Posts tonen met het label Minister Asscher. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Minister Asscher. Alle posts tonen

zaterdag 5 november 2016

Asscher maakt van machteloosheid een deugd

                                                                            

“Zwarte Piet is zwart, daarom noemen we hem Zwarte Piet”. Dat was het realistische commentaar van onze minister-president Rutte. Maar in de discussie over de kleur van de medewerkers van de Sint, heeft hij geen enkel gezag. De uitkomst van de discussie wordt bepaald in de Grachtengordels van de grote steden en in het Gooi. Nu RTL heeft besloten dat ze alleen roetveegpieten in het gezelschap van de goedheiligman laat zien, lijkt dit de maat te worden waarmee tegemoet wordt gekomen aan een kleine minderheid die een onschuldig symbool misbruikt om Nederland zijn relatief bescheiden slavernijverleden in te peperen.

De roetveegpiet is een gênante oplossing waarbij in de ogen van het anti-ZwartePietfront wat vegen roet de blanke supremacy van de witte mens nog steeds laat zien. Ook de nieuwe generatie gelovige kinderen zal er van in de war raken. Levend in huizen zonder schoorsteen dwong hun ouders ze te vertellen dat Zwarte Piet een sleutel heeft die op alle sloten past. Nu moeten ze de uitleg weer aanpassen vanwege de vraag hoe de nieuwe Zwarte Piet dan aan zijn roetvegen komt.

‘Laten we een de minderheid tegemoet komen, dat kunnen we aan’, liet Lodewijk Asscher (PvdA) via het programma DWDD weten en gaf daarmee aan dat hij van zijn machteloosheid een deugd wilde maken. Dom en dat niet alleen omdat hij daarmee weer een aantal potentiële PvdA-stemmers buiten de Randstad kwijt raakt. Het is niet de eerste knieval die de PvdA maakt voor de eisen uit de multiculturele wereld en dat heeft de PvdA-aanhang buiten de Randstad al behoorlijk uitgedund.
Het was dus politiek onverstandig van Asscher om zich met deze discussie te bemoeien. Het was echter nog heel wat onverstandiger van deze beoogde politiek leider van de PvdA om machteloosheid als deugd te verkopen. Zesentachtig (86) procent van de inwoners van Nederland wenst Zwarte Piet te behouden, ziet daar geen racisme in en wenst ook niet te wijken voor de bezwaren van een kleine minderheid. Dat is een percentage dat een politicus zonder al te grote schade ronduit kan verdedigen. Die kans liet Asscher schieten en hij koos voor de zes procent die in Zwarte Piet een symbool van racisme ziet.
Misschien ziet Asscher het persoonlijk anders, maar hij koos er voor om publiek zijn machteloosheid in deze discussie om te zetten in een laffe deugd. Hij gunt een agressieve minderheid met dubieuze claims een overwinning en roept ons op om zijn voorbeeld te volgen. Hij had kunnen zeggen dat het projecteren van racisme op de figuur van Zwarte Piet hem niet verstandig leek. Dat zou van moed en leiderschap hebben getuigd.

De felheid waarmee de discussie over de kleur van Zwarte Piet wordt gevoerd kan gezien worden als een teken dat het over heel wat meer gaat dan kleur als steen des aanstoots. Het gaat in feite om de vraag hoe Nederland met minderheden omgaat, hoe Nederland tegen integratie aankijkt en hoeveel respect van nieuwkomers mag worden verwacht voor de tradities en cultuur van het land waarin ze terecht zijn gekomen. Dat is in feite het grote onderwerp dat de bevolking van Nederland bezig houdt en waarin ze zich machteloos voelt omdat de politiek correcte media, politiek correcte menswetenschappers en de politiek correcte politici de beleving van minderheden serieuzer nemen dan verstandig is omdat het hen dwingt de bezwaren van het grootste deel van de bevolking te veroordelen vanwege ‘onderbuikgevoelens’ en ‘populisme’.

Ook de linkse Asscher heeft een onderbuik en die vertelt hem dat het in zijn kringen veiliger is om politiek correct te zijn. Hij leeft en ademt in een omgeving die zich politiek correct ideologisch heeft afgescheiden van een grote meerderheid onder de bevolking. Het is de kring die minderheden een wijde toegang geeft voor hun wensen en bezwaren en de belangen die daar achter zitten.
De politiek correcte meute dwingt ons te leven met ‘waarheden’ die door het gezonde verstand niet meer worden herkend. Het gezonde verstand wordt begraven onder ideologisch opgetuigde waarheidsconstructies ten behoeve van minderheden. Als een minister oproept om dat maar te aanvaarden en dat als deugd verkoopt, is dat de publieke begrafenis van het gezonde verstand. Het veroorzaakt machteloosheid onder een groot deel van de bevolking die niet mee mag doen omdat alleen politieke correctheid deugt en we politici hebben die de moed missen om hun gezond verstand te gebruiken.

