook moskeeën als As-Soennah (den Haag) en El Tawheed (Amsterdam) staan bekend om hun salafistische orthodoxie.
De uitspraak van de Raad van State betreft de activiteiten van Jawaz Jneid, maar kan als precedent van toepassing worden verklaard op iedereen die een vergelijkbaar gedachtegoed verspreidt. Het beroep op de vrijheid van godsdienst en de leer van de islam is met deze uitsprak niet langer meer geldig.
De goedkeuring van het gebiedsverbod strekt zich als precedent in feite uit tot iedere islamitische omgeving waarin het jihadistisch gedachtegoed wordt verspreid en kan in dat verband voor nagenoeg heel Nederland gelden.

Islamitische leer veroordeeld
Jihad, zo nodig gewapend, is de plicht van iedere moslim. Degenen die zich aan een oproep onttrekken worden in de koran veroordeeld. Met het verbieden van de oproep tot Jihad treft de Raad van State het hart van de islam. De uitspraak is een uitnodiging om de precedentwerking verder te onderzoeken.
Ondertussen is het natuurlijk hoogst merkwaardig dat menig orthodoxe moslim(a) de Nederlandse rechtsspraak niet erkent omdat die niet van Allah komt en de uiterst orthodoxe Fawaz Jneid de Nederlandse rechtspraak benut als hij zijn gelijk wil halen. Alleen al om die reden kan het juridische jihad worden genoemd omdat het doel van de jihad is om de wereld te onderwerpen van de wil van Allah, al zou daar eigenlijk moeten staan: de wil van orthodoxe moslims en hun (geo)politieke ambities.

Relatie met vrijheid van meningsuiting
Daar bestaan in verband met de islam nog geen uitspraken over en dat is te betreuren. De vrijheid van meningsuiting beschermt de democratie, de vrijheid van het individu en beperkt oneigenlijke machtsuitoefening. Daarmee zijn drie punten genoemd die op gespannen voet staan met de leer van de islam. Het beroep van moslims op de vrijheid van meningsuiting is een opportunistisch beroep en eveneens aan te duiden als een vorm van juridische jihad. Het doel van de orthodoxe islam is juist om de democratie af te schaffen, het individu te onderwerpen ten behoeve van het groepsbelang en oneigenlijke machtsuitoefening goed te praten zolang die maar islamitisch kan worden genoemd. De omverwerping van de democratie is niet strafbaar. Dat heeft Donner toen hij nog minister was al eens duidelijk gemaakt. Daarover zou nog eens goed moeten worden nagedacht. In Europa is de islam actief om de vrijheid van meningsuiting te onderdrukken door overheden en politici te beïnvloeden en te strijden voor de strafbaarheid van islamkritiek. Juist die islamkritiek is een van de waarborgen om het democratisch bestel levend te houden en te vrijwaren van religieuze aanvallen.

As-Soennah een keerpunt?
Het besluit om de As-Soennahmoskee aan te pakken en uit te sluiten van enige vorm van subsidie, kan gezien worden als een keerpunt in de omgang met de islam. De uitspraak van de Raad van State past in die trend. De vrijheid van godsdienst is niet meer onbeperkt als het om jihad gaat. Het is een begin. Maar langs deze weg kan de uitoefening van vijandige aspiraties die ontleend zijn aan de koran een halt worden toegeroepen.


vrijdag 18 mei 2018

Red moslims van de Ramadan



In Nederland werd vroeger ook gevast. Ouderen met katholieke roots zullen zich nog ongetwijfeld het vastentrommeltje herinneren waarin het door de week gekregen snoep werd bewaard. Op zondag was het ‘suikerfeest’, dan mocht het trommeltje worden leeggemaakt. Volwassen hielden gedurende veertig dagen vasten (van Aswoensdag tot Pasen). Als regel werd tijdens de maaltijden de helft van wat normaal was gegeten en werd er van roken en drinken afgezien.

