Posts tonen met het label ombudsman. Alle posts tonen
Posts tonen met het label ombudsman. Alle posts tonen

maandag 23 juli 2018

NRC vindt de term ‘tribaal’ niet beschaafd meer, en waarom dat dom is

tribale cultuur is in deze tijd onzichtbaar geworden


Onder de kop “Koloniale termen in de krant: Tarzan en Kuifje ontmoeten de taalpolitie” gaat de ombudsman van de NRC in op de klacht van een lezer die bezwaar heeft tegen de termen ‘tribaal’ en ‘tribalisme’. Sjoerd de Jong, want zo heet die ombudsman, besluit dat het een postkoloniale term betreft die beter vermeden kan worden. Je kunt er ‘omheen’ schrijven. De term is taboewaardig.
En hij motiveert: “Mij lijkt het probleem met ‘tribaal’ en ‘tribalisme’ vooral dat die termen huis- tuin- en blog-jargon zijn geworden voor wie met een air van belezenheid moslims, Afrikanen of anderen wil wegzetten als primitief en een héél ander soort mensen. Niet voor niets zijn het in de Europese geschiedenis vooral de Germanen die stammen hadden, ‘barbaren’ tenslotte.” Dat is een interessante zin. Er zit een ‘ja, maar…’in: Europa was ook tribaal in het verleden. Er zit ook iets neerbuigends in die zin: ‘dat die termen huis- tuin- en blog-jargon zijn geworden voor wie met een air van belezenheid moslims, Afrikanen of anderen wil wegzetten als primitief en een héél ander soort mensen’.

In zijn column maakt Sjoerd de Jong een rondje langs correspondenten en die blijken allemaal op één na, termen als ‘tribaal’ en ‘tribalisme’ te mijden. Dus is het tijd geworden om ook in de NRC dat soort termen te dumpen. Ze behoren niet tot het beschaafd taalgebruik en de NRC wil vooral ‘beschaafd’ blijven. Daarom begint ze ook steeds vaker op het zeer politiek correcte D’66 te lijken.

Europa was bij het begin van de jaartelling zeker tribaal. Wie aan de hand van Adrian Goldsworthy de verovering van Europa door Ceasar volgt, komt in een Europa waarin het recht van de sterkste bestond en sterke stammen de minder sterke verdreven. Ceasar bestreed die tribale cultuur omdat die het door hem nagestreefde Romeins gezag bemoeilijkte. Na de instorting van het Romeins gezag gingen kerk en adel verder met de bestrijding van de tribale cultuur, waarvan de laatste resten (eerwraak bijvoorbeeld) zo rond de vijftiende eeuw waren verdwenen. In andere delen van de wereld bleef de tribale cultuur bestaan en vormt de belangrijkste organisatievorm en cultuur van de betreffende samenleving.

In Europa dwongen kerk en adel de bevolking tot het erkennen van het gezag van de overheid en van de kerk (god) waardoor een individuele verantwoordelijkheid ontstond. Er ontstond daardoor een schuldcultuur. In de regio’s met een tribale cultuur heeft die ontwikkeling veel minder plaats gevonden omdat de wereldlijke en religieuze elite onderdeel bleven van de tribale cultuur. Tribale cultuur verzet zich tegen het staatsgezag, tenzij de dominantste stam de andere stammen onderwerpt zoals in Saoedi-Arabië, Irak (onder Saddam Hoessein), Syrië onder de Assad-dynastie en Libië onder Khadaffi.

De tribale cultuur kenmerkt zich met name door de groepsidentiteit. Je behartigt de belangen van de stam (clan en familie) en de stamt beschermt je. Tot de tribale cultuur behoren dan ook eer en schaamte als onderdelen van die cultuur. Vluchtelingen uit Irak, die ik sprak, wezen vooral op de onderlinge begunstiging als de belangrijkste zwakte van de tribale cultuur. Wie toegang heeft tot macht en geld wordt geacht zijn familie, clan en stam daarvan mee te laten profiteren. Het benoemingsbeleid bij overheden en bedrijfsleven gaat niet in de eerste plaats om kennis en ervaring, maar om tribale verbanden.

