Posts tonen met het label Oekraïne-referendum. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Oekraïne-referendum. Alle posts tonen

maandag 19 december 2016

Hosanna Jesse !

                                                                    

GroenLinks heb ik nooit een onsympathieke club gevonden. Hun hardnekkige inzet voor mooie doelen en hun sobere integriteit gaven hen, wat mij betreft, het recht op een plaats in het politieke spectrum. Die sympathie is sinds het verschijnen van Hosanna Jesse Klaver aan het slijten en de draai ten opzichte van het Oekraïne-referendum maakt een definitief einde aan mijn sympathie.

Het raadgevend referendum was een gezamenlijk initiatief van PvdA, D’66 en GroenLinks. Draaikonterij valt van de eerste twee wel te verwachten, maar dat nu ook GroenLinks afstand neemt van haar initiatief, valt me zwaar tegen. Het wekt ook enig wantrouwen bij me op.

In de Volkskrant van vandaag (19-12-2016) laat Klaver ‘berustend’ weten: “Zo werkt democratie”. Alsof de uitslag van het referendum niets met democratie had te maken. Hij zou zelf voor ‘nee’ zijn geweest, maar er is geen enkele aanwijzing dat hij op het congres voor die opvatting heeft geknokt. Hij had als Buma kunnen zeggen dat de door Rutte binnengehaalde verduidelijking slechts cosmetisch was. Klaver is teruggefloten door zijn leden, schrijft de Volkskrant. Het is waar, maar tegelijkertijd is de vraag aan de orde hoe dat tot stand is gekomen. Is er iets georkestreerd zodat Klaver op elegante wijze zijn ‘nee’ kon laten overstemmen?

Wat mij wantrouwig heeft gemaakt is de geschiedenis van Liesbeth van Tongeren. Het was bekend dat zij en Klaver elkaar niet zo goed lagen. Dan is er ineens een kieslijstcommissie die weinig geloofwaardige redenen heeft gevonden om het succesvolle fractielid buiten de kieslijst te houden. Jesse Klaver heeft geen vuile handen gemaakt, dat liet hij aan de commissie over. Bij de draai over het Oekraïne-referendum heeft hij geen vuile handen gemaakt, dat liet hij aan de leden over.
Klaver is een politicus geworden in de bedenkelijke zin van het woord. Er rijzen vragen over de transparantie en integriteit en daarmee rijzen er vragen, bijvoorbeeld of de koers die GroenLinks inslaat te maken heeft met het loslaten van principiële standpunten ter wille van het tot stand brengen van een linkse samenwerking? Andere partijen zouden die eis gesteld kunnen hebben.

GroenLinks laat het ook op een ander terrein afweten. De wijze waarop Klaver voortdurend ‘hosanna’ wordt toegeroepen is niet des ‘Groenlinks’. Klaver lijkt niet vies te zijn van ‘mannetjesmakerij’ en dient zich aan als de geroepene en ‘savior’, de Messias van GroenLinks. Hij heeft daarvoor een adviesbureau in de arm genomen dat hem verbindt met politici als John Kennedy, Justin Trudeau en Bernie Sanders. Het werkt, want de Groenlinksers zijn bereid ‘Hosanna’ te roepen zodra hij onder van Black Eyed Peas geleende tonen het podium beklimt, zijn handen in de lucht steekt en zijn opgerolde mouwen laat zien. Alsof hij de man is die GroenLinks uit de woestijn gaat leiden. De gemesmeriseerde menigte gaat dan uit zijn dak. Het is een vorm van populisme, maar zo mag het natuurlijk niet heten.

Chris Aalbers was ter plekke en maakt melding van Klaver’s retorische talent als hij de zaal toespreekt. “Jesse begint de zaal retorische vragen te stellen. Wiens schuld is dit eigenlijk? Waren de Paarse kabinetten of de vluchtelingen de veroorzaker van het economisme? Is slechte zorg het product van marktwerking of van de islam? Als je er economisch niet op vooruit gaat, komt dat door loonmatiging of door Marokkanen? GroenLinks wil volgens hem geen zondebokken, maar oplossingen.”  De retorische truc die hier wordt toegepast staat bekend als het 'valse dilemma'.