Het Katholieke vasten heeft een interessante geschiedenis. In de voorchristelijke tijd werd er al door Joden gevast. Het veertig dagen vasten tot zonsondergang werd gebruikelijk na de derde eeuw. In de loop van de tijd versoepelde de kerk de vastenregels steeds verder. De actuele vastenregels schrijven beperking en versobering in eten, drinken en roken voor. Het versoepelen van de vastentijd had te maken met de beschikbaarheid voor werk die door het voltijds vasten afnam. Het katholieke vasten viel ook samen met de periode dat gezinnen door hun wintervoorraden heen raakten en er zuinig moest worden omgesprongen met wat nog restte. Het is aannemelijk dat in de agrarische cultuur er al sprake was van vasten voordat de katholieke kerk daar een religieus tintje aan gaf. Na de reformatie werd er in het protestantisme niet meer gevast omdat het te roomsch was. Anders dan in kerkelijke blaadjes werd in de media geen aandacht geschonken aan het katholieke vasten. Tegenwoordig wordt er nauwelijks meer gevast.

De Ramadan is afgekeken van het joodse en katholieke vasten en beperkt zich tot dertig dagen. De relatie met het afnemen van de wintervoorraden die het vasten in het vroege voorjaar zinvol maakte werd losgelaten. De Ramadan verspringt ieder jaar een paar weken waardoor die ook in de zomer kan plaatsvinden. Omdat de zon dan laat onder gaat duurt de vastendag langer dan op een winterse ramadandag. Net als bij het vasten in de katholieke kerk heeft de ramadan ook een spirituele betekenis.

Het grootste probleem van de Ramadan, en dat gold ook al voor het vroegere vasten van de katholieken, is de stevige groepsdruk. De sterke sociale controle laat niemand vrij om al dan niet te vasten. Het tweede probleem van de Ramadan is de hypocrisie. Uit het zicht van de anderen wordt door veel moslims gegeten en gedronken omdat velen zich niet in staat voelen om de dag met vasten door te komen. Ook worden er ziekten voorgewend om aan het vasten te ontkomen. Het derde probleem is het gebrek aan productiviteit. In islamitische landen is dat niet zo’n groot probleem. Tijdens de ramadan wordt er overdag meer gerust dan gewerkt. Voor moslims in Nederland is het vasten veel moeilijker. Wie een baan heeft, wordt geacht normaal te werken. Moslims met een publieksfunctie die vasten maken het hun klanten lastig. Ze hebben vaak een sterk ruikende adem. Het vierde probleem is de iftar, de maaltijd na zonsondergang. In principe wordt die geacht sober te zijn, maar in de moderne tijd is het een viering geworden met uitgebreide maaltijden en zoetigheid. In traditionele gezinnen staan vrouwen vaak de hele dag te koken. Over de vraag of het islamitisch vasten een probleem voor de gezondheid is, zijn de deskundigen het oneens. Voedingsdeskundigen geven de voorkeur aan het katholieke vasten met versoberde maaltijden omdat het beter is voor de gezondheid. De iftarmaaltijd is vooral in de zomermaanden een shock voor het lichaam omdat in de avond en nacht de spijsvertering op een laag pitje staat.

Moslimactivisten zijn er ook dit jaar weer in geslaagd om veel media-aandacht voor de ramadan te genereren.  Het geeft voedsel aan de gedachte dat de politie een target is voor de moslimactivisten. Binnen de politie wordt veel aandacht besteed aan een islamvriendelijke bejegening. Die werkt intern als groepsdruk en extern als propaganda. Bij de propaganda wordt vooral de nadruk gelegd op de spirituele kant van de islam. De ramadan zou de moslim dichter bij Allah brengen en vrijgevigheid voor de armen stimuleren. Het is opvallend dat in Nederland de politie in een aantal plaatsen aandacht besteedt aan de ramadan.

Moeten moslims nu gered worden van de islam? Het antwoord zou ‘ja’ moeten zijn, maar dan vooral als onderdeel van het redden van moslims van de benauwende groepsdruk.  De tweede reden is een praktische.  Een mens heeft energie uit voedsel nodig om fysiek en psychisch optimaal te kunnen functioneren. Dat kan tijdens de ramadan niet omdat de werkomgeving in Europese landen een optimale inzet verwacht. Het is dan ook opvallen dat met het voortschrijden van de ramadan het aantal ziektemeldingen toeneemt. De ramadan is slecht voor de economie en dat is in alle islamitische landen goed te zien.