‘Tribaal’ is een term uit de antropologie. Tegenwoordig is antropologie wetenschappelijk nog nauwelijks serieus te nemen omdat ze van alle menswetenschappen het sterkst lijdt onder de postmoderne beschavingscensuur. Deze trend is in belangrijke mate veroorzaakt door het activisme van Edward Said die de westerse wetenschappen van ‘orientalisme’ en postkolonialisme beschuldigt. Het gevolg was dat men zich in de westerse wetenschappen schuldig voelde en het kind met het badwater weggooide. Tegenwoordig zijn er steeds meer kritische stemmen die zich tegen Said keren. Aan Wikipedia ontleen ik er een aantal:
Prof. Herbert Berg stelde dat Saids werk ertoe heeft geleid "dat er een angst is ontstaan om pijnlijke vragen te stellen en te beantwoorden die mogelijk gevoelig liggen bij moslims". Prof. Stephen Humphreys stelt dat Saids analyse van oriëntalisme overtrokken is, op een bepaalde wijze misleidend en zijn werk Oriëntalisme als intellectuele geschiedenis zeker een gemankeerd werk is. Humphreys argumenteert dat nog meer te veroordelen is dat Saids werk zelfs het idéé van modernisering van de Midden-Oosterse samenlevingen ontmoedigt. "Op een ironische wijze moedigde het islamitische activisten en militanten aan die op dat moment net begonnen de politieke arena te betreden."

De angst heeft ook bij de NRC toegeslagen, de term ‘tribaal’ is taboe geworden. De tribale cultuur blijft weliswaar gewoon bestaan, maar omdat er mensen en groepen zijn die zich daardoor kennelijk beledigd voelen, vindt men het bij de NRC beschaafder om de term te mijden. Ze ontneemt zichzelf en de lezer daarmee belangrijk gereedschap om de wereld te kennen en te begrijpen.
Wie bij de term ‘tribaal’ nog denkt aan vreemd uitgedoste dansende negers, verdient de hoon van de NRC. Wie begrijpt dat in grote delen van de wereld de tribale cultuur met zijn nepotisme en corruptie een vloek is voor de samenleving en de ontwikkeling daarvan belemmert, kan zijn abonnement op de NRC maar beter opzeggen. De krant acht zich tegenwoordig te beschaafd om de realiteit met de juiste termen te benoemen.

Wie echt wil weten hoe het zit, leze ‘Culture and Conflict in de Middle East’, van Philip Carl Salzman, die na twintig jaar veldwerk een uitnemende beschrijving heeft gegeven over hoe de tribale cultuur werkt en stammen zich tot elkaar verhouden. Het is nog steeds niet in het Nederlands vertaald. Dat heeft beslist te maken met het taboe waar nu ook de NRC zich onder leiding van haar ombudsman toe heeft bekeerd.

De NRC onderschat haar lezers!



maandag 11 december 2017

Waarom de Volkskrant columnist Wagendorp niet over kan doen aan de NRC

Sjoerd de Jong, ombudsman van de NRC


Kranten lezen raakt uit de mode, maar ze bieden opiniegewijs toch nog altijd meer inzicht over wat er zich in Nederland afspeelt dan de vluchtigere media. De Volkskrant van deze winterse morgen (11-12-2017) leek te bevestigen dat ze naar rechts, oftewel naar de gewone man, aan het opschuiven is. Vorige week mocht moslima Bercan Günel uitgebreid vertellen dat ze een hoofddoek drie keer niks vindt. Veel zegt dat nog niet over het beleid van de krant. Veelzeggend was dat er deze morgen twee ingezonden brieven op de opiniepagina waren te vinden waaruit luide bijval voor het standpunt van Günel viel te lezen.'

Het valt mij al langer op dat de Volkskrant voetje voor voetje, ja, het gaat tergend langzaam, aansluiting zoekt bij wat de ‘gewone man/vrouw’ van Nederland vindt. De krant ontvangt veel meer ingezonden brieven dan ze kan afdrukken. Dat twee anti-hoofdoekbrieven de selectie haalden, lijkt me daarom betekenisvol in een tijd waarin politieke correctheid nog de boventoon voert.