Het is duidelijk waar de empathie van Klaver ligt. Bij de zogenaamde ‘zondebokken’. Er is wel een echte zondebok. Dat is het ‘economisme’. Niet helemaal onterecht, maar om dat tegenover de zogenaamde ‘zondebokken’ te zetten is een retorische truc. Het betoog is dat we ons zorgen moeten maken over het economisme en niet over het islamisme. De islam, de vluchtelingen en migranten valt niets te verwijten. Die groep als ‘zondebokken’ bestempelen, berust echter op een groteske overdrijving. In de Nederlandse discussie wordt die groep slechts zelden als zondebok aangewezen, wel als last of als gevaar. Klaver gaat daar retorisch over heen en zegt in feite: ‘kom op, laten we ons zorgen maken over wat ons echt bedreigt: het economisme.’

Hier dringt Klaver zijn blinde vlek aan GroenLinks op. Het is in dit verband de vraag of de persoonlijke geschiedenis van Klaver te maken heeft met de koers die hij GroenLinks opdringt. Daar zijn wel argumenten voor te vinden. Klaver groeide op als een zoon van een alleenstaande Indische moeder en een verdwenen Marokkaanse vader. Op zich is daar helemaal niets tegen. Maar moeders van kinderen van gemengde etniciteit staan wel bekend als de heftigste bestrijders van racisme en discriminatie. Dat is begrijpelijk. Zij willen hun kinderen beschermen voor een toekomst waarin dat een rol speelt. Naar de Klaver van vandaag kijkend, denk ik dat hij opgegroeid is in een sfeer waarin dat een grote rol heeft gespeeld. Hij lijkt de wereld te bezien door ogen die in zijn opvoeding getraind zijn. Zo kan het persoonlijke politiek worden.

Die politiek is terug te vinden in het citaat hierboven, de afwezigheid voor empathie voor Wilders en de zijnen en in het weglaten van de islam en migratie in het rijtje dat volgens hem de ‘boze mensen’, bezig houdt. Chris Aalbers: “Jesse heeft vooral een boodschap over het opkomende rechtspopulisme. Jesse praatte onlangs met mensen die niet meer op linkse partijen stemmen en naar de PVV zijn overgestapt. Ze hebben volgens Jesse logische zorgen zoals wachtlijsten op de woningmarkt en slechte zorg.”

De selectieve waarneming van Jesse Klaver begint pijnlijk te worden. Zijn ‘messiaanse’ betovering van zijn ‘hosanna’ roepende achterban begint verontrustend te worden. Het begint te stinken bij ‘Groenlinks’. Het stinkt naar een verdachte vorm van populisme. GroenLinks is GroenLinks niet meer.
   



dinsdag 6 december 2016

‘Populisme’ is een scheldwoord van het establishment

                                                                     
Waren "Die verrekte populisten" de laatste woorden van Lodewijk XVI?

In de Volkskrant van vandaag (6-12-2016) trof ik de term ‘populisme’ weer regelmatig aan. De krant die ik iedere morgen lees en steeds meer ben gaan beschouwen als sparringpartner, draagt zijn naam als ‘krant van het volk’ al lang niet meer terecht. Het aantal journalisten dat het ‘volk’ lijkt te begrijpen is op één hand te tellen. Het hoofdcommentaar van de krant op de eerste pagina van ‘Opinie&Debat’ (pagina 21) draagt als titel ‘'Europopulisme’. Hier en ook elders in de krant wordt de uitslag van de presidentsverkiezing in Oostenrijk gevierd als een overwinning op het populisme, terwijl de uitslag van het referendum in Italië betreurd wordt als een overwinning van het populisme. Het populisme moet vernietigd worden, dat is me wel duidelijk als ik de ‘krant van het volk’ uit heb. De laatste zinnen in het hoofdcommentaar van de hand van Hans Wansink, sluiten ieder misverstand uit: “Populisten zijn beter in het agenderen van vraagstukken dan in het oplossen ervan. De Oostenrijkers beseffen dat, de Italianen zijn nog niet zover”. Wansink zou wel eens op zijn analyse terug moeten komen als bij de Oostenrijkse parlementsverkiezingen in  2017 de FPÖ de grootste partij wordt. Zullen de Oostenrijkers dan net zo dom worden genoemd als de Italianen?