Kunnen moslims gered worden van de ramadan? Eigenlijk zou het uit de islam zelf moeten komen om het vasten aan te passen aan de moderne tijd, zoals de katholieke kerk dat ook deed. Vermoedelijk hebben heel veel moslims daar geen bezwaar tegen als dat ook door de islam wordt uitgedragen. Bij de huidige strenge islam is dat niet te verwachten. Moslims kunnen gered worden van de ramadan door aanhoudende kritiek op deze archaïsche praktijk. Media, medici, voedingsdeskundigen, werkgevers, politici en bestuurders kunnen niet alleen pleiten voor een gematigde ramadan, maar ook voor meer vrijheid om al dan niet ramadan te houden. Iedere moslim zou dat voor zichzelf moeten kunnen uitmaken.

Verwant: http://politiek.tpo.nl/2018/05/18/ex-moslims-waarschuwen-voor-ramadan-gedram-in-kritiekloze-msm/


donderdag 17 mei 2018

Ook de landelijke overheid wil minder Marokkanen



Is er al eens onderzocht hoeveel Nederlanders minder Marokkanen willen? Je schijnt dat niet te mogen willen of, althans, niet hardop te mogen zeggen.

In de jaren zestig van de vorige eeuw werden er 20.000 buitenlandse werknemers uit Marokko ingevoerd om het tekort aan arbeidskrachten in de industrie op te lossen. Tegenwoordig, zo’n 60 jaar later wonen er meer dan 400.000 Marokkanen in Nederland. De groei begon toen tijdens de oliecrisis van de jaren zeventig de olielanden gezinshereniging afdwongen. Daarna kwam de ketenmigratie op gang omdat de jonge Marokkanen bruiden en bruidegoms uit Marokko lieten overkomen. Er kwamen ook nogal wat illegaal naar Nederland en die mochten na een generaal pardon, dat door de PvdA geëist werd, blijven.

Rond 1985 kwamen de eerste berichten binnen dat jonge Marokkanen oververtegenwoordigd waren in de criminaliteitsstatistieken. Wat later versprak een minister zich door te stellen dat ze in alle verkeerde lijstjes bovenaan stonden. In het jaar 2000 kreeg Paul Scheffer half Nederland over zich heen met zijn artikel ‘Het multiculturele drama’ in de NRC. Nu 18 jaar later heeft dat artikel zijn geldigheid nog steeds niet verloren. We hebben een multicultureel drama en Marokkanen spelen daarin nog steeds een hoofdrol. Ze integreren niet, leren de taal niet goed, voeren alle verkeerde lijstjes aan en klagen desondanks steen en been dat ze gediscrimineerd worden. Er is van alles in het werk gesteld om die beeldvorming bij te stellen en als gevolg daarvan zijn Marokkanen slachtoffers geworden en Nederlanders die er minder van willen de discriminerende daders.

Ondertussen hebben de Nederlandse achtereenvolgende regeringen niet stil gezeten om de toestroom van Marokkanen sterk te beperken. Kennelijk zijn ze in de ogen van de landelijke overheid ook niet zo welkom. Door het stellen van een taaleis aan import-bruiden en -bruidegoms, is die import heel sterk afgenomen. Er is dus een duidelijk bewijs dat ook de landelijke overheid minder Marokkanen wilde. De zittende regering heeft inmiddels ook aangekondigd dat de acceptatie van een tweede paspoort over een paar jaar, niet meer geaccepteerd wordt. Dat kan voor een aantal Marokkanen reden zijn om het Nederlands paspoort op te geven en terug te gaan.

