Posts tonen met het label referendum. Alle posts tonen
Posts tonen met het label referendum. Alle posts tonen

zondag 24 september 2017

Juist Nederland zou de Koerden moeten steunen

                                                                   
Koerden maken zich op voor het referendum

Na de val van het Ottomaanse rijk na de eerste wereldoorlog trokken de nieuwe bestuurders, Engeland en Frankrijk, wat lijntjes om het enorme gebied onder te verdelen. Die verdeling vormt nog steeds de kaart van het Midden-Oosten en Noord-Afrika. Internationale belangen, ook Rusland was betrokken bij de ontmanteling van heet Ottomaanse rijk, waren van grote invloed bij het trekken van die lijntjes. De regio waar de krijgshaftige Koerden leefden werd geen nieuwe staat. De regio werd opgeknipt en verdeeld tussen Turkije, Irak en Iran. De reden daarvoor zou de angst voor een machtig Koerdistan zijn geweest.

Het trekken van die lijntjes in 1916 is ook het begin geweest van de vrijheidsstrijd van de Koerden. Anders dan de Turkse Koerden kregen de Iraakse Koerden internationale steun toen Saddam Hoessein het met gifgas al te bont maakte om de Iraakse Koerden onder de duim te houden. De Amerikanen stelden een no-fly-zone in boven Noord-Irak en openden daarmee de mogelijkheid voor de Koerden om zichzelf te organiseren.
De Iraakse Koerden kregen na de tweede Golfoorlog een ruime bevoegdheid om zichzelf te besturen, de relatie met de Iraakse overheid bleef echter gespannen. In die situatie wil de Koerdische regering Barzani de banden met Irak volledig doorsnijden en een eigen onafhankelijke staat vormen. Een referendum moet daartoe de weg openen.

Nederland vocht een tachtigjarige oorlog uit om zich te bevrijden van de Spaanse overheersing en het Heilige Roomsche Rijk. Het verklaarde zich in 1581 middels het Plakkaat van Verlatinghe onafhankelijk. Het zou nog even duren voor het echt zover was. Half Europa bemoeide zich ermee. Het zou nog tot de Vrede van Münster (1648) duren tot Nederland erkend werd als zelfstandige staat. Die geschiedenis zou in Nederland sympathie moeten wekken voor de vrijheidsstrijd van de Koerden. Nederland zou zich internationaal moeten inspannen om het recht op onafhankelijkheid van de Koerden te bepleiten.

Wie de kranten van de laatste dagen over het Koerdische referendum (gepland op 25 september 2017) leest, krijgt niet de indruk dat in Nederland de eigen heroïsche vrijheidsstrijd herinnerd wordt. Nederland lijkt zich aan te sluiten bij het internationale geopolitieke opvatting dat de tijd nog niet rijp is voor een onafhankelijk Koerdistan. Een te betreuren houding van een land dat zelf ook niet wachtte op internationale instemming om zichzelf onafhankelijk te verklaren.

Internationaal worden spanningen gevreesd omdat Turkije en Irak hebben laten weten zich te zullen verzetten  tegen een onafhankelijk Koerdistan. Dat is te begrijpen. Als er een onafhankelijk Koerdistan tot stand komt zullen de Turkse Koerden die gelegenheid aangrijpen om zich daarbij aan te sluiten. Hetzelfde geldt voor Iran. 

De geboorte van een onafhankelijk Nederland zou een geschiedenisles moeten zijn. Een volk dat de eigen onafhankelijkheid nastreeft, is uiteindelijk niet tegen te houden. De onderdrukking van dat vrijheidsstreven brengt alleen maar grote kosten met zich mee. De Irakese Koerden betaalden die onder het regiem van Saddam Hoessein. De Turkse Koerden lijden nog steeds onder de onderdrukking door het Turkse regime.

De onafhankelijkheid van de Koerden is uiteindelijk niet tegen te houden. De wereld kan er voor kiezen om die te ontmoedigen, er wordt dan echter gekozen voor een situatie waarin slachtoffers blijven vallen en wrede onderdrukking aanhoudt. Het is daarom beter te kiezen voor wat uiteindelijk toch onvermijdelijk is. In de internationale gemeenschap zou de rol van Nederland kunnen bestaan uit een pleidooi voor een Groot-Koerdistan. Een pleidooi waartoe haar eigen geschiedenis verplicht.


dinsdag 13 december 2016

Nee=nee!