Impliciet geeft Asscher toe dat Zwarte Piet een racistisch symbool is en plaats moet maken voor een roetveegpiet die politiek correct gewogen ermee door kan. Terwijl de begrafenis van het gezonde verstand voorbijtrekt en Sylvana Simons geDenkbloemen heeft meegebracht om het afscheid te vieren, maken minderheden gesterkt door hun succes zich op om te domineren en het land aan te passen aan hun wensen en belangen. Hun lange tenen helpen daarbij.



dinsdag 24 mei 2016

Ramadam, give it up, please!

                                                                     
ramadan is vooral een gezelligheidsfeest

Gisteren meldde het NOS-nieuws dat de ministers Asscher en van der Steur aanwezig waren bij de startmanifestatie van de moslimse actie ‘give it up 4 ramadan'. “Wegwezen”, wilde ik tegen mijn scherm schreeuwen, “Julie hebben daar niks te zoeken, integendeel, met jullie aanwezigheid verlenen jullie steun en geloofwaardigheid aan een islamitische campagne om ook niet-moslims te verbinden”.
In plaats van als een soort eenzelvige oude man tegen een televisiescherm te schreeuwen, schrijf ik maar blogs. Het helpt om de dagelijkse opwinding over het islam-gerelateerde nieuws een uitlaat te geven.

Ik wordt altijd een beetje zeeëg als een moslim me weer eens probeert uit te leggen waarom hij meedoet aan ramadan. Ik geloof helemaal niet dat hij de hele dag aan de armen denkt. Zijn lege maag zal eerder attentie trekken. Als moslimgemeenschappen niet zo’n sterke sociale controle hadden, zouden heel wat minder moslims zich aan de ramadan houden. Nu houden ze elkaar de hele dag in de gaten. Welke religie zou niet jaloers zijn op zo’n wijdverspreide vrijwillige interne controle.

De katholieke kerk heeft het vasten zien verdwijnen. Voor die manier van vasten had ik nog wel wat sympathie. Ontstaan in een ver verleden  had het voor agrarische gemeenschappen zin om zuinig om te gaan met de slinkende voorraden. De kerk heeft er een religieuze laag over heen gebouwd. Mensen aten de helft van wat ze normaal deden (heel gezond) en gaven voor de vastenperiode soms het drinken en roken op. Ooit betrapte ik een oom die achter een schuurtje toch stiekem een sigaretje rookte. Die overtredingen gebeuren onder moslims natuurlijk ook bij de vleet, maar wat niet opgemerkt wordt telt niet. Maar goed, stel je nou eens voor dat de Katholieke Kerk een campagne zou starten over het nieuwe vasten. Zouden Asscher en (de bourgondische) van der Steur dan ook acte de présence geven? Denk het niet, en ik nodig u graag uit om wat verder te filosoferen over de reden daarvan.

Ooit reisde ik met een moslim per trein naar een redelijk verre bestemming. Het was tijdens de ramadan en hij was zo standvastig dat hij niet gebruik maakte van de ontheffing voor reizigers. Zodra je de grens van je woonplaats voorbij bent, ben je niet meer gebonden aan de plicht om ramadan te houden. Ik zat tegenover hem en zijn onaangenaam riekende kegel was een marteling voor mijn neusgaten. Ik bood hem aan een glaasje water te halen, maar hij begreep de hint niet. Hij zat vast te denken aan de heerlijke maaltijd die zijn vrouw bezig was te bereiden.

Hoewel ramadan ons altijd verkocht wordt met veel ethiek over armen en gebrekkigen die je tijdens de hongeruren met empathie moet gedenken, is dat slechts een magere verbloeming waar het in de praktijk om gaat. Het is een schransfeest dat, zodra de zon achter de horizon is verdwenen, het liefst genoten moet worden met een groot gezelschap. Het is een sociaal feest en menig moslim is de volgende dag nauwelijks in staat om te werken. Dat is uiteraard geen probleem in het Midden-Oosten, maar wel in Europa waar ook tijdens de ramadan hard moet worden gewerkt. Tijdens de ramadan kopen moslims twee keer zo veel levensmiddelen dan normaal en weegt menigeen zwaarder na afloop van de ramadan.

‘Give it up’, is mijn conclusie. Je hoeft niet te vasten om aan armen te kunnen denken. Dat zou je de hele dag moeten doen. Maar ja, een Europese islam is nog ver weg.