Geert Wilders ging nog een stap verder. Hij wilde niet alleen dat de groei door import zou stoppen, hij wilde ook dat het aantal Marokkanen in Nederland zou afnemen. En toen waren de rapen gaar. De media voerden huilende kinderen op die bang waren dat ze weggestuurd zouden worden. Kinderen doen het altijd goed als er verontwaardiging moet worden opgeroepen. Een paar duizend mensen gingen aangifte doen tegen die vreselijke Wilders en in een aantal gevallen werd dat door politie en lokale overheden gefaciliteerd. Wilders werd veroordeeld voor groepsbelediging en het aanzetten tot discriminatie. Vandaag 17 mei 2018 start het hoger beroep.

Er is nu de rare situatie dat Wilders wegens onschendbaarheid dat wel in de Tweede Kamer mag zeggen, maar daarbuiten niet. Er is nu ook de rare situatie dat ook meer dan de helft van de Nederlanders minder Marokkanen wil maar dat niet hardop mag zeggen. Dat maakt Wilders een voorbeeldfiguur in een showproces. Alle problemen met de multiculturele situatie worden vooral bestreden door ongewenste beeldvorming tegen te gaan. We mogen niet denken dat het een algemeen belang is als er minder Marokkanen zijn.

Het tegengaan van ongewenste beeldvorming over hun aanwezigheid is een belang voor Marokkanen. Vanaf hun aankomst zijn hun woordvoerders bezig geweest om ongewenste beeldvorming te bestrijden. De activiteit om ongewenst gedrag van Marokkanen te bestrijden heeft bij hen echter een veel lagere prioriteit. Intern wordt veel van het wangedrag goedgepraat. Wangedrag in een land vol ongelovigen kan met de koran in de hand worden gerechtvaardigd. Wie wil weten hoe slecht Nederland wel is, kan zijn oor overal te luisteren leggen waar een groep Marokkanen bij elkaar zijn. Zo verlaag je de drempel voor wangedrag.

Marokkanen weten dat ze eigenlijk nauwelijks welkom zijn. Een behoorlijk groot aantal van hen wil eigenlijk ook terug naar Marokko. Maar ze gaan niet. In dat door hen geïdealiseerde land zijn de voorzieningen in alle opzichten minder. Marokkanen zitten in de val. Veel willen weg uit Nederland, maar het opgeven van het hoge voorzieningenniveau is een hoge drempel. Als Wilders slim is, gaat hij voorstellen doen om die drempel te verlagen.

In het voorgaande is generaliserend gesproken over Marokkanen in Nederland. Uiteraard vormen niet alle Marokkanen een probleem. Een groot deel van hen verdient zelfs steun omdat ze grote problemen hebben met het zich losmaken van de gesloten Marokkaanse gemeenschap in Nederland.

Het probleem in Nederland komt vooral van de Marokkaanse woordvoerders die als ervaren bestuursfluisteraars de Nederlandse overheid met succes beïnvloeden om de in de samenleving uit ervaring met Marokkanen ontstane beeldvorming te veroordelen. De beeldvorming is relevant, maar moet genegeerd worden. Horen, zien en zwijgen. Dat is een op den duur onhoudbare situatie en dat zou eigenlijk in het oordeel over het hoger beroep in de zaak Wilders tot uitdrukking moeten komen.


woensdag 16 mei 2018

Kalifaatkinderen

kinderen in vluchtelingenkampen


De regering RutteIII heeft besloten geen actief beleid te voeren in het terughalen van de zogenaamde kalifaatkinderen. Het had strakker gekund. Een besluit om terugkeer onwenselijk te achten is uitstekend te beargumenteren.

Het zijn vooral de achtergebleven grootouders die al een paar jaar actief zijn om de regering te bewegen zich in te zetten voor het terughalen van die kinderen. Dat is wel en niet begrijpelijk. Het niet begrijpelijke deel is de aanname dat een groot aantal van die kinderen getraumatiseerd is en later problemen zal geven. Grootouders lijken zich daar geen zorgen over te maken, maar het gaat om ouders die ook al niet in staat waren om te voorkomen dat hun eigen kinderen radicaliseerden. Dat ze daar nooit aanleiding toe zouden hebben gegeven is niet erg geloofwaardig. De kiemen van radicalisering liggen in het gezin en met name in de houding ten opzichte van de Nederlandse samenleving. Degenen die naar IS zijn vertrokken erkennen als regel de Nederlandse overheid niet en wijzen de liberale cultuur in Nederland af. Leven zoals men in de (geïdealiseerde) tijd van Mohammed leefde is hun ideaal.