                                                                             

Het is lastig vast te stellen hoe het ‘nee’ bij het Oekraïne-referendum precies moet worden uitgelegd, maar er kan niet aan getwijfeld worden dat het een ‘nee’ tegen het Europese verdrag met Oekraïne betekende. Geen verdrag. Met die boodschap werd de Nederlandse regering opgezadeld: ‘zeg nee in Brussel en laat ze het daar verder maar uitzoeken. 

Ik heb ‘nee’ gestemd. Dat ‘nee’ begon zich al te vormen toen Guy Verhofstadt en Hans van Baalen namens Europa naar Kiev afreisden om de bevolking een hart onder de riem te steken bij hun keuze voor Europa. Bij een demonstratie op het Maidanplein (14 februari 2014) werden door hen beloften gedaan en steun toegezegd aan een in feite instabiel en hoogst corrupt land. Dat moest afgesneden  worden van haar banden met Rusland. Achter Verhofstadt en Van Baalen, zag ik Amerika oprijzen dat haar kans om de geopolitieke grenzen op te schuiven niet wilde laten lopen.

Vanaf toen ging het fout. Rusland nam de Krim weer terug (18-4-2014) nadat de Sovjets het eerst als kadootje aan het betrouwbare Oekraïne hadden gegeven. Daarna steunde Rusland de bevolking in het Donetsk-gebied dat zich na een referendum op  12 mei 2014 tot onafhankelijke Volksrepubliek uitriep. In het Westen werd daarna Poetins Rusland veroordeeld. Een veroordeling die vooral berustte op Poetin’s verzet tegen de door Amerika nagestreefde wereldorde waarin Rusland tot de orde moest worden geroepen. Op het verzet van Rusland antwoordde het Westen met economische sancties als straf. Als bijeffect van het Westers beleid groeide in Polen en de Baltische staten de angst voor vijandelijke acties van Rusland. Om die landen enigszins gerust te stellen werd de aanwezigheid van de NAVO langs de grenzen van Rusland en haar invloedsgebied versterkt.

Van Baalen en Verhofstadt oogstten na hun optreden de nodige kritiek. De door hen in gang gezette inlijving van Oekraïne bij het Westen ging echter onverminderd door. Aan het associatieverdrag tussen de EU en Oekraïne was echter al sinds 2012 gewerkt en het werd op 21 april 2014 getekend. De ondertekening moest worden goedgekeurd door de afzonderlijke parlementen. In Nederland ging de Tweede Kamer akkoord op 7 april 2015 en de Eerste Kamer op 7 juli 2015. Beide keren met brede steun. Het door GeenPeil geïnitieerde referendum (6 april 2016) liet echter zien dat die parlementaire goedkeuring te weinig steun binnen de Nederlandse samenleving had. En toen begon het gedonder.

Premier Rutte vond met steun van zijn VVD/PvdA-kabinet dat hij het ‘nee’ vanwege het doorslaggevende geopolitieke belang niet in Brussel kon laten horen. Met ‘Brussel’ kwam hij overeen dat er een ‘juridisch bindend aanhangsel’ aan het verdrag zou moeten worden toegevoegd om de Nederlandse zorgen weg te nemen. Uit wat over dit aanhangsel bekend is geworden kan worden opgemaakt dat hij geen wijzigingen in het verdrag beoogt. In plaats daarvan worden enkele punten uit het verdrag verduidelijkt en daarmee wordt de interpretatieruimte beperkt. Zo wordt bijvoorbeeld van de toegezegde samenwerking op het gebied van veiligheid vastgelegd dat dit geen garantie inhoudt voor eventuele verplichte militaire hulp of bijstand. Een typische vorm van diplomatieke onduidelijkheid. Géén garantie kon in de praktijk wel eens gewoon ‘garantie’ blijken te zijn.

De geopolitieke angel die het associatieverdrag vormt, is daarmee niet verdwenen. Eigenlijk is er maar één oplossing. Het verdrag moet van tafel en worden vervangen door een verdrag waarbij Oekraïne, Rusland en Europa samen aan tafel zitten en het eens worden over een verdrag dat de geopolitieke spanningen wegneemt.

De nieuwe Trump-regering zou wel eens voor die richting kunnen kiezen. Daarom is er geen reden voor de haast die nu in Europa aanwezig lijkt te zijn om de ratificatie van het verdrag snel af te ronden.