Wat is populisme eigenlijk?
Als ijverig student voor wie de Volkskrant niet de maat der dingen is, studeer ik al langere tijd op de vraag wat er nu eigenlijk bedoeld wordt met die term. De uitslag van mijn onderzoek kan ik kort samenvatten. Iedereen heeft het erover, maar niemand weet precies wat het betekent.
Zou Lodewijk XVI toen hij op 21 januari 1793 de trappen naar de guillotine besteeg, gedacht hebben: ‘die verrekte populisten’? Waren de hagepredikers uit de zestiende eeuw populisten? Zou Gorbatsjov dat gedacht hebben toen het volk hem dwong de macht aan Jeltsin over te dragen? Zou de Democratische Partij van Amerika dat gedacht hebben toe het volk voor Trump koos? Het woord ‘populisme’ was nog niet ingeburgerd toen in 1966 D’66 werd opgericht en de democratie wilde vernieuwen. De zittende partijen zullen het ongetwijfeld met afkeer hebben bezien. Die voorbeelden brengen mij tot de overtuiging dat wanneer de gevestigde orde zich bedreigd weet, dat onveranderlijk komt van het ‘hersenloze’ deel van de bevolking dat vanuit de onderbuik spreekt en zich heeft laten betoveren door een ‘rattenvanger van Hamelen’. Met iets meer afstand en nuchterheid, zou je ook kunnen zeggen dat het volk voor verandering kiest als ze zich door de gevestigde orde niet meer vertegenwoordigd voelt. ‘Populisme’ is de schamperende aanduiding van het establishment als het volk zich roert. In het politieke landschap is ‘populisme’ het woord waarmee het establishment zich tegen het volk keert. Dat de ‘krant van het volk’ daarin mee gaat, zegt genoeg over haar positie. In dienst van het establishment laat ze zich negatief uit over populisme en jaagt haar lezers daarmee schrik aan. De Volkskrant doet dat overigens niet als enig dagblad of medium. Het groeiend wantrouwen in de opiniërende media, leidt daar niet tot bezinning. Ze zijn daar antirevolutionair en beschermen zo de macht van de gevestigde orde.

Het Oekraïne-referendum
De ‘Visegrad-landen’ zeiden eenstemmig ‘nee’ toen Europa ze een quotum  op te vangen vluchtelingen toewees. “Big, bad Visegrad”, schreef De Economist nog voor Brexit in haar reactie en verwees naar de populistische trend in die landen. Dat was eigenlijk ook de teneur na het Nederlandse Oekraïne-referendum. Sindsdien zit de Nederlandse regering met een probleem. Haar trouw aan de Europese en Amerikaanse geopolitiek verhindert haar om in Brussel het ‘nee’ over te brengen. Nee-zeggen kunnen kennelijk alleen de Visegrad-landen, al kan niet-Europeaan Donald Trump er ook wat van. Zo moeilijk is dat nu ook weer niet. Je zegt gewoon: “Sorry, maar het is nee”. Vergaat dan de wereld? Absoluut niet. Dan heeft de gevestigde orde er alleen een probleem bij en het aantal problemen stijgt gedurig zonder dat het begrepen wordt. Het ligt niet aan het populisme, dat is een woord waarmee de gevestigde orde de wensen uit het volk afweert.

De crises zal zich verdiepen
Niet alleen in Europa, maar in het hele Westen is frictie aan het ontstaan tussen de gevestigde orde en de bevolking. ‘Populisme’ is net als ‘xenofobie’ een woord dat opduikt als de frictie zichtbaar wordt. Bij frictie ontstaat polarisatie. Vanuit tegengestelde opvattingen zet men de hakken in het zand en het is wachten op verkiezingen om uit te maken wie er wint. De partij die de macht bezit uit zich in de meest negatieve beschrijvingen van degenen die verandering willen. In Nederland is Alexander Pechtold de hogepriester van de populismebestrijders. Het dedain over het deel van de bevolking dat is ‘achtergebleven’ bij de moderne ontwikkelingen, springt er bij hem vanaf. Dat bevordert en verdiept de polarisatie en het crisesgevoel. Het is duidelijk waar de strijdpunten liggen. Krijgen we een Europese regering of blijft Europa een samenwerkingsverband van nationale staten. Moet de migratie (inclusief vluchtelingen) in tal en last blijven groeien of stellen we er duidelijke grenzen aan. Is diversiteit een zegen of bedreiging als het om de islam gaat. Zijn de geopolitieke overwegingen die het buitenlands beleid vorm geven, in overeenstemming met wat een meerderheid van de bevolking daar over denkt? Is de wereld te ingewikkeld geworden voor democratie zoals de gevestigde orde lijkt te denken? Is politieke correctheid eigenlijk geen vorm van gaslighting. Et cetera.

Er is een revolutie gaande, maar de gevestigde orde denkt nog steeds, zoals Lodewijk XVI aanvankelijk, dat het volk haar als redder nodig heeft.