Actief terugkeerbeleid is ook onrechtvaardig. Dankzij IS zitten honderdduizenden kinderen in vluchtelingenkampen. Nu Nederlandse kalifaatkinderen ook in dat soort kampen zitten heeft minister Grapperhaus ineens gewetensbezwaren: “Ik vind het verschrikkelijk dat die kinderen zich in dit soort gebieden bevinden, zij horen niet in zo’n kamp te zitten.” Zei hij in een uitzending van Pauw. Selectieve verontwaardiging lijkt het, omdat het om kinderen gaat met minstens één ouder met een Nederlands paspoort. Die ouders hebben hun paspoort echter letterlijk of figuurlijk weggegooid omdat ze de voorkeur gaven aan het leven in het kalifaat en aan de strijd voor de extreme islam.
Voorstanders van de terugkeer doen beroep op juridische gronden. Kinderrechten (Kalverboer), en mensenrechten (D’66) gelden ook voor kalifaatkinderen en hun ouders, betogen ze. Dan is er natuurlijk ook nog de Bergrede die mensen beweegt om zich het lot van ieder slachtoffer aan te trekken. De ChristenUnie is daarom voor terugkeer. De kinderen zijn slachtoffers, daar hoeft geen misverstand over te bestaan. Maar wie zich het lot van ieder slachtoffer aantrekt, verliest het zicht op grenzen die aangeven dat die zorg niet altijd even noodzakelijk of verstandig is. Het is vooral een probleem van ‘zielige’ grootouders en een verantwoordelijkheid van de ouders van kalifaatkinderen. Terugkeer naar Nederland is niet de enige mogelijke oplossing. Andere oplossingen kunnen worden overwogen zoals het gebruik maken van het tweede paspoort om zich met de kinderen in een islamitisch land te vestigen.

Andere oplossingen worden door de betrokkenen echter niet overwogen. Alleen al vanwege de zorg en inkomenshulp is het niet deugende Nederland toch het ideale land. Het is een taboe om daarover te praten en dat levert een hoop hypocrisie op.

Ook vanuit de islam zal veel informele druk worden uitgeoefend om de kinderen terug te halen. Binnen de islam ziet men ze meer als hún kinderen dan als Nederlandse kinderen. Zodra die kinderen terug zijn zal diezelfde islam zich inspannen voor gezinshereniging, want het is een mensenrecht en kinderrecht dat ouders en kinderen kunnen samenleven. Natuurlijk kunnen ze dat ook in hun tweede paspoortland, maar dat is weer zielig. Daar hebben ze lang niet van die goede voorzieningen dan Nederland heeft.

Het is tijd voor een ferm besluit. Wie naar het kalifaat is vertrokken, verliest het Nederlanderschap en is hier niet meer welkom, ook niet als ze ‘zielige’ kinderen hebben. Laat ze maar in die vluchtelingenkampen gaan wonen waarin honderdduizenden kinderen dankzij IS gedwongen zijn te verblijven. Moordenaars, verkrachters, stedenvernielers, op de vlucht jagers en hun instemmende aanhang verdienen een lot dat overeenkomt met wat ze anderen hebben aangedaan. Zachte heelmeesters maken stinkende wonden. Mensen met een waslijst van misdaden tegen mensenrechten en kinderrechten hebben het recht verspeeld om daar een beroep op te doen. Jammer voor de kinderen die ze hebben, maar dat hadden ze eerder moeten bedenken. Die kinderen vormen echter ook een risico.  De straf moet ook een afschrikwekkend voorbeeld voor anderen worden. Als die straf niet bestaat, kun je je ongeacht je misdaden weer lekker terug laten vallen op de Nederlandse verzorgingsstaat met zijn milde juridisch systeem.