Ik kwam een mooi blog tegen van Jef de Jager waarin de ramadan uitvoerig wordt behandeld. Een kwartier vasten om het te kunnen lezen, kunt u vast wel opbrengen om zodoende tegelijk aan die 'arme' moslims te denken.

zaterdag 21 mei 2016

Voor duidelijkheid in het islamdebat moet je niet bij de bange media zijn

                                                                        
De media zijn te bang om een standpunt in te nemen
Bladerend door de kranten op zoek naar onderwerpen voor mijn dagboek, overviel me de gedachte dat de kranten van vandaag een bijna perfect beeld laten zien van de tegenstrijdige ideeën die leven als het gaat over islam, integratie van migranten, vluchtelingencrisis en de vrijheid van meningsuiting.

Dagelijks bieden de kranten veel islam-gerelateerd nieuws. De meningsvorming over dat nieuws lijkt vaak op een spelletje ‘pingpong’. Wat de een serveert, slaat de ander weer keihard terug. De stand lijkt gelijk op te gaan maar de kritische blik op islam gerelateerd nieuws, lijkt het moeilijk te hebben.
Kranten kiezen niet en laten van beide kanten wat zien. Het is alsof ze ademloos wachten tot er een duidelijke winnaar is die ze kunnen bejubelen. Kranten en andere media dragen zo door angstige mistigheid bij aan het nodeloos laten voortduren van een debat waarin hoognodig helderheid moet komen. Bij andere onderwerpen, bijvoorbeeld 'homo's', ooit een taboe, zijn ze niet bang en kiezen duidelijk stelling.

De ophef rond het opportunistische DENK en het inlijven van Sylvana Simons, heeft heel wat pingpongbatjes in beweging gebracht. Hoogleraar voor Diversiteit en Integratie (let op de volgorde) bij de UvA, Halleh Ghorashi, slaat het balletje keihard terug in de Volkskrant met de boodschap: “Nederlanders kunnen niet langer ontkennen dat ze racistisch zijn”. Ze steunt DENK subtiel en draagt zo bij aan de oplopende polarisatie. Dat vraagt zo langzamerhand om een duidelijk en helder beleid als oplossing.

Die moet komen van politici. Het sparen van de kool en de geit is daar nog bon ton, al komt daar met de verkiezingen in zicht wat verandering in. In de Telegraaf pleit fractievoorzitter van de VVD, Halbe Zeilstra voor een quotum van maximaal 15000 toe te laten vluchtelingen. Het getal lijkt me arbitraal, maar het is nog altijd een flink dorp per jaar. De bijdrage van Zeilstra is eigenlijk een losse flodder zolang die niet is ingebed in een breder beleid rond integratie en islam. Minister Asscher (PvdA) laat in de Volkskrant weten dat hij niet naar ‘tokkies’ luistert. Lijkt me nogal dom omdat hij niet schijnt te begrijpen dat ieder vogeltje zingt zoals het gebekt is en de wrange vruchten van de multiculturele samenleving vooral deze groep raken. De christelijke partijen zijn stiller. Het is ze nog altijd niet gelukt om een onderscheid te maken tussen religies die de godsdienstvrede steunen en de islam die dat niet doet. Christelijke partijen zijn bang voor een discussie over de vrijheid van godsdienst omdat hun eigen faciliteiten en privileges (onderwijs) in het gedrag komen.

De ‘Denker des Vaderlands’, hoogleraar filosofie Marli Huijer, gaat in ‘Vonk’ de bijlage van de Volkskrant in gesprek met een aantal van haar critici die zich gestoord hebben aan haar Vluchtelingenmanifest. Ze zal wat mij betreft nog heel wat stappen in haar denkontwikkeling moeten maken, maar de critici hebben haar in ieder geval op een gedachte gebracht: “Ik zie nu dat ik veel duidelijker moet maken wat de morele verantwoordelijkheid voor vluchtelingen betekent voor het voortbestaan van de samenleving”. Mooi begin, maar ze vervolgt: “Die impact is veel minder groot dan vaak wordt gedacht”. Daar ga ik eens een absoluut niet-filosofisch woord voor gebruiken: ‘Gelul’. Uit eigen ervaring weet ik dat er onder de vluchtelingen heel wat orthodoxe en fundamentalistische moslims bevinden die pas uit de kast komen zodra ze een verblijfstatus hebben gekregen. Het gaat niet om bizar grote aantallen, maar ze mogen wel worden opgeteld bij de orthodoxen en fundamentalisten van Turkse en Marokkaanse huize die niet als vluchteling zijn gekomen.

Huijer komt tot conclusies door naar een deel van het plaatje te kijken in plaats van naar het hele plaatje. Haar bijdrage aan de discussie als al net zo verwarrend als die van Hoogleraar Halleh Ghorashi die graag mist optrekt over de islam en moslims en Nederlanders racisten noemt.

Het wordt tijd dat politici helderheid scheppen en dit soort bijgeluiden naar de achtergrond dringen.