Ook de NRC is zijn koers aan het verleggen. Het kan niet beter worden aangetoond dan met de laatste zinnen van de ombudsman in de laatste zaterdagkrant. Sjoerd de Jong is deze keer afgestapt van zijn hoog abstractieniveau en probeert antwoord te geven op de vraag of de krant te veel met antiracisme-activisten meewaait. Echt antwoord geeft de NRC-ombudsman nooit. Je moet het tussen de regels door lezen. Zo gispt hij NRC-next. De krant had bericht dat op verreweg de meeste scholen Piet nog ‘gewoon zwart’ was. Daarmee neemt de krant een standpunt in en dat kan niet. Trots vermeldt Sjoerd de Jong dat in de onlineversie ‘gewoon zwart’, vervangen was door ‘nog zwart’. Alsof dat geen stellingname is en dat blijkt het ook te zijn. De laatste zinnen van zijn column luiden: “Wat de toekomst van Piet betreft, heeft de krant zich al jaren geleden wél bekeerd, in het commentaar: “dat zwart kan er echt wel af. Gewoon”.

De NRC lijkt zijn lezers te zoeken onder de politiek correcte elite die een andere toekomst voor zich zien dan de ‘gewone man’. De keuze voor columnisten als Lamaya  Aharouay en Clarice Gargard bewijst dat. Beiden mogen beurtelings Nederland de maat nemen en niet toevallig vallen hun minderheidsstandpunten als regel samen met wat de snobistische elite denkt. Aharouay mocht in  de NRC een serie maken over de ‘gewone Nederlander’. Ik heb haar in een mail voorspeld dat ze die niet zou vinden omdat het een statistische verzameling is en dat ze de ‘gewone Nederlander’ ook niet zou vinden omdat ze die niet wilde vinden. Haar serie was bedoeld om het ongelijk van Sybrand Buma aan te tonen. De ‘gewone Nederlander’ van Buma bestaat niet volgens Aharouay. Dat verklaart wellicht de merkwaardige keuzes die ze maakte bij de zes interviews. Ze selecteerde ongewone mensen. Volkskrantcolumniste Sheila Sitalsing was één van de geïnterviewden. De serie van zes interviews maakt duidelijk dat Aharouay niet uit nieuwsgierigheid op zoek ging, maar iets wilde bewijzen. De NRC heeft er een project van gemaakt en besteedde er zes pagina’s aan in de weekendkrant. Redacteur Arjan van Veelen beschrijft daarin dat steeds meer politici (ze zeggen tegenwoordig hetzelfde als Hans Janmaat) de ‘gewone man’ laten samenvallen met de ‘boze man’, maar hem net zo goed in de steek laten. Frans Bauer wordt als held van de gewone man geïnterviewd door redacteur Danielle Pinedo en zegt behartigenswaardige dingen. Een gewone man laat zich er niet op voorstaan dat hij beter of deugdzamer is dan de rest waarop hij neerkijkt, is ongeveer zijn boodschap. Aharouay mag Buma interviewen. Eigenlijk interviewt ze hem niet, maar laat ze hem op haar vooropgezette meningen reageren. Als Buma zegt dat het gaat om: “het hervinden van een identiteit en gemeenschap”, stelt ze dat de samenstelling van de groep die zich in die identiteit moet herkennen is veranderd. Ze eindigt in het ‘interview’ met de boodschap dat er tussen mensen altijd overeenkomsten zijn die een gevoel van samenhorigheid geven. Haar boodschap aan politici is duidelijk. Vergeet identiteit en gemeenschap, diversiteit is de nieuwe werkelijkheid. Het is een ‘Diederik Stapel-boodschap, want met het bewijs heeft ze geknoeid.

De NRC sluit tegenwoordig bijna naadloos aan bij D’66 en GroenLinks en ziet daar commercieel de aantrekkelijkste groep in. Op GeenStijl wordt de NRC wel meesmuilend de meubelfolder of NSB-krant genoemd, maar in wijn zijn ze ook groot. In de krant zelf wordt klare wijn geschonken: ‘we zijn voor het nieuwe Nederland zoals de elite en minderheidsgroepen dat zien.

De Volkskrant, die wat rechtser wil worden, zit natuurlijk met een  zwaar linkse columnist als Bert Wagendorp in de maag. Die schrijft al sinds 1986 iedere keer dezelfde column. Ongeacht het onderwerp eindigt hij altijd met dezelfde conclusie: rechts is niet te vertrouwen en deugt niet. Toch denk ik dat de NRC niets voor een transfer voelt. Wagendorp is  een geharnaste sociaal-democraat en dat gaat niet samen met de snobistische linkse NRC. Volkskrant columniste Sheila Sitsalsing, trouw GroenLinks, zal zich op de NRC-redactie wel thuis en een ‘gewone vrouw’ voelen. Snobistisch links is haar biotoop.