Die kinderen hebben helaas pech gehad, maar dat hebben de honderdduizenden kinderen op de vlucht en in vluchtelingenkampen ook.

donderdag 26 april 2018

Jaarlijks 1.4 miljard voor hoofdkantoor Unilever



De werkgevers hebben al wat jaren zonder succes gepleit voor de afschaffing van de dividendbelasting. Het was Unilever dat de spindoctors en lobbyisten van een schijnbare noodzaak voorzag. Het concern dat al een paar jaar de strategie heeft om aandeelhouders stevig te verwennen, wilde beide hoofdkantoren verenigen in Rotterdam. Er was één probleem. In Engeland bestond er geen dividendbelasting en dat zou er voor pleiten om Engeland als vestigingsplaats te kiezen. We weten niet precies hoe Unilever er in is geslaagd om samen met de werkgevers de VVD voor hun karretje te spannen. Het lijkt er op dat ze de VVD een keuze opdrongen: dividendbelasting weg of we vertrekken uit Rotterdam. Een chantagemiddel en de VVD liet zich chanteren.

Het gedoe over de memo’s was in feite klein bier vergeleken bij het besteden van 1,4 miljard uit overheidsmiddelen om aandeelhouders te plezieren. Weggegooid geld schrijven de experts van het ministerie van Financiën. Dat was de reden om de memo’s uit het zicht te houden, want dat zou de discussie in de Tweede Kamer over het schrappen van de dividendbelasting alleen maar lastig maken.
De discussie over de memo’s in de Tweede Kamer kan worden gezien als een dieptepunt in de vaderlandse democratie. Collectief geheugenverlies is zo zeldzaam dat als het zich voordoet er gedacht moet worden aan opzet. Van de fractieleiders van de coalitie ging Buma het verst in het spelen van de vermoorde onschuld. Ongeloofwaardig want bij ieder onderwerp van een coalitieakkoord liggen er altijd wel stukken. Pechtholt wist zich ook al niks te herinneren, maar probeerde de kamer te brainwashen met het idee dat de maatregel een weldaad was voor de nationale economie. Een leugen die de experts van Financiën al onderuit hadden gehaald. Dijkhof relativeerde en Seegers verklaarde dat het dom was geweest om te ontkennen dat er memo’s waren, vanaf het begin had gezegd moeten worden dat ze niet in het formatiedossier hoorden.

Er leek een tweespalt in de coalitie te zijn. CDA en CU leken toe te geven dat ze zich niet echt lekker voelden bij de maatregel. D’66 liet dat ook doorschemeren, maar hamerde er op dat ze er heel veel voor teruggekregen hadden en dat het zo geweldig was voor de economie. Een opportunistisch verhaal dus. Mark R(otte) Leugenaar keek iedere keer weer vergenoegd op wanneer bleek dat de afgesproken strategie goed werd nageleefd. De oppositie wist dat ze bedonderd werd, maar kreeg er geen vat op. De slag is verloren, maar de oorlog nog niet. Voor het schrappen van de dividendbelasting is er een wet nodig en dat kon wel eens het Waterloo voor de regering worden.

De opwinding in de Tweede Kamer over het collectief geheugenverlies was zinvol, maar weinig doelmatig. Het zou doelmatig zijn geweest om de chantage van Unilever en de werkgevers aan de orde te stellen en een onderzoek te openen naar de wijze waarop grote werkgevers regeringen voor hun belangen dwingt te kiezen in plaats van het algemeen belang. In zo’n onderzoek  zou bijvoorbeeld ook gekeken kunnen worden naar hoe werkgevers een verhoging van de pensioenpremie wisten tegen te houden en de regering dwongen tot allerlei trucs om dat te realiseren. We zijn een land geworden waar lonen laag blijven, voorzieningen worden uitgekleed en de dividenden omhoog geduwd worden.

Nu Unilever na het regeringsakkoord over de dividendbelasting voor een samengevoegd hoofdkantoor in Nederland heeft gekozen, hoeft niemand blij te zijn. Unilever produceert steeds minder in Nederland. De bestedingen van het hoofdkantoor in Nederland zijn marginaal. CU en CDA kunnen van het besluit van Unilever profiteren. De druk is weg. Hun reserves bij het dividendbesluit kunnen samen met het ongemak over de aard van de discussies in de Tweede kamer worden omgezet in een gemotiveerde poging om de regering te doen afzien van het schrappen van de dividendbelasting. Een werkbaar scenario voor de twee christelijke partijen die nog voor de verkiezingen van volgend jaar kunnen bewijzen dat fatsoen bij hen de doorslag geeft.



zaterdag 3 februari 2018

Over Polen, West-Europa begrijpt Oost-Europa niet


De Tweede Wereldoorlog is nog lang niet voorbij. Het wapengekletter mag dan zijn verstomd, maar de oorlog duurt voort en lijkt zelfs op te leven. De bajonetten zijn vervangen door de scherp geslepen pennen van degenen die voortdurend op zoek zijn naar vijanden die ‘kalt gestellt’ moeten worden. Nog steeds wordt ieders gedrag beoordeeld vanuit het trauma dat de holocaust heeft veroorzaakt. De term ‘racist’ wordt gebruikt als een soort kogel afgeschoten door mensen die zoals een goede vriend eens zei: ‘goed willen zijn na de oorlog’. Het zijn de mensen die de oorlog voortzetten met andere middelen.

Nu de Poolse regering besloten heeft dat het strafbaar is om de term ‘Poolse concentratiekampen’ te gebruiken, geeft dat weer allerlei scribenten redenen om de pen in gif te dopen en los te gaan op Polen. “Polen weigert in het reine te komen met zijn oorlogsverleden”, kopt de NRC in haar editie van 2 februari 2018.  Foto’s van de spoorrails die leiden naar de ingang van het vernietigingskamp Auschwitz-Birkenau en van kinderen in de gestreepte gevangeniskledij in datzelfde kamp, wekken de indruk dat de Polen daar volledig bij betrokken waren.

Omstreden boek
Het NRC-artikel wordt gedragen door de informatie van Jan Grabowski, zoon van een holocaust-overlever en thans hoogleraar geschiedenis in Ottawa. Hij schreef het omstreden boek: ‘Hunt for the Jews: Betrayal and Murder in German-Occupied Poland’, waarin hij de schuld voor het lot van de joden in Polen vooral bij de Poolse bevolking legt. Grabowski is niet de beste getuige van de Poolse participatie in de holocaust. In zijn ijver om de Poolse bevolking schuldig te maken, overziet hij niet dat zijn conclusies dezelfde zijn als die voor alle door de Nazi’s bezette landen kunnen gelden. In al die landen speelden verraad, collaboratie en de gewillige medewerking van instituties, een rol in het onderdrukken en wegvoeren van de lokale joodse bevolking.

Het NRC-artikel van de hand van correspondent Roeland Termote (Boedapest) kan zonder meer worden gerangschikt bij de beste voorbeelden van slechte journalistiek die gebaseerd is op vooringenomenheid en de zucht naar sensatie. De omstreden Poolse wet is in feite een ultieme poging tot politieke correctheid in de goede zin van het woord. De Poolse bevolking is het compleet zat om geassocieerd te worden met de vernietigingskampen. Het waren geen Poolse kampen, maar Duitse vernietigingskampen. Dat de NRC de Polen om de oren slaat met de duistere kant van de Poolse collaboratie, gaat niet in op de Poolse wens om niet langer geassocieerd te worden met die kampen. Het artikel gaat in feite alleen maar over de Poolse betrokkenheid die in feite niet zo heel veel anders was dan de Nederlandse.
Nog storender is het dat de kwestie beoordeeld wordt vanuit een West-Europees referentiekader dat geheel voorbij ziet aan de Poolse geschiedenis.

Joden als slachtoffer én dader
In mijn eerste ‘Poolse jaren’ (vanaf 1990) vond ik de manier waarop Polen over joden spraken ronduit schokkend. Inmiddels heb ik daar veel meer begrip voor gekregen. De geschiedenis van de Polen en de joden is ingewikkeld. Polen was vanaf de middeleeuwen lange tijd een toevluchtsoord voor joden en reformatorische christenen die in andere Europese landen vervolgd en onderdrukt werden. De meeste van de nu in het Westen levende joden hebben een stamboom die teruggaat op Poolse joden. De Poolse tolerantie kwam vooral van de Poolse adel. Tot en met de tweede wereldoorlog was Polen een agrarisch feodaal land. Nagenoeg alle grond was in bezit van de adel. De Poolse agrarische bevolking bestond tot in de negentiende eeuw uit onderhorigen. De Poolse adel (ongeveer twee miljoen personen in 1939) was geen voorstander van de emancipatie van de bevolking en liet om verschillende redenen joodse inwoners opklimmen tot de functies die nodig waren om het land draaiend te houden. In feite werd de Poolse bevolking gediscrimineerd ten gunste van de joden die gaandeweg de (agrarische) handel volledig beheersten. De Polen waren aangewezen op joodse winkels, joodse dokters en joodse juristen die het voor de adel opnamen. Joden werden gezien als handlangers van de adel. In 1939 was meer dan 10 procent van de bevolking van joodse oorsprong. De Duitse bezetters lieten vanaf 1939 de adel intact en voerden de Poolse bevolking naar de vernietigingskampen. Door de bezetters werd de Poolse bevolking behandeld als slaven. De Tweede wereldoorlog veroorzaakte bijna 6 miljoen slachtoffers onder de Polen. De wereld heeft daar met droge ogen kennis van genomen. De Polen vragen zich dan ook af waarom hun leed nauwelijks erkend wordt en het lot van de joodse slachtoffers de Westerse wereld tot op vandaag beheerst. De Duitse bezetting werd gevolgd door een Russische. Dat was een blessing in disguise. De adel verloor al haar bezittingen, Polen werd gesovjetiseerd en geïndustrialiseerd. Polen mochten naar de universiteit. De Polen kregen echter ook te maken met geheime diensten die hun leven controleerden en die in hoofdzaak bemand werden door Russische joden. Dat leverde in Polen niet veel sympathie op voor de communisten. Om daar verandering in te brengen drongen de communisten er bij de Russen op aan om de joden terug te trekken. In 1965 gaven de Russen de Poolse communisten hun zin.

Het Poolse referentiekader
Deze uiterst beknopte geschiedenis laat zien dat de relatie tussen de Polen en de in hun land wonende joden een geheel andere was dan de Westerse landen uit hun eigen geschiedenis kennen. Het laat ook zien dat het oorlogsleed zeer veel omvangrijker was dan de West-Europese landen kenden. Het laat ook zien dat de Polen niet zo heel veel vertrouwen hebben in West-Europa. Jalta was niet de eerste keer dat de Polen in de steek werden gelaten.

In het huidige Polen is men veel meer bezig met de collaboratie met het communistisch bewind en de naweeën daarvan. Het is een onderwerp dat West-Europa beleefd heeft als ‘koude oorlog’, maar door de Polen letterlijk is gevoeld.

Dat Polen niet bezig zijn met de duistere kanten van hun oorlogsverleden is aperte onzin. Polen heeft echter een totaal andere oorlogsgeschiedenis. De geschiedenis van Jedwabne waarbij terugkerende joden vermoord werden vervult Polen met schaamte. Een paar jaar geleden is in Warschau een groot museum geopend waarin het lot van de Poolse joden uitvoerig aan de orde wordt gesteld. De collaboratie komt daar aan de orde, maar ook het omvangrijke verzet en de vele Polen die zich hebben ingezet om joden te beschermen en te laten onderduiken.

De geschiedenis van Polen is in West-Europa nauwelijks bekend. Dat leidt tot bekrompen oordelen zonder kennis. De NRC gaf daar weer eens een goed voorbeeld van. Oordelen zonder kennis leidt tot nepnieuws dat de West-Europese bevolking een verkeerd beeld geeft van het hedendaagse Polen dat opnieuw slachtoffer worden van een oorlog die nog steeds niet is beëindigd.

Nb. Voor een uitvoerige beschrijving van de geschiedenis van Polen verwijs ik graag naar boek 2 van de Britse historicus Norman Davis dat is uitgegeven onder de titel ‘God’s Playground’  door Oxford